ProfielJorrit Bergsma

Jorrit Bergsma is na 22.000 rondjes nog lang niet klaar met linksom rijden

Een meisje vraagt voor de start van de marathon de handtekening aan Jorrit Bergsma. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Een meisje vraagt voor de start van de marathon de handtekening aan Jorrit Bergsma.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Jorrit Bergsma (36) doet vandaag op de 10 kilometer in Beijing opnieuw mee om de medailles. Meer dan 22.000 rondjes heeft de Friese marathonman al gereden, maar hij kan ook goed loslaten. ‘Na de vakantie komt hij aan met een grote baard en een paar kilo te zwaar, maar een paar maanden later rijdt hij iedereen er weer helemaal af.’

Dirk Jacob Nieuwboer

Geen flauw benul heeft Jorrit Bergsma. Al zijn hele leven schaatst hij rondjes, maar hij heeft geen idee hoeveel het er zijn. ‘Daar ben ik nooit mee bezig’, zegt hij als hij het indrukwekkende getal hoort. ‘Grappig zeg, dit is toch wel heel bijzonder.’

Als hij de 10 kilometer in Beijing uitrijdt, zit hij op 22.190 wedstrijdrondjes. Dat zijn er ruim viermaal zo veel als leeftijdgenoot en concurrent Sven Kramer, die nauwelijks marathons heeft gereden. Geen actieve topschaatser heeft meer wedstrijdkilometers afgelegd.

Waar anderen last krijgen van kwalen, lijkt Bergsma weinig last te hebben van levenslang linksom rijden. ‘Aan het begin van het seizoen merk je het soms wel’, zegt hij na een marathon in de catacomben van Thialf, ‘dan voelt je linkerbeen vermoeider. Dan moet je het even een paar weken met massage losmaken.’

Maar eigenlijk heeft hij daar de laatste jaren juist minder last van. Van een afwijking naar links merkt hij niets. Last van zijn rug, zoals veel andere schaatsers, heeft hij niet. ‘Het scheelt misschien dat wij niet in de gewichten hangen. Veel schaatsers met rugproblemen zijn daar gewoon te zwaar mee in de weer geweest. Ik ben wel een paar keer lichtelijk overtraind geweest, maar dat is vijftien jaar geleden. Ik ben gewoon gezegend met een goed lichaam.’

Zo goed dat hij op zijn 36ste nog mee kan met de besten. In zijn carrière was Sven Kramer lang zijn grootste concurrent op de 5 en 10 kilometer, later kwamen daar Ted-Jan Bloemen, Patrick Roest en Nils van der Poel bij. In 2014 won hij in Sotsji de 10 kilometer, vier jaar later in Pyeongchang zilver en ook nu doet de Fries mee voor de medailles.

Omslagpunt

Niet gek voor iemand die bij schaatsvereniging De Pinguins in Grou nauwelijks opviel. ‘Met Sven Kramer was er echt een omslagpunt’, zegt Guido Berends, die in zijn puberjaren veel schaatswedstrijden heeft gewonnen. ‘Toen ik 15, 16 was, groeide ik niet meer en schoot hij me echt voorbij. Maar Jorrit kwam in dat hele verhaal niet voor.’

Jan Boelen, oud-voorzitter van De Pinguins, herinnert zich nog wanneer Bergsma’s talent voor het eerst werd herkend. ‘Jorrit vroeg op een gegeven moment of hij met de senioren mee mocht trainen.’ De groep trainde in de zomer ook op de skeelerbaan in Wolvega. ‘Daar reden ook veel marathonrijders. Die hadden hem al snel in de gaten.’

Pas in de marathonwereld kwam Bergsma echt tot bloei. Jouke Hoogeveen, teamgenoot in een van zijn eerste ploegen, was al snel onder de indruk. ‘En vooral van zijn zelfvertrouwen, ook al bakte hij er toen eigenlijk nog niks van’, zegt Hoogeveen. ‘Op de Weissensee had ik een keer hongerklop, de rest viel veel te vroeg aan en Jorrit was gelost uit de kopgroep. Na afloop zei hij: als ik nou een keer goed train, dan moet ik dit toch makkelijk kunnen winnen hier.’

Inmiddels heeft Bergsma drie gewonnen op de Weissensee: twee keer de open NK natuurijs (100 km) en een keer de Alternatieve Elfstedentocht (200 km). Ook op Nederlands natuurijs won hij al twee keer de NK marathon. En dan zijn er nog al die gewonnen marathons op kunstijs - op Nieuwjaarsdag werd hij nog Nederlands kampioen - en zijn medailles op WK’s en de Olympische Spelen.

