KNLTB tobt met een verloren generatie

Drie voormalige tennistalenten zetten dit jaar een punt achter hun internationale carrière. Is het een incident of moet de tennisbond KNLTB zich zorgen gaan maken voor de toekomst?...

Na jarenlang geploeter zetten drie Nederlandse tennissers dit jaar een punt achter hun internationale tenniscarrière. Michelle Gerards, Paul Logtens en Fred Hemmes kregen maar geen zicht op een tophonderd-klassering en hebben hun droom zelf uiteen laten spatten.

Gerards, meervoudig nationaal kampioene bij de jeugd en door Brenda Schultz ooit gebombardeerd tot haar opvolgster, maakte in oktober een einde aan een lange lijdensweg. Ze had schoon genoeg van haar trektocht langs tweederangs toernooien in obscure plaatsen, zei het profleven vaarwel en besloot zich te richten op het tennis in Nederland.

In het begin van haar carrière werd Gerards intensief begeleid door de KNLTB. De Limburgse groeide daardoor al snel uit tot het grootste talent van het land. Haar werd een mooie opmars in het mondiale toptennis in het vooruitzicht gesteld, maar daar kwam het niet van. Haar trainer Stephan Ehritt deed uiteindelijk een stap terug. Hij kon vanwege drukke werkzaamheden zijn pupil niet langer op niveau begeleiden.

Dat was voor Gerards het sein om het profleven vaarwel te zeggen. ‘Ik had de financiële middelen niet meer om een meereizende trainer te betalen; het alleen reizen en trainen in het buitenland viel mij steeds zwaarder.’

Toch betwijfelt Gerards intussen of ze met een altijd aanwezige coach wel de doorbraak naar de internationale top had gerealiseerd. ‘Ik stond ooit op de 207de plaats op de wereldranglijst. Misschien kon ik niet beter en lag daar mijn top.’

Hemmes en Logtens, deze week titelverdediger bij de Masters in Rotterdam, haakten eerder dit jaar al af. Ze kwamen wapens tekort om zich te onderscheiden en staakten hun moeizame pogingen om zich uit de kelder van het internationale tennis te bevrijden.

Daardoor en door blessures (Verkerk, Schalken), matig presteren (Sluiter, Van Scheppingen), en door een tekort aan talent (bij de vrouwen), beleeft het Nederlandse tennis zorgelijke tijden. Alleen Michaëlla Krajicek bivakkeert in de mondiale in de tophonderd.

Technisch directeur Hans Felius liet al eerder weten weten dat de KNLTB de gebrekkige doorstroming van talenten had zien aankomen en dat er hard is gewerkt aan een nieuwe opleidingsstructuur.

‘Talenten worden nu al jong gescout op regionaal niveau, en er wordt ruimte gelaten om naast het opleidingsprogramma van de tennisbond ook een individueel traject te volgen.’

De jeugd wordt nu ook gehard in toernooien. ‘We laten talenten al voor hun twaalfde internationale wedstrijden spelen. Hierdoor hebben we de achterstand op andere landen verkleind. In alle leeftijdscategorieën kunnen onze talenten zich meten met de wereldtop.’

Deze cultuuromslag heeft, samen met de opkomst van de LOOT-scholen, een nieuw klimaat geschapen voor aanstormende talenten. Vincent van Gelderen, trainer van de 15-jarige topper in de dop Renée Reinhard, is blij met de verbeterde situatie. ‘Jonge talenten kunnen door het LOOT-project wennen aan een hogere trainingsbelasting en maken die omschakeling niet pas als ze de middelbare school verlaten.’

De overgang van het onbezorgde juniorenbestaan naar de harde wereld van het proftennis is zwaar. ‘Tussen 18 en 21 jaar maakt een talent veel door, fysiek maar ook mentaal’, aldus Van Gelderen. Hij pleit daarom voor de inzet van oud-profs. ‘Er ligt een taak voor onze gestopte proftennissers in het begeleiden van talenten op buitenlandse toernooien.’

Volgens meesteropleider Henk van Hulst is de mentaliteit het grootste struikelblok. ‘Als talent met ambities moet je snel doorstoten naar de top en met hart en ziel knokken om dat doel te bereiken. Maar spelers met die instelling zie je niet veel meer.’

Meer over