Je bent jong en wilt alleen maar naar Sydney

In Zeist volgen vijftien meiden van 15 en 16 jaar een opleiding tot professioneel volleybalster. Wie wel goed wil worden, maar het leven niet louter uit volleybal wil laten bestaan, valt af....

TYNKE LANDSMEER

GEKWELD DOOR kapotte voeten en moe na twee zware trainingsdagen met de nationale jeugdselectie, ploffen de volleybalsters neer. Klagen doet niemand. De speelsters die worden klaargestoomd voor een plek tussen de vedettes van het Nederlands volleybalteam willen maar één ding. Een tweede Henriëtte Weersing of Cintha Boersma worden.

Om dat te bereiken moet er hard en vooral veel worden getraind. Daarom zijn vijftien meiden van 15 en 16 jaar in november gestart met een opleiding tot professioneel volleybalster. Een opleiding die mentaliteit en doorzettingsvermogen vereist. Alleen de sterksten blijven over en alleen de zeer getalenteerden verwezenlijken ooit hun grootste droom.

Nog niet eerder werd in Nederland met zulke jonge volleybalsters een professioneel getinte opleiding aangevangen. De trainingen zijn volgens bondscoach Bert Goedkoop nodig om concurrentie te kunnen bieden aan de wereldtop. In het beleidsplan 'The road to Sydney' van de stichting Top Volleybal Nederland gaf hij aan dat de programma's in het verleden te beperkt waren om internationaal mee te spelen.

Het gebrek aan geld was zoals altijd het heetste hangijzer. Maar ook de cultuur in het Nederlandse volleybal was er lange tijd niet naar om al op vroege leeftijd met topsport bezig te zijn, zoals dat bijvoorbeeld al wel met turnen en tennis het geval was.

Goedkoop heeft met een nieuwe generatie volleybalsters als Leferink, Fledderus en Visser een andere trend in gang gezet: jonge meiden met een op volleybalgebied volwassen ogende uitstraling en talent, fulltime met hun sport bezig laten zijn.

Die speelsters hadden al een redelijk niveau toen zij twee jaar geleden onder de hoede van Goedkoop kwamen, maar dat geluk valt een coach niet altijd ten deel. Met het nieuwe project heeft hij zelf de hand in hun opleiding. In nauwe samenspraak met Goedkoop worden de speelsters door de trainers Gido Vermeulen en Arjen Boonstoppel opgeleid voor het nationale keurkorps.

Het is zondagochtend nog opvallend stil in de Zeister bossen wanneer de speelsters zich om half elf bij het sportcentrum van de KNVB melden. De sporthal en het sporthotel van de voetbalbond vormen twee dagen per week het onderdak van de speelsters. Daar wordt getraind, gestudeerd, gegeten en geslapen.

Het Zeister bos straalt een serene rust uit. Afleiding voor de speelsters, anders dan een stevige boswandeling, is er niet en daarom kan veel tijd worden gestoken in studie (op zondagmiddag en -avond en maandagochtend om acht uur) en rusten op de hotelbedden.

Op de trainingen wordt veel aandacht besteed aan individuele ontwikkeling. 'We kweken hier geen teamspelers, maar topvolleyballers', zegt Goedkoop. Dat het team werd uitgeschakeld in de kwalificatie voor het Europees jeugdkampioenschap vindt hij daarom niet belangrijk. 'Ik heb liever twee speelsters die de toevoer naar de top kunnen waarborgen, dan twaalf gemiddelde spelers.'

Op maandagochtend komen de vijf in Nederland spelende internationals de training versterken. Het niveauverschil is groot. De jeugdspeelsters zijn niet gewend aan de lengte van het blok en de kracht van de aanval. Alleen in de snelheid van de verdediging doen de jongeren nauwelijks onder. Volgens Bert Goedkoop is het van groot belang dat de speelsters zo vroeg mogelijk wennen aan het hoge tempo van de senioren.

De jeugdspelers worden niet zozeer geselecteerd op hun huidige niveau, dan wel op mentaliteit, doorzettingsvermogen en - niet in de laatste plaats - op lengte. Extreem lange meiden worden op straat of op school aangesproken of ze er iets voor voelen om topvolleybalster te worden. Daarmee neemt de bondscoach een voorschot op de nieuwe liberoregel, waarin lange mensen alleen voor het blok worden gebruikt en achter in het veld worden vervangen door een liberospeelster.

Goedkoop: 'Het hoeven geen volleybalsters te zíjn, als ze het maar kunnen worden. We zijn hier veel bezig met basistechnieken, dus ik ben ervan overtuigd dat zij zich in dit systeem goed kunnen ontwikkelen.'

Wie wél goed wil worden, maar het leven niet alleen uit volleybal wil laten bestaan, valt af. Topsport is meedogenloos. Nooit meer een vrij weekeinde betekent nooit meer logeren bij opa en oma. Nooit meer stappen met vrienden of vriendinnen. Voor jonge speelsters kan die afweging zwaar wegen.

Voor de 16-jarige Alice Blom is de keuze simpel. 'Welke volleybalster droomt hier nou niet van?' Ze verruilde vorig jaar haar ouderlijk huis op Texel voor een gastgezin in Sneek. Omdat volleyballen haar lust en haar leven is en ze op eerste-divisieniveau bij Olympus 2 wilde spelen.

