Kniegewrichten van handbal-internationals laten het volop afweten

Op zwarte laarsjes en in een koket groen pakje stond Natasja Burgers aan de zijlijn naar het handbalgeweld van haar collega-internationals te kijken....

Het gebrek aan een linkerarm in de Nederlandse opbouwrij was zaterdagavond evident. Vrouwen met een rechterarm, zoals Irina Pusic, Diane Lamein en Andrea Groot, werden op de rechteropbouw geposteerd, maar zij konden zichzelf nooit in schietpositie manoeuvreren. Het is een gulden wet in handbal: de aanvalster op rechts hoort over een linkerarm te beschikken. Daarmee kun je naar binnen komen, de hoek vergroten en ‘het blok’ verrassen.

Zo’n linkerarm bezit Natasja Burgers, al is haar speelstijl weer niet te vergelijken met die van een klassieke schutter zoals de Roemeense Steluta Luca. Die haalt bij voorkeur van afstand uit. Burgers is een speelster die ‘sluip door kruip door’ wenst te spelen en van dichtbij tracht uit te halen.

Die beweeglijke, linkshandige Natasja Burgers is sinds twaalf jaar een vertrouwde waarde in het Nederlandse handbal. Intussen is de Amsterdamse ‘ballerina’ van weleer dertig jaar oud en eigenlijk afgeschreven voor de top. In Rotterdam werd ze afgelopen week danig gemist.

Het zijn de knieën van Burgers die het begeven. Berucht is het verhaal dat ze op het WK van 1999 in Noorwegen een knie verdraaide, toen ze bij het opdraven voor de openingsceremonie naar haar ouders op de tribune zwaaide.

De klachten zijn sindsdien verergerd. Het kraakbeen van het linkerkniegewricht heeft een zwak plekje, ‘een heel kleintje maar’ betoogde Burgers zaterdagavond, maar dat doet pijn genoeg om de voormalige topspeelster uit de Deense competitie serieus te hinderen.

Haar contract bij Aalborg leverde ze begin september zonder te spelen in. Zoals ze jaren eerder ook al de overeenkomst met Viborg moest verscheuren. De eerste keer maakte ze de overstap naar haar oude liefde Volewijckers. Voor dit seizoen had ze eerst bij SEW getekend, om daar als speelster-coach af te bouwen.

Toen ze deze zomer bij de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Spanje zonder noemenswaardige pijn kon spelen en zelfs uitblinken, koos ze ervoor toch weer naar Denemarken af te reizen. Daar kreeg ze vervolgens last van haar andere knie.

Het is een kwestie van onbalans, legde ze zaterdag aan de zijlijn uit. Ze had bij de revalidatie haar linkerbeen te sterk gemaakt (een sterke dijbeenspier ontziet de knie) waarna de rechter pijn ging doen. ‘Het heeft met de stand van mijn onderbeen te maken. Een beetje scheefstand heeft voor dat pijnlijke plekje in het kraakbeen van de knie gezorgd.’

Nog één keer sleept ze haar lichaam naar de fysiotherapeut, voor een laatste herstelkuur. Het is om de dag naar het krachthonk. Andere dagen loopt ze hard, op de weg. ‘Dat gaat best’, zegt Burgers, die alles op alles zet om het WK van Rusland te halen.

Dat toernooi, half december in Sint Petersburg, wordt haar galgenmaal, als tophandbalster. ‘Daarna neem ik afscheid. Ik zou wel 38 willen worden op handbalschoenen, maar het zit er niet in.’

Ze staat nu op 193 interlands en zal net de magische grens van 200 halen. ‘Maar ik zal op het WK niet alle wedstrijden spelen. Dat gaat niet meer.’

Burgers is te bang haar lichaam nog meer te teisteren, bang voor langdurige klachten die haar van gewone sport in het gewone leven zouden kunnen weerhouden.

De conclusie dat tophandbal een slopend bestaan is, wordt direct beaamd. Het lichaam heeft heel wat te verduren van de ijshockey-achtige checks waarvan verdedigers zich bedienen. Nog meer belastend zijn de korte, explosieve draaiingen waarmee tegenstanders worden uitgespeeld.

Van de Nederlandse ploeg zijn naast Burgers ook sterspeelster Olga Assink en aanvoerster Monique Feijen door knieletsel geveld. Het toptrio ontbrak bij het door Roemenië gewonnen Holland Toernooi. Feijen zal na de operatie aan de voorste kruisband zeker ontbreken in Rusland. Assink zet alles op alles om toch tijdens het WK te spelen.

Zij zijn niet de enigen die met lichamelijke klachten door het handballeven moeten. De spierkracht van Nederlandse speelsters lijkt mager bemeten. In de ‘finale’ van zaterdag kan de ploeg van bondscoach Sjors Röttger dat verschil met Roemenië niet goedmaken.

Zijn beste speelsters zijn lichtgewichten. Pearl van der Wissel, het gerijpte talent van GOG Gudme uit Denemarken, kampt met een jumpersknee en mag per wedstrijd slechts tweemaal vijftien minuten in actie komen. ‘Ik heb een pechseizoen. Andere jaren ben ik altijd zonder blessures gebleven.’

Routinier Irina Pusic (32) is sinds kort hersteld van een enkel- en een knieblessure, maar zit tegen Roemenië lang aan de kant met een zak ijs op het opspelende kniegewricht. Ook zij heeft vijf maanden revalidatie gedaan, om het WK te halen. De belangrijkste begeleider voor dat toernooi lijkt de teamarts.

Meer over