Reportage

Judoka Van Dijke omarmt bronzen plak toch met een glimlach

Sanne van Dijke moet zich tevreden stellen met een bronzen medaille in de klasse tot 70 kg. Een tikkeltje teleurstellend na een zwaar jaar waarin ze alleen aan goud had gedacht.

Sanne van Dijke wint brons in de klasse tot 70 kg en deelt haar zege met haar vorig jaar overleden broer. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Sanne van Dijke wint brons in de klasse tot 70 kg en deelt haar zege met haar vorig jaar overleden broer.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Olympisch judoën is zwaar, zeker een tocht naar de bronzen plak zoals Sanne van Dijke die woensdag meemaakte, maar toch niet te vergelijken met de kwalificatie zoals die zich in Nederland in de categorie tot 70 kilogram ontrolde. Dat was de vinnige strijd tussen Van Dijke, de Europees kampioen van dit jaar, en de voormalige nummer één van de wereld, Kim Polling, die zich op basis van haar verleden de voorkeurskandidaat waande.

Van Dijke won die nationale strijd, in april beslist door een commissie en bevestigd door juridische panels, maar het onderlinge duel was zo zwaar geweest dat de judoka uit Heeswijk-Dinther het niet kon laten haar wedstrijdenreeks in de Budokan te vergelijken met de spanning die ze eerder had ondervonden.

‘Samen op zo’n EK, dan zoveel druk aankunnen, het op dat moment laten zien. Als dat lukt, met alle respect: niemand van jullie hier zal dat kunnen, dan komt er daarna niks meer in de buurt’, was de uitleg van de 25-jarige Brabantse, die mogelijk iets te veel in de tijd terug spoelde in de beleving van haar succes.

Gebrek aan zenuwen

In Tokio had zij, gek genoeg, gekampt met een gebrek aan zenuwen. Ze stond ook niet stijf van de spanning. Ja, het was wel spannend, maar niet zo spannend als eerder dit jaar. Het duel met Polling. Dat was de rode draad in het verhaal.

Van Dijke stikte na die besliste kwalificatie ook van het zelfvertrouwen. Zíj had, hier in Tokio, in de olympische finale moeten staan en niet de Oostenrijkse Michaela Polleres, die haar de weg naar de eindstrijd versperde.

Ook Van Dijke was, net als collega Van ’t End, gekomen voor goud. Het zou een historische medaille zijn geweest. Nederlandse vrouwen in het judo hebben die medaille nog nooit omgehangen gekregen. ‘Goud, ja, dat was hier mogelijk. Ik verlies van een meisje (Polleres uit Oostenrijk, red.) waarvan ik niet mag verliezen.’

Toen het dan aan het eind van de lange judodag om de bronzen medaille ging, tegen de lange Duitse Giovanna Scoccimarro, was ze vlak. Ze had er de pee in, baalde van de gemiste finale. Ze zag niet veel in die afsluitende wedstrijd, maar ze sprak zichzelf toe. Coach Micha Bazynski sloeg haar op de bips, de schouders en de benen om haar alert te maken.

Het was haar innerlijke overtuiging die maakte dat ze het toch met volle kracht ging aanpakken. ‘Sanne, je doet dit niet voor jezelf. Je doet het voor je broer en je familie.’

Het is verhaal van haar broer Steven, de jongen die de kleuter Sanne al meesleepte naar de training in Berlicum. Hij stapte vorig jaar uit het leven. Hij is nog elke dag in haar gedachten.

Meteen na de felbevochten overwinning, afgesloten met een fraaie o-goshi-techniek, de heupworp, wees Van Dijke naar de hemel, maakte een hartje met beide handen. Het gebaar was duidelijk. De emotie kwam even later. ‘Hij had dit graag meegemaakt. En ik had hem er graag bij gehad.’

Trots

Ze had, verklaarde ze zich nader, niet per se alleen voor Steven gejudood. ‘Alles wat ik doe, doe ik natuurlijk voor mezelf. Dit is mijn droom, deze olympische medaille die ik geweldig vind. Maar ik kan niet echt níét aan hem denken. Het krijgt zo meer lading. Ik wil graag dat hij daar boven, als daar iets is tenminste, trots is. En ziet dat we het heel lastig vinden, dat we hem liever hier hadden gehad en het als familie nog zo mooi mogelijk maken.’

Zo stond een judotoernooi op het allerhoogste niveau, gewonnen door de Japanse krachtvrouw Chizuru Arai, in het teken van verwerking. Er zijn grotere dingen dan sport, dat was de boodschap van Sanne van Dijke, meisje dat in haar jeugd niet tegen verlies kon, dat tegen betonnen palen trapte op zulke dagen en ‘tot het gaatje en weer terug’ kon gaan.

De Olympische Spelen vond ze vorig jaar ‘maar een judotoernooitje’. Het brons had ze niet willen waarderen, niet juichen had ze zich voorgenomen, maar toen ze dan in de verlenging haar Duitse tegenstander technisch fraai tegen de tatami wierp, was er toch vreugde. Van Dijke was weer even de judoka die innig van haar sport hield; niet de vrouw met littekens van een zwaar jaar.

Meer over