Het eiland heeft ze al heel lang niet meer bezocht en het contact met haar ouders beperkt zich meestentijds tot de telefoon. Want overdag zit ze op school, op dinsdag-, woensdag- en donderdagavond traint ze met de club, op zaterdag speelt ze competitie en op zondag en maandag zit ze met de selectie in Zeist.

'Ik ga nooit met tegenzin naar een training toe. Het is een leuke groep en ik heb het er geweldig naar mijn zin. Ik heb nu mijn vrienden bij het volleybal', zegt Blom laconiek, want tijd voor andere sociale bezigheden is er nauwelijks.

Af en toe gaat ze de stad in om te winkelen en elke avond is er telefonisch contact met haar ouders, maar daarmee is het dan ook wel gezegd. 'Bij een thuiswedstrijd komen mijn ouders kijken en als ik ze heel lang niet heb gezien, komt mijn moeder gewoon een middagje naar Sneek.'

Maar vrije middagen zijn er zelden. De maandag die in Zeist wordt doorgebracht, moet de rest van de week met schoolwerk worden gecompenseerd. Blom doet dit jaar eindexamen van de havo en neemt teksten en luistertoetsen mee naar huis om te oefenen wat ze op school heeft gemist.

De regionale scholengemeenschap Magister Alvinus in Sneek - met drie leerlingen hofleverancier van de jeugdselectie - zei zonder aarzelen haar medewerking toe aan het nieuwe project. Het individuele begeleidingssysteem op de school, waarbij gemiste lessen op andere uren kunnen worden ingehaald, laat daarvoor genoeg ruimte.

'We hebben een reputatie hoog te houden. Sneek is een volleybalstad', zegt conrector Andries Eckhart. 'Ronald Zoodsma en Erna Brinkman zijn oud-leerlingen en Jan Posthuma en Olof van der Meulen komen hier uit de buurt. Daar zijn we trots op.'

Hoewel de leraren redelijk wat tijd moeten investeren in extra lesuren en het maken van alternatieve proefwerken, leveren de drie leerlingen nauwelijks problemen op. Slechts het eindexamen en de schoolonderzoeken van Alice Blom zullen moeilijk te vervangen zijn, omdat die volgens een landelijk rooster dienen te worden gemaakt.

'Topsporters kunnen juist perfect plannen. Ze werken vaak gedisciplineerder en zelfstandiger dan anderen, waardoor ze zelden een onvoldoende halen', is de ervaring van Eckhart. Op de trainingsdagen zelf zijn bovendien uren ingeruimd voor verplicht studeren.

Het contact met de scholen, onderhouden door Gido Vermeulen en manager Johan van der Haar, is intensief. Als het slecht gaat met een leerlinge wordt ingegrepen. Volgens Marieke Coenen, leerlinge van scholengemeenschap Groenewoud in Nijmegen, gaat dat razendsnel. 'Laatst had ik een drie voor een proefwerk, kreeg ik direct extra begeleiding.'

'School gaat uiteindelijk voor', meent Vermeulen. 'Als het slecht gaat op school, gaat het op de training ook slecht. Het heeft geen zin om ze te verplichten te trainen wanneer ze de volgende dag drie proefwerken hebben en aan niets anders meer kunnen denken.'

Volgens Vermeulen, zelf oud-docent, verloopt het contact met de scholen soepel. 'De ene school is er wat beter op ingesteld dan de andere, maar iedereen was direct bereid aan het project mee te werken. Sommige scholen hebben we een beetje wegwijs moeten maken hoe ze de problemen konden aanpakken.'

In het slechtste geval, wanneer de gemiste lesuren van maandag niet op een andere dag kunnen worden ingehaald, wordt een klasgenoot ingeschakeld die de aantekeningen nauwkeurig bijhoudt. Vermeulen: 'Toevallig volgen alle speelsters een opleiding op een havo of vwo en kunnen ze allemaal redelijk goed leren.'

Toch is de belastbaarheid bij de speelsters groot. Na twee dagen Zeist moet een rustdag volgen, schrijft Vermeulen voor, maar de praktijk is anders. Alice Blom en Marieke Coenen trainen dinsdagavond alweer mee met de club. 'Ik wil mijn team niet in de steek laten', zegt Coenen.

'Ik vind het niet eerlijk om een training te missen en dan toch in de basis te willen staan. In het begin vond ik de trainingen wel zwaar op dinsdag, maar daar ben ik nu aan gewend. En als ik echt kapot ben hoef ik niet te komen, maar dat heb ik nog niet gehad.'

De bezorgdheid van de ouders over de zware belasting is terecht volgens Vermeulen. 'Qua belasting is het ongelooflijk zwaar. Niet alleen fysiek maar ook sociaal. De hele week zit volgeboekt met sport en studie. Maar wij doen niemand iets aan. Het is een vrijwillige keuze.'

Over drie jaar moeten de speelsters er staan. Bij de Olympische Spelen in Sydney. Niet iedereen zal de zware selectie doorstaan. 'Voorlopig heb ik er drie nodig om het tean aan te vullen', zegt Goedkoop. 'De randvoorwaarden zijn er. Of deze meiden topsporters worden is nu aan hen.'

Meer over