Judoka blijft bezig met zijn eigen gebouw

Dennis van der Geest is bezig een gebouw neer te zetten. Hij bedoelt dat zijn loopbaan nog in een pril stadium verkeert en dat hij nog heel hard aan zijn lijf werkt....

door Willem Vissers

HET WAS 4 mei, Dodenherdenking, en de topjudoka's van Kenamju, de bekende kampioenenclub uit Haarlem, trainden in de dojo. Om precies acht uur legde Cor van der Geest de sessie stil. Hij vertelde over D-Day, de landing van de geallieerden op de kust van Normandië in 1944. De eerste rijen jonge soldaten waren kansloos. Dat wilde hij, de trainer die zelf net na de oorlog is geboren, zijn leerlingen op deze bijzondere avond even meegeven.

Na de training zegt Dennis van der Geest: 'Op het moment dat je, tijdens de judotraining, lichamelijk helemaal stuk zit, is het fijn om te kunnen relativeren. Kijk, zoals ik er nu uitzie, was ik in de oorlog waarschijnlijk ook naar het front gestuurd. Als jongere kun je je eigenlijk niets voorstellen bij een begrip als oorlog. Maar al de jongens die hier staan te sporten, zouden in geval van oorlog ongetwijfeld degenen zijn geweest die vooraan moeten gaan in de strijd.

'Ik probeer tijdens die twee minuten stilte niet alleen aan de oorlog te denken, maar ook aan de Europese Kampioenschappen. Op die momenten weet ik weer dat ik niet moet zeuren over pijn in mijn rug; òf dat ik me niet moet beklagen omdat ik bij de Open Nederlandse zo ongelukkig op mijn kont ben gegaan. Wat stelt dat eigenlijk allemaal voor in het licht van het werkelijke leed. Eigenlijk is het pure luxe wat wij doen.'

Dennis van der Geest was de opvallendste Nederlandse judoka van het afgelopen jaar. Hij behaalde een zilveren medaille tijdens de EK in Oostende en pakte brons op de WK in Parijs. Met de nationale ploeg won hij bovendien in Rome de Europese titel.

Sindsdien is hij een min of meer bekende Nederlander, die meer dan voorheen tegen vergoeding wel eens een judolesje geeft op school, een klusje opknapt voor uitzendbureau Randstad of te gast is op een seminar. En oh ja, hij kreeg ook nog vijfhonderd gulden van de judobond voor zijn WK-medaille.

De student aan de HEAO in Haarlem zou blij zijn met een ander topsportklimaat in Nederland, hoewel NOCNSF al veel ten goede heeft veranderd. 'Hier wordt topsport gezien als een vorm van luxe, in een land als Duitsland is het gewoon werk. Hoe zou het zijn als ik geen andere zorgen had dan alleen maar het judo? Dat ik zou studeren in mijn eigen tempo en geen gezeur had met afstudeeropdrachten en andere toestanden.'

Van der Geest loopt stage bij Baas en Roost, een bedrijf in informatietechnologie in Utrecht. Een mooie stageplaats, maar de voorbereiding op de EK nam zoveel tijd in beslag dat hij nauwelijks aan zijn werk toekwam. 'Ik heb ze gebeld en eerlijk gezegd dat ik niet genoeg tijd aan mijn baantje kon geven; ik kan in deze fase geen gezeur aan mijn hoofd hebben. En ik stop liever op tijd dan dat ik het maar een beetje laat aanmodderen.'

Gelukkig voor hem reageerde zijn baas uitermate positief. Hij mag na het EK gewoon terugkomen.

Het Oost-Duitse systeem was zo slecht nog niet, vindt Van der Geest. Hij doelt dan met name op het feit dat sporters in het voormalige Oostblokland alleen maar sporters waren. Natuurlijk verfoeit hij de negatieve bijwerkingen, zoals het systematische gebruik van dope en soms zelfs de gedwongen toediening van andere verboden middelen. Natuurlijk ook heeft hij zijn bezwaren tegen de afstomping van het individu en tegen de verheerlijking van het politieke systeem door sportprestaties.

'Het is gevaarlijk als je mensen hersendood maakt, maar het zou fijn zijn 's ochtends je bed uit te stappen en alleen aan de twee trainingen van die dag te hoeven denken. Topsport als werk, plus de gelegenheid om je te kunnen ontplooien. Dus niet dat je na je sportieve loopbaan de kans loopt aan de lopende band te worden gezet omdat je door de sport tien jaar lang dom bent gehouden.'

Hij zou het ideaal vinden als een bedrijf geld in de sport zou steken en de atleet tevens in staat stelt te studeren. Langzaam groeit de sporter in dat geval het bedrijf in en tijdens zijn sportloopbaan is hij tevens nog een soort vaandeldrager. 'Ik ben ervan overtuigd dat topsporters meer kunnen betekenen voor een bedrijf dan veel anderen. Zij zijn gewend door te zetten, hebben naast een goed gevoel voor discipline een winnaarsmentaliteit; ze zijn vaak creatief bovendien.'

