Joey Cheek treedt in voetsporen Dan Jansen

De allrounders en sprintsters waren de afgelopen twee jaar al geconfronteerd met de uitzonderlijke aanleg van inline skaters voor schaatsen....

Na Texas (Hedrick) en Florida (Rodriguez) kent nu ook de zuidelijke Amerikaanse staat North Carolina een wereldkampioen schaatsen. Cheek gaf grif toe dat vrijwel niemand in zijn geboortestaat enig benul heeft van zijn favoriete sport. ‘Ik kom nog steeds mensen tegen die denken dat ik aan kunstrijden doe.’

Cheek werd door schaatsen gegrepen tijdens de Olympische Spelen van 1994. Johann Olav Koss, die in het Noorse Hamar driemaal goud won, deed de 16-jarige skeelerkampioen verlangen naar een kennismaking met het ijs. Hij verhuisde niet veel later naar Milwaukee, destijds het centrum van het Amerikaanse schaatsen, en verruilde de wieltjes voor ijzers. ‘Dat was tien jaar geleden. Ik sta al weer zo lang op schaatsen dat skeeleraars als Hedrick mij niet eens meer tot hun groep rekenen.’

Anders dan Hedrick, olympisch kampioen Derek Parra en Rodriguez werd Cheek nooit wereldkampioen op asfalt. Toch paart ook hij wilskracht aan onbevangenheid. In Thialf stond hij vlak voor de beslissende 1000 meter handtekeningen uit te delen aan vrouwelijke fans. De jetlag, door Nederlanders vaak gebruikt als excuus voor mindere prestaties, kreeg geen vat op hem, ook al was hij pas twee dagen voor het WK sprint in Heerenveen gearriveerd. ‘Ik kan het iedereen aanraden’, zei hij met een brede grijns.

Met Cheek werd vooraf rekening gehouden. Bos had hem en Dorofejev, de 29-jarige Rus die dit jaar zijn doorbraak beleefde, in zijn lijstje titelkandidaten opgenomen. Ook Jeremy Wotherspoon behoorde daartoe, maar de viervoudige wereldkampioen uit Canada hielp zijn titelkansen in de eerste 500 meter om zeep. Hij gleed bij zijn eerste stap weg, viel voorover, landde met beide handen op het ijs en zag meteen de nutteloosheid van zijn missie in. ‘Het had geen zin meer.’

Met het wegvallen van Wotherspoon en het ontbreken van tweevoudig wereldkampioen Wennemars (niet gekwalificeerd) ontspon zich een titelstrijd met drie hoofdrolspelers: Cheek, Dorofejev en Bos. Vooral na de eerste dag waren de verschillen uiterst klein. De drie sprinters verdeelden op de 500 en 1000 meter de podiumplaatsen onderling. In het tussenklassement ging Dorofejev aan de leiding, maar Cheek en Bos bleven maar een fractie van een seconde achter.

Hoewel Bos in de aanloop naar het WK herhaaldelijk liet weten dat een wereldtitel in dit olympische seizoen geen prioriteit had, ging hij zaterdagnacht naar bed in de wetenschap dat de tweede zege (hij won in 1998) binnen bereik lag. De 500 meter maakte aan die hoop een einde. Hij liet door een paar minuscule misslagen kostbare tienden van seconden liggen en moest lijdzaam constateren dat zelfs met een uitzonderlijk sterke kilometer de titel buiten zijn bereik zou blijven.

Kort voor de slotrit moest hij zelfs vrezen voor zijn plek op het podium. Tijdens het inrijden werd zijn rechterschaats geraakt door de linkerschaats van de Noor Even Wetten. Tot zijn ontzetting constateerde Bos een deuk in zijn ijzer. Snel gaf hij de schaats ter reparatie aan een materiaalman. Liggend op een mat probeerde hij zichzelf tot rust te manen. ‘Ik was in paniek, natuurlijk. Ik wilde die 1000 meter winnen. Met die deuk had het geen zin gehad om te starten. Ik had er nog geen 1.15 mee gereden.’

Met de herstelde schaats kon Bos zijn podiumplaats veiligstellen, maar de tweede plaats bleef buiten bereik. ‘Met een goede 1000 was ik zeker tweede geworden.’

Cheek, die de tweede 500 meter al had gewonnen, liet vervolgens in een direct duel Dorofejev ver achter zich. Hij toonde zich verguld met de eindzege. ‘Voor een Amerikaan is het bijna heiligschennis om dit te zeggen, maar deze titel is voor mij meer waard dan mijn olympisch medaille. Ik ben wereldkampioen sprint. Mensen zullen Dan Jansen voortaan in een adem noemen met Joey Cheek.’

Toch hoopt de Amerikaan over drie weken in Turijn afscheid te kunnen nemen met goud. Na de Spelen gaat hij economie studeren. Hij heeft ambities buiten de ijsbaan. ‘Of ik president van Amerika wil worden? Ik denk dat het bad karma is te praten over verkiezingen die pas over 20 of 30 jaar worden gehouden. Maar ik wil zeker een verschil maken. Politiek is een van de mogelijkheden.’

Meer over