interviewjurist marjan olfers

Jurist Marjan Olfers: ‘Voor profsporter gaat het om vrijheid van arbeid’

NOCNSF heeft te weinig oog voor de belangen van individuele topsporters, meent Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht. Door trainingslocaties te sluiten komen de rechten van professionele sporters in het geding.

Marjan Olfers.Beeld Aurélie Geurts

Het IOC wenst voorlopig niet te morrelen aan de data van de Olympische Spelen en tegelijkertijd houdt NOCNSF alle trainingslocaties in Nederland gesloten. De topsporters zitten daardoor gevangen tussen conflicterende belangen, constateert Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht aan de VU.

NOCNSF besloot afgelopen zondag in navolging van de strengere adviezen van het RIVM in de corona-crisis om alle sportlocaties te sluiten. Dit besluit gold niet alleen voor clubgebouwen, zwembaden en amateurvelden, maar ook voor trainingslocaties van topsporters. ‘Rigoureus en pijnlijk’, noemde Hendriks het op NPO Radio 1.

Olfers: ‘Ik heb begrip voor dat besluit. NOCNSF spreekt voor alle niveaus in de sport, niet alleen de top, maar ook voor de breedtesport.’ En omdat de regering opriep zoveel mogelijk het sociale contact te vermijden, is het niet meer dan passend om de sport stil te leggen. ‘Maar tegelijkertijd is er in Nederland nog geen sprake van een totale lock down. Om met een groepje te gaan trainen, staat iedereen volledig vrij.’

Dat wringt. Wie altijd met een groepje vrienden een potje voetbalt in het park, kan dat nog steeds doen. Het is wellicht tegen het overheidsadvies, maar niet verboden. Topsporters kunnen, als ze NOCNSF volgen, niet trainen zoals ze altijd deden. Het is daarom nauwelijks verwonderlijk dat ze niet allemaal de lijn van Hendriks volgen.

Begin deze week gingen op Papendal toch atleten de atletiekbaan op, al was die officieel gesloten. Inmiddels is aan dat ‘misverstand’, zoals de Atletiekunie het noemde, een einde gemaakt. Vrijdag lieten zeilers en roeiers in de Volkskrant weten ook gewoon verder te trainen. ‘Op de Noordzee zie ik geen kans om het coronavirus op te lopen’, zei zeilbondscoach Jaap Zielhuis.

De rol van de coaches is er een om scherp in de gaten te houden, vindt Olfers. ‘Er bestaat een afhankelijkheidsrelatie tussen sporter en coach. Hoe vrij ben je als sporter om zelf een goede belangenafweging te maken? Traditioneel draait het voor sporters om eten, trainen en slapen. Aan het advies van de coach wordt grote waarde gehecht. Daarom is het goed dat NOC een positie inneemt. Dan weet de atleet beter welke belangenafweging er gemaakt is en kan indien coach door wil met groepstrainingen daar eenvoudiger tegenin.’

Ondertussen schuift het IOC de beslissing over het doorgaan van de Spelen in Tokio voor zich uit. Pas eind mei zal het comité het finale oordeel vellen. Die treuzelende houding leidt tot spanning, ziet Olfers. ‘Sporters willen fit blijven en blijven trainen en dat kan niet zomaar thuis. Judoka Kim Polling zei deze week al: ‘je kunt moeilijk met je ouders judoën’.’

Hoogspringer Douwe Amels vatte datzelfde gevoel vrijdag op Twitter treffend samen. ‘Het liefst blijf ik thuis. Toch ga ik zo trainen. Ik word geacht om fit te blijven voor de Spelen. Neem ik nu de beslissing om niet te gaan trainen, dan neem ik indirect de beslissing om niet mee te doen aan de Spelen. Een duivels dilemma’, schreef hij.

De afweging van een grote organisatie als NOCNSF, die kiest voor de gezondheid en veiligheid van een brede groep sporters, botst met het prestatieve doel van de individuele topsporter. En dat is vaak meer dan een sportief belang alleen. Olfers: ‘Voor een professional is niet alleen zijn passie en spel in het geding, maar ook de vrijheid van arbeid.’

De rechtspositie van sporters staat ook onder druk als het op dopingcontroles aankomt. De controles tijdens competities liggen op dit moment vanzelfsprekend stil, er zijn immers geen wedstrijden. Maar Herman Ram, directeur van de Dopingautoriteit, benadrukte vorige week dat onaangekondigde controles doorgaan. 

Dat ligt juridisch ingewikkeld, waarschuwt Olfers. ‘Stel je woont bij oude ouders, of hebt een gezinslid dat risico op corona loopt. Laat je dan als sporter iemand binnen? Als je de controleur weigert, bega je formeel een dopingovertreding.’

En wie denkt dat over het missen van een controle in deze tijden wel wat lichter over gedacht wordt, kan wel eens bedrogen uitkomen, denkt ze. ‘Het kan altijd gedoe opleveren.’

Wat de coronacrisis ook laat zien is dat er een heel aantal kwetsbare sporters is: de kleinverdieners. ‘Vooral financieel staan sporters nu onder druk. Neem het wielrennen. Iemand als Tom Dumoulin komt de zomer wel door, maar eronder is het zorgelijk. In de kleinere ploegen krijgen coureurs soms betaald voor het aantal wedstrijden dat ze rijden.’ Als de ploegen die contracten naar de letter volgen komen de kleine renners er dit seizoen bekaaid vanaf.

Aan solidariteit ontbreekt het sowieso vaak in de sport. ‘Machtige organisaties bulken van het geld. Zij kunnen wellicht ook een deel van de verantwoordelijkheid nemen. Wat doen zij voor de sporters die hun evenementen maken?’

Dat geldt niet alleen bij deze virusuitbraak. Sportorganisaties mogen zich in het algemeen meer bewust zijn van de kwetsbaarheid van topsporters, vindt Olfers. ‘Het is een plicht om je af te vragen: zorgen we goed voor onze sporters?

Meer over