Kenkhuis kan favorietenrol in de finale niet aan

Vijftig meter hardzwemmen is een spektakel op zich. Acht grote kerels stortten zich te water, zoals gisteren aan het eind van de eerste dag van de Europese titelstrijd kortebaan in Triëst, en uit die voortrollende vloedgolf duikt aan het eind meestal de Brit Mark Foster op als winnaar....

Gisteren leek de zesde Europese titel voor de 35-jarige sprinter niet zo logisch. In de series en de halve finales was de Nederlander Johan Kenkhuis zowaar de snelste. Hij scherpte in de semi’s zijn eigen Nederlandse record op de 50 meter vrije slag (met keerpunt) aan tot 21,41.

Foster ging als vierde door naar de finale, 0,17 seconde langzamer dan de Nederlander, die that bloody old bastard de laatste jaren tot zijn voorbeeld heeft gebombardeerd. Maar in de finale kon Kenkhuis zijn favorietenrol niet volledig waarmaken.

De Amsterdamse deeltijdzwemmer – de studie commerciële economie was ruim een jaar belangrijker – was eentiende langzamer (21,51) dan eerder en moest sprintkoning Foster (21,27) en de Franse wereldrecordhouder Frederick Bousquet (21,47) laten gaan. Het verlies deed slechts even pijn. ‘Want je gaat natuurlijk niet voor brons het water in.’

Van dat eremetaal had Kenkhuis er al één: in 2002 won hij die medaille bij de EK in Riesa, op de 100 vrij. Gouden (3, in estafettes) en zilveren (1) medailles bezit hij ook.

De verbetering van het vier jaar oude nationale record op de 50 vrij had Kenkhuis mild gestemd. Sterker nog: de verrichting in Noord-Italië had hem extra bedenktijd gegeven over de afloop van zijn loopbaan. ‘Als het hier niks was geweest, een slechte tijd en een slecht resultaat, dan was het echt tijd geweest me af te vragen: ga ik nog wel door?’

Die beslissing schuift hij nu nog zeker een jaar voor zich uit. Kenkhuis, 25 pas, zal eind 2006 beslissen of hij voor zijn derde Spelen gaat of niet. Sydney 2000 en Athene 2004 brachten hem zilveren medailles in de aflossingsraces, maar het monomane van de topsporter heeft de pupil van coach Fedor Hes nooit echt kunnen opbrengen.

Ook daarom experimenteert hij graag in zijn trainingsaanpak. Kenkhuis zweert inmiddels bij krachttraining. Hij zwemt nog maar een keer per dag en brengt, sinds hij in augustus zijn aanpak intensiveerde, de middagen door in het krachthonk. ‘Ik deed er vijf, maar ik ga nu over op zes krachttrainingen per week’, zei hij monter in de coulissen van het Centro Natatorio Bruno Bianchi.

Hij deed in het najaar, in een zucht naar nieuwe ontwikkelingen, een creatinekuur van drie weken, maar stopte vrij snel omdat die hem eerder meer kwaad dan goed leek te doen. Hij nam drie shakes per dag. Weken voelde hij zich beroerd. ‘Tot eergisteren was ik hier niet in topvorm.’

Het voedingssupplement, bedoeld voor meer volume en een langer aanhoudend sprintvermogen van de spieren, had hem zwaarder moeten maken en meer kracht moeten geven. Het laatste lijkt gelukt, het eerste is uitgebleven. ‘Ik neem niet gemakkelijk in gewicht toe.’

De Amsterdammer gaat met zijn aanpak in tegen een wetenschappelijk onderzoek dat onlangs werd gepresenteerd. Dat heeft uitgewezen dat krachttraining (op land) geen voordelen biedt voor de zwemmer. Trainen in het water verdient volgens de onderzoekers de voorkeur.

Kenkhuis: ‘Ik neem dat onderzoek niet serieus. De proefpersonen waren mensen van de academie lichamelijke opvoeding. Die zijn niet te vergelijken met topzwemmers. Wij grijpen water, zij niet.’

Op dit gebied van onderzoek en kennis beweegt Kenkhuis zich graag. Hij had zich onlangs in Dordrecht laten bijpraten door een man van de praktijk: Mark Foster. Die kwam er wat geld ophalen, maar was niet te beroerd iets van zijn kennis over te dragen. De inspiratie van deze oudere zwemmer om altijd maar door te gaan, is ongeëvenaard. Hij heeft het nooit over stoppen.

In Florida trainde hij onlangs harder dan ooit, zei hij. Bij anderen staat Foster juist als lui bekend. Op de 50 meter is hij echter een fenomeen.

Het spektakel van acht mannen die elkaar na tweemaal 25 meter slechts driekwart seconde toegeven, werd qua niveau nog overtroffen door de races die gisteren in Triëst twee wereldrecords opleverden.

De rugslagzwemmer Markus Rogan uit Oostenrijk en de wisselslagspecialst Laszlo Cseh uit Hongarije bewezen dat zij voor de Amerikanen die op dit moment heersen (Peirsol en Phelps) een heuse bedreiging kunnen zijn.

Meer over