Gevoelsleven

‘Nu Sven een beetje op zijn retour is, is hij de meest complete schaatser’, zegt Hoogeveen. Niemand beheerst meer afstanden dan hij: van de 5 tot 200 kilometer. ‘Op de langere afstanden heeft hij de effectiefste techniek; het is puur ritme. Als het in zijn hoofd rustig is, kan hij alles winnen.’

Uiterlijk lijkt hij altijd de rust zelve, maar zijn trainer Jillert Anema grapte onlangs dat Bergsma ‘een rijk innerlijk gevoelsleven’ heeft. In de aanloop naar het kwalificatietoernooi voor de vorige Spelen werd de stress hem bijna te veel. Hij schrok meerdere keren midden in de nacht wakker. Pas toen hij het hotel verliet en naar huis in Aldeboarn ging, lukte het weer om te slapen.

‘Dat ik al een keer olympisch goud heb gewonnen, helpt niet te relativeren’, zegt Bergsma. Hij is niet iemand die opschept over zijn talent of zijn prestaties, maar ambitieus is hij wel degelijk. ‘Je wilt toch steeds winnen en de concurrentie aangaan met die mannen. Anders ben je misschien ook niet gretig genoeg.’

Op jacht naar nieuwe prijzen schaatste hij inmiddels 12.692 wedstrijdkilometers bij elkaar, ongeveer anderhalf keer de afstand van Aldeboarn naar Beijing. Het is een duizelingwekkende afstand, maar volgens Hoogeveen weet Bergsma waar zijn grenzen liggen. ‘Veel sporters trainen tijdens hun vakantie, dat doet hij niet. Hij gaat vaak met zijn vrouw Heather naar Amerika. Biertjes drinken en pizza eten, daarvan kan hij dan wel genieten.’

Als Bergsma zich dan in mei weer meldt, kun je zien dat hij er echt even uit is geweest. ‘Dan komt ie-daar aan, met zijn benen onder het haar, een grote baard en een paar kilo te zwaar. En dan is het ook helemaal niks, maar een paar maanden later rijdt hij iedereen er weer helemaal af.’

Bergsma moet lachen als hij het hoort na de marathon in Heerenveen, die hij wist te winnen. ‘Dat was na Sotsji toen ik net olympisch kampioen was geworden. In Amerika is het allemaal anders, ook minder gezond. Dan laat je de teugels wel even vieren. Nu ik wat ouder ben, moet ik er meer op letten, maar ik kan het nog steeds goed rustig aan doen.’

‘Stakker’

Wat vooral helpt, is dat hij het schaatsen heel leuk vindt. Zeker de marathons. In Thialf is te zien hoe erg hij op zijn gemak is in het peloton. Hij groet voortdurend mensen, geeft een vuist aan een bekende, maakt een praatje met oud-schaatsers.

‘Dit zijn mijn mensen’, zegt Bergsma. ‘Dat klinkt misschien een beetje apart, maar hier voel ik me altijd thuis. Bij het langebaanschaatsen zijn er meer belangen, er hangt altijd een beetje een gespannen sfeertje. De gezelligheid, de jongens onder elkaar, dat speelt hier meer.’

Jaren geleden begon hij zijn marathoncollega’s ‘stakker’ te noemen. ‘Dat was mijn stopwoordje, op de een of andere manier vond ik het grappig’, zegt hij. Wat hij er precies mee bedoelde, weet hij eigenlijk niet.

Hoogeveen denkt dat het zo’n typisch woord is dat ontstaat in een groep mannen. ‘Je wil elkaar genegenheid tonen, maar je moet wel stoer blijven.’ Bergsma: ‘Dat is wel zo, het was klieren, maar eigenlijk zei ik dat gewoon tegen mijn vrienden.’

Tot het uiterste

Als het hem zelf ligt, blijft hij nog jaren rondjes rijden. Hij sluit niet uit dat hij over vier jaar nog een gooi doet naar de Spelen. ‘Misschien haal ik de 30 duizend rondjes wel. Als je zo naar de cijfers kijkt, kun je denken dat het saai is, maar iedere wedstrijd is weer anders. Je probeert jezelf steeds tot het uiterste te drijven en de concurrenten te verslaan.’

Met nog één ronde te gaan, demarreert Jorrit Bergsma en wint de marathon in Thialf. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Met nog één ronde te gaan, demarreert Jorrit Bergsma en wint de marathon in Thialf.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Meer over