Nieuws

Joris van Gool snapt de ultrakorte sprint steeds beter

Joris van Gool (22) wil altijd, op welk moment dan ook, eraan worden herinnerd waar hij het voor doet: zo snel mogelijk razen naar de finish verderop, 60 meter in een sporthal, 100 meter op een buitenbaan. Een blik op de cijfers en hij voelt de overtuiging in aderen en spiervezels trekken.

Joris van Gool en Raphael Bouju in actie. Beeld BELGA
Joris van Gool en Raphael Bouju in actie.Beeld BELGA

Tot voor kort schreef de Rijenaar zijn laatst gelopen tijden altijd met een pen op zijn pols, zoals die 6,58 op de 60 meter, een Nederlands record, begin deze maand gelopen in Dortmund. Wel vervelend dat na een paar keer wassen de cijfers onzichtbaar waren.

Hij verzon een oplossing met langere adem. Een kunstenares ontwierp een armband met een rechthoekig huisje, waarin vier vierkante blokjes met cijfers kunnen worden geschoven. Pas in de callroom, de verzamelplek voor atleten vlak voor de race, doet hij het sieraad af.

Hij speelt niet het mooie weer voor zichzelf. Toen hij afgelopen zaterdag de baan van Omnisport in Apeldoorn betrad voor de NK Indoor, stonden er vier hatelijke nullen naast elkaar. In zijn voorlaatste wedstrijd, in Liévin, Frankrijk volgde diskwalificatie na een valse start. ‘Ik zet er goede en slechte resultaten op. Ik weet: zoals in Liévin moet het in elk geval niet meer. Het houdt me gemotiveerd.’

Hij daverde in Apeldoorn naar 6,62, goed voor prolongatie van de titel en met ruime voorsprong op de concurrenten. Degene die hij als zijn voornaamste tegenstander ziet, de nog maar 18-jarige Raphael Bouju, kwam hinkend over de finish, met kramp in de kuit. Van Gool sprak van een ‘nette’ race, met een ‘redelijke’ start en een ‘goede’ laatste fase. Hij had op wat meer competitie gehoopt, zoals in de wedstrijd waarin hij zijn record liep. ‘Toen liep de nummer twee pal naast mij. Dan voel je meer overlevingsdrang en loop je nét wat harder. Nu zag ik al vrij snel niemand meer. Dan ga je iets minder agressief naar de finish.’

Van Gool heeft zich genesteld in Europese sprinttop. In 2019 pakte hij al het brons op de EK Indoor in Glasgow en sindsdien vijlt hij in laagjes van honderdsten seconden van zijn beste tijden af op het ultrakorte sprintnummer. Vorig jaar liep hij 6,59 in Polen. Op de wereldranglijst van dit jaar is hij de derde Europeaan, mondiaal staat hij twaalfde. Op de EK Indoor in Torun, Polen, van 5 tot en met 7 maart, behoort hij wederom tot de medaillekandidaten. Hij rekent er ook op dat hij op de 100 meter op de Olympische Spelen van de partij is.

Na zijn Nederlandse record in Duitsland zinspeelde zijn trainer Bart Bennema, die op Papendal de sprintploeg onder zijn hoede heeft, erop dat dit de ‘opmaat naar meer’ was. Zelf gelooft hij er ook in. ‘Ik merk aan alles op de training dat er meer mogelijk is. Alleen dit is zo’n afstand waar niks fout mag gaan.’

Joris van Gool. Beeld BELGA
Joris van Gool.Beeld BELGA

Hij begint de 60 meter steeds beter te doorgronden. Zijn start was altijd een sterk wapen, dankzij zijn explosiviteit en reactievermogen. Met een lichaamslengte van 1.79 meter is hij betrekkelijk klein in het sprintersgilde, waardoor hij in staat is snel na het oprichten naar een hoge snelheid te roffelen. Maar op de laatste meters zag hij langere tegenstanders met grotere passen naast hem opdoemen, waardoor hij zichzelf vaak in grote haast over de finish smeet - dat kost tijd. Van Gool: ‘Het is nu meer in verhouding. Ik blijf nu meer ontspannen, ik maak mijn passen in dat stuk nu mooi vol. Het vertrouwen is er om dat te kunnen doen.’ De techniek is ook wat aangepast: de lengte van de ongeveer dertig schreden die hij maakt, is tegenwoordig net wat groter, twee tot drie centimeter, schat hij. Het resultaat is er volgens hem. Als hij zijn laatste races terugkijkt, ziet hij zijn voorsprong op de meeste concurrenten nauwelijks meer slinken.

Dat hij met zijn sterke optredens op de 60 meter intussen te boek staat als ‘indoorspecialist’ zit hem niet dwars. ‘Het is nu wel terecht. Het valt gewoon op dat het harder gaat. Maar ik hoop niet dat ik dat stempel mijn hele carrière blijf houden. Mijn echte ambitie ligt buiten.’

Op de 100 meter heeft hij nu 10,16 als beste prestatie staan, zijn droom is ooit de barrière van 10 seconden te nemen. ‘Zoals we nu hebben gewerkt aan het laatste stuk op de 60 meter, kunnen we aan de slag met de laatste 40 op de 100. Daar is nog veel te winnen. Dan is het een kwestie van tijd: de goede race, de perfecte omstandigheden, dan kan het ineens 9,9 zijn. Dat klinkt echt niet zo ver weg.’

Het draait volgens hem op die afstand om zowel fysieke als mentale wapening: meer spiermassa, meer geduld. Met zijn begeleiders zoekt hij naar zijn ideale lichaamsgewicht: de krachttrainingen mogen hem niet te zwaar en te breed maken, de extra spieren moeten niet op de armen worden aangemaakt, maar op benen en billen. In de race zal hij moeten aanleren de tijd te nemen om naar zijn topsnelheid toe te werken en krachten te sparen om nog wat over te hebben als de vaart eruit gaat - ‘door het afremmen heen te lopen’. ‘Op de 60 kom je er nog mee weg door alleen maar zo snel mogelijk te bewegen. Op de 100 red je het daar niet mee.’

Zaterdag verdween de nullenreeks van zijn armband. Hij schoof er 0662 in, dat was goed voor het Nederlands kampioenschap. Voor een EK medaille in Polen zal, vermoedt hij, zeker 6,60 nodig zijn. Eén blik op de 2 en Joris van Gool weet weer wat hem te doen staat.

Meer over