Toch wil hij niet klagen. Een jongen kiest niet voor de judosport om rijk te worden. Het heeft geen zin jaloers te zijn op voetballers die de premie voor de wereldtitel van 140.000 gulden aan de karige kant vinden. Van der Geest reisde de hele wereld over, was meerdere keren in het mekka van het judo Japan, waar hij zag hoe judoka's met een ijzeren discipline duizenden keren, uren achter elkaar, dezelfde worp inzetten.

En de bond betaalt zijn uitstapjes. 'Ik probeer liever naar beneden te kijken, naar mensen die het minder hebben dan ik. Als je dat doet, ben je eerder tevreden.'

Hij wil wat bereiken met judo. De olympische titel van Sydney, dat is zijn droom. 'Dan ben ik all mighty. Als ik dertig jaar ben wil ik kunnen zeggen: dít heb ík gedaan. Ik wil iets in mijn sport hebben gepresteerd waarop ik heel trots kan zijn.'

Met Van der Geest ging het dit seizoen minder dan vorig jaar. Hij werd ziek, had een ijzertekort en kampte met vermoeidheid. Tijdens een toernooi in Parijs verloor hij reeds in de eerste ronde. Bij de warming up voelde hij al dat het verkeerd zou gaan, toen zijn clubgenoot Ben Sonnemans hem zomaar twee keer keihard tegen de mat gooide.

Bij latere A-toernooien volgde herstel, met tweede en derde plaatsen, maar hij herkende eigenlijk zijn eigen judo niet meer. Dit was een andere Van der Geest. Hij miste soms de concentratie, de motivatie, en hij begreep niet waarom.

Want hij trainde hard, misschien wel te hard. Hij is bezeten van judo, net als zijn vader Cor en zijn broer Elco, en wil graag laten zien dat hij de grote kampioen van de toekomst is. De gedachte dat het eigenlijk een 'niksjaar' is bracht slechts een lichte vorm van troost. 'Voor een terugval is dit het beste jaar. Geen WK, geen Olympische Spelen. Ik wil vlammen op de EK en een week later tijdens de Europa Cup, opdat ik daarna dat gebouw kan neerzetten dat ik nodig heb. Ik moet sterker worden, verder groeien. Hoe breder ik de fundering maak, hoe hoger de piek kan worden.'

Want hij is pas 22 en zijn concurrenten zijn doorgaans een stuk ouder, ervarener. Hij zegt dat het vervelend is als je derde van Europa bent, maar van jezelf weet dat je eigenlijk aan je plafond zit en bovendien al tegen de dertig loopt. 'Ik kan in alle facetten nog groeien. Aanvalstechnieken leren, tactisch slimmer worden.'

Vader Cor vertelt hem wel eens dat hij de realiteit uit het oog verliest. Zoon Dennis wil het liefst zijn tegenstander werpen, ippons scoren, maar dat is onmogelijk in het hedendaagse topjudo. 'Ik raak gefrustreerd als ik mensen niet kan werpen wanneer ik dat wil. Dus wanneer ik een techniek vol inzet, maar de tegenstander desalniettemin niet valt. En waarom gebeurt dat niet? Omdat die tegenstander 140 kilo weegt en met twee palen op mijn borst staat. Die krijg je gewoon niet om, daar moet je geduld voor hebben.'

De meeste tegenstanders in de klasse alle categorieën zijn veel zwaarder dan Van der Geest. Het zijn soms kolossen met dikke speklagen van soms wel 160 kilo. Dat is een kilo of vijftig meer dan de Haarlemmer die niet van plan is erg veel zwaarder te worden.

'Toename van mijn gewicht moet een logisch gevolg zijn van wat ik doe. Ik ben zwaargewicht, maar nog steeds niet echt dik. Natuurlijk, er zit een beetje vet op maar als ik de buikspieren aanspan, zie je ze nog steeds. Ik beweeg ook fijner zo en mijn lichaam past bij mijn judo.'

Zijn zelfvertrouwen kreeg een knauw na de nederlagen van dit seizoen. Tijdens de Open Nederlandse verloor hij zelfs van een onbekende Amerikaan, waarop concurrent Danny Ebbers erin slaagde het toernooi te winnen.

Ebbers mag nu ook naar de EK. Vorig jaar dwong Van der Geest nog via de rechter een startbewijs af voor beide zware categorieën. Nu heeft hij Ebbers nota bene weer in het zadel geholpen en baalt daarom ook flink dat diens trainer Visser onlangs weer flauw deed over de rechtszaak van vorig jaar.

Het wachten is nu op de vorm. Van der Geest beseft dat die van de ene op de andere dag terug kan zijn. In ieder geval heeft hij altijd steun van zijn judogekke familie. Wat hij zo waardeert in vader Cor? 'Als het niet goed met mij gaat, geeft hij me het gevoel dat het ook niet goed met hem gaat. Hij geeft me dan het gevoel dat we het samen goed waardeloos hebben. Dat vind ik heel mooi.'

Meer over