Schaakrubriek

Joeri Averbach (1922-2022) leerde de wereld het belang van een goed eindspel

Vorige week zaterdag overleed Joeri Averbach, ’s werelds oudste grootmeester, op 100-jarige leeftijd. Zijn bijdrage aan de theorie van het eindspel is ongekend.

Gert Ligterink

In een Duits tv-programma legde de Tsjech Vlastimil Hort eens uit hoe het leven van de schaakprofessional verloopt: ‘Eerst speelt hij toernooien, daarna wordt hij commentator, arbiter of, als het lot hem slecht gezind is, organisator.’ De Rus Joeri Averbach accepteerde alle functies die Hort noemde en nog vele andere. Vorige week zaterdag overleed ’s werelds oudste grootmeester op 100-jarige leeftijd.

Al tijdens zijn beste jaren werd duidelijk dat Averbach tot meer in staat was dan schaken op hoog niveau. Rond 1955 schreef hij zijn eerste boeken over de eindspeltheorie en begeleidde hij jonge vertegenwoordigers van de Sovjet-Unie bij toernooien in het buitenland. Later assisteerde hij de oud-wereldkampioenen Michael Tal en Tigran Petrosian, redigeerde hij twee vaktijdschriften en werd hij een door de topspelers gewaardeerde arbiter.

In de periode 1950-1960 behoorde Averbach tot de twintig sterkste spelers van de wereld. Zijn grootste succes behaalde hij in 1954, toen hij met anderhalf punt voorsprong op Taimanov en Kortsjnoi het kampioenschap van de Sovjet-Unie won. Maar als hèt hoogtepunt van zijn actieve carrière beschouwde hij zijn deelname aan het fameuze, bijna twee maanden durende kandidatentoernooi in Neuhausen/Zürich in 1953. Met een score van 13,5 uit 28 speelde hij een bescheiden rol.

Uit de reacties op zijn dood blijkt hoe belangrijk de door Averbach geschreven boeken zijn geweest. ‘Dankzij hem begon ik iets van eindspelen te begrijpen en werd ik een sterkere schaker’, schreef een dankbare lezer. Ik sluit me graag bij hem aan. Nooit vergat ik het in samenwerking met Smyslov geschreven boek Theorie der Turmendspiele in te pakken als ik vertrok naar een toernooi.

Ook aan de openingstheorie heeft Averbach een belangrijke bijdrage geleverd. Zijn naam zal eeuwig verbonden blijven aan de door hem ontwikkelde variant van het Konings-Indisch, waarmee de volgende partij uit een landenwedstrijd Argentinië – Sovjet-Unie begint.

Averbach – Panno

Buenos Aires 1954

1.d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5. Le2 0-0 6. Lg5 c5 7. d5 a6 8. a4 Da5 9. Ld2 e5?

Deze zet is terecht uit de praktijk verdwenen omdat wit nu kan doen wat hij wil op de koningsvleugel. Correct is 9 ... e6 of, beter nog, 8 ... e6 in plaats van 8 ... Da5.

10. g4 Pe8 11. h4 f5 12. h5 f4 13. g5 Tf7 14. Lg4 Dd8

Of 14 ... Lxg4 15. Dxg4 Db4 16. hxg6 hxg6 17. Dc8!.

15. Lxc8 Dxc8

Met de ruil van de lopers van de witte velden is alle hoop op tegenspel voor zwart vervlogen.

16. Pf3 Lf8 17. Ke2 Tg7 18. Th4 Pd7 19. hxg6 hxg6 20. Dh1 Le7 21. Th8+ Kf7 22. Dh6 Pf8 23. Th1 Tb8

Diagram 1

rv Beeld rv
rvBeeld rv

24. Lxf4!

Dit ‘stukoffer’ kan zwart niet aannemen. Na 24 ... exf4 volgt 25. Th4 Pe6 26. dxe6+ Kxe6 27. Txf4 Kd7 28. Pd5.

24 ... Dc7 25. Dh2! Pd7 26. Dh3 Pf8 27. Txf8+

Elimineert de enige verdediger van veld e6.

27 ... Kxf8 28. De6 Tg8

Diagram 2

rv Beeld rv
rvBeeld rv

29. Ph4 Ld8 30. Pxg6+ Kg7 31. Pxe5

Zwart geeft op.

Meer over