ColumnWillem Vissers

Jakobsen, wonder op wielen

null Beeld

Durf het maar eens, zelfs als je nooit bent gevallen met welke fiets dan ook: sprinten. Elke sprint is een vorm van waaghalzerij, laat staan sprinten in een ronde voor wielerprofs. Zie dat pak renners op de streep afdenderen. Het volk hangt over de hekken, roffelend op reclameborden. Het is een pandemonium van snelheid, kracht en loerend gevaar.

Konten, verheven van het zadel. Vermoeide hoofden, half omlaag hangend. Geoptimaliseerde snelheid, terwijl renners weten dat ze de zijwaartse beweging behoren in te perken. Lijn houden.

En durf het dan maar eens als je wel bent gevallen, als je zo hard bent gevallen dat je dood had kunnen zijn. Ruim een jaar geleden lanceerde Dylan Groenewegen rivaal Fabio Jakobsen in, of over de omheining. Hij verdween als het ware in het niets. De beelden waren vreselijk.

Eerlijk gezegd: toen Jakobsen in de Ronde van Polen met een klap neerstortte, bergaf sprintend, bij een snelheid van tegen de tachtig kilometer per uur, dacht ik bij het zien van de beelden dat hij misschien zou sterven. Het was zo’n moment dat je een kaarsje opsteekt. Het was zo schokkend, die val met verschroeiende snelheid, met als gevolg twee slachtoffers. Ook Groenewegen, die van zijn lijn afweek, schuld bekende en een schorsing kreeg, was slachtoffer, zeker in mentaal opzicht.

Niemand had vreemd opgekeken als Fabio Jakobsen nooit meer had gefietst, zo lag hij in de kreukels. Gebroken neus. Tanden weg, allerlei breuken in het gezicht. Bloedingen. Gekwetste stemband. Nog veel meer. Wie weet, was iets echt stuk in zijn hoofd. Hij lag een tijdje in coma en wist zich later niets meer te herinneren van de val.

Terwijl doktoren bewezen hoe ver de medische wetenschap is voortgeschreden, toen ze hem stukje bij beetje in elkaar zetten alsof hij een bouwpakket was, zei Jakobsen al dat hij opnieuw wilde fietsen. Dat is zijn passie. Sprinten is zijn specialiteit. Ja, hij was bang, de angst moest slijten. Hij sprak met een psycholoog om vertrouwen te winnen, in zichzelf en in zijn collega’s.

Hij durft weer, en hoe. Sterker, hij wint weer. Nog sterker: hij wint gewoon twee sprints in de Ronde van Spanje. Hij rijdt mee in het treintje, zoekt naar zijn plek, weet wie zijn concurrenten zijn en fietst alsof hij alles is vergeten, al zal hij de val nooit helemaal kwijtraken.

Na de eerste zege was daar een emotioneel, door camera opgenomen gesprek met opa en oma. Zijn gezicht oogt weer bijna ongeschonden, zijn lach is zo gul als een lach kan zijn. ‘Ik ben dankbaar’, zegt hij telkens, als hij het over medici heeft, familie of over zijn vriendin, die ja zei toen hij haar in moeilijke dagen ten huwelijk vroeg.

Het is zo knap, zo vreselijk knap, dat hij gewoon weer durft. Zelfs als hij nooit meer had gewonnen, was het knap geweest. Maar kijk hem toch, Fabio Jakobsen, wonder op wielen, denderend over niet eens zo brede wegen in Spanje, bewonderend bekeken door volk dat over hekken hangt en op reclameborden roffelt. Formidabel.

.

Meer over