Nieuws

Kamminga verovert tweede zilveren medaille op 200 meter schoolslag

Arno Kamminga heeft zilver gewonnen op de 200 meter schoolslag. Het is zijn tweede zilveren medaille van deze Olympische Spelen. Het kwam in de geschiedenis zelden voor dat een zwemmer op de Spelen op beide afstanden het podium haalde.

Arno Kamminga in Tokio. Beeld AP
Arno Kamminga in Tokio.Beeld AP

Voor de tweede zilveren medaille van schoolslagzwemmer Arno Kamminga, een ongekende olympische oogst, moest de taaie Katwijker door de eigen pijngrens heen. De laatste twintig meter van het 200-nummer brandden zijn longen als nooit tevoren. Het was, zei hij, alsof er messen in al zijn spieren werden gestoken. Het zal hem zwart en rood voor ogen zijn geweest. ‘Of je in de fik staat’, zo omschreef hij de fysieke ervaring over het loodzware nummer, waarbij de armen ongenadig op hun donder krijgen.

Kamminga (25) is een bijzondere zwemmer op de schoolslag. De specialisten van de 100, de rukkers en rammers zoals kampioen Adam Peaty, hebben niets op de dubbele afstand te zoeken. Daar zijn het de mannen met uithoudingsvermogen, met de zogenaamde ‘duurslag’, die de koers bepalen. Daar is tactiek aan de orde, race-indeling om de concurrenten te snel af te zijn. Kamminga kan beide.

Hij wees op zijn eigen allround kwaliteit door het voorbeeld van de Japanner Kosuke Kitajima aan te halen. Die werd in 2004 (Athene) en 2008 (Beijing) olympisch kampioen op de 100 en de 200 meter schoolslag. Daarna lukte niemand dat meer. Tot 2021. Kamminga, met zijn dubbele zilver, is dertien jaar later een trede lager in diens Japanse voetsporen getreden. De kenners weten hoe knap dat is.

De winnaar van donderdagochtend, de Australiër Izaac Stubblety-Cook, werd zaterdag 24ste op de 100 school, met 1.00,05, dik twee seconden achter Kamminga die toen een Nederlands record van 57,80 zwom. De Australiër had twee dagen (zondag en maandag) extra rust kunnen nemen. Kamminga kwam dagelijks aan de start, bepaald een groot verschil in geleverde energie.

De Nederlander deed in de finale van de 200 wat hij moest doen. Hard afgaan. Hij zwom op de eerste 100 ‘één blank’, 1.00,09, ‘de snelste 100 op de 200 ooit’, zo wist de zwemmer zeker. Stubblety-Cook lag halverwege vierde, op 1,7 seconden achterstand van de royaal leidende Nederlander. De Australiër verkleinde de marge tot 1,2 in de volgende 50 meter. Op de laatste baan, van 150 naar 200 meter, de bevrijdende muur, zette hij aan. De Australiër deed over dat beslissende stuk 32,21. Voor Kamminga was de brandstof op: 34,03. Hun tijden: 2.06,38 om 2.07,01.

Uitgekiend plan

Het was een uitgekiend plan, om te winnen en als dat niet zou lukken hoog te eindigen. Belangrijk was dat de Europees kampioen van twee maanden geleden, de Rus Anton Tsjoepkov, de wereldrecordhouder (2.06,12), na 150 meter stuk gezwommen zou zijn en niet meer het vermogen zou hebben Kamminga te bedreigen.

Die strategie klopte. Tsjoepkov, in Boedapest, nog de man die van achteren voorbij kwam, werd nu vierde. Kamminga’s armen mochten het dan niet meer willen doen, hij bleef op de slotmeters trekken als een bezetene. ‘Ook als de pijn je verschrikkelijk afleidt, moet je de handen blijven zetten.’

Tweemaal zilver is nog geen goud, maar die filosofie is aan Kamminga niet besteed. ‘Ik ben als zwemmer nog jong. Dit is het begin. Dit waren mijn eerste Spelen. Ik ga met mijn coach Mark Faber nog harder trainen. Heb nu alweer zin in een volgend blok van hard trainen. Ik ben nog niet aan mijn plafond.’

Parijs 2024 wordt zijn doel. Het zal, ondanks dat heerlijke optimisme van Kamminga, niet gemakkelijk worden nog beter en sneller te worden. Hij beseft het: ‘Er zijn geen shortcuts. Je mag nergens de gemakkelijke weg kiezen.’

Meer over