Investeren in talenten, dat biedt nog kansen

Voor kleine landen, zoals Nederland, zijn er kansen om mee te blijven tellen in de internationale topsport. Doe aan talentherkenning en ontwikkeling, dat zijn de onontgonnen gebieden bij de grote landen, zo luidde de boodschap op het congres Talent Centraal dat de nationale sportkoepel NOC*NSF donderdag organiseerde....

‘Als een groot land als Groot-Brittannië of Italië gaat investeren in talentontwikkeling, dan worden zij wel heel grote concurrenten van landen als Nederland en België’, zo omschreef onderzoekster Veerle de Bosscher van de universiteit van Brussel de stand van zaken.

De Vlaamse deed onderzoek naar de pijlers die de topsport droegen en kwam tot de conclusie dat talent in alle landen een ondergeschoven kind is.

De Britten, zo luidde de onheilspellende tekst van hoofd topsportontwikkeling Jeroen Bijl, zijn aan het investeren geslagen, om bij de Olympische Spelen van 2012 in Londen in vele takken van sport mee te doen.

‘De Britten zijn te laat’, aldus de baas van Bijl, technisch directeur Charles van Commenée. Want voor de ontwikkeling van talent tot topper is tien jaar nodig. Een periode van vijf jaar, 2007-2012, is niet eens aan de krappe kant, het is onvoldoende.

De wet van tien jaar, van de onderzoekers Ericsson en Charness (1994), werd de vele aanwezigen nog eens onder de neus gewreven door de Canadese hoogleraar Istvan Balyi.

Zijn ideeën over lange-termijn-aanpak, Long Term Athlete Development, zijn ook de basis van de aanpak door NOC*NSF. Zijn ‘regel van tien’ rept van tienduizend trainingsuren, elke dag drie uur in de zaal of in het bad, op de baan of op het veld, voordat de top in zicht is.

‘En dan is er nóg een regel van tien’, zei Balyi. ‘Slechts tien procent van alle talenten bereikt de top. Negentig procent haalt het niet. Dat is een probleem op zich.’

Balyi werkte met skiërs als Kerri Lee-Gartner die olympisch kampioene werd. ‘Maar ze kon geen koprol maken.’ Hij schreef een trapsgewijs plan voor een betere ontwikkeling van het talent, met meer aandacht voor allroundsportkwaliteiten. ‘Turners hebben de beste coördinatie van alle sportmensen, maar ze kunnen niet eens hardlopen.’

Balyi zag meer tekortkomingen. Hoe trainers oog horen te hebben voor de hormonale (menstruatie) en fysieke (groeispurt) ontwikkelingen van talenten. Hoe je omspringt met ‘vroegrijpers’ en ‘laatrijpers’, met vroege en late specialisatie.

Mensen die dat in de vingers hebben, die zoekt NOC*NSF voor de vele sporttalenten in Nederland. Er wordt voor het Masterplan gespeurd naar 75 talentcoaches, mannen en vrouwen met specifieke vaardigheden om met jeugd te werken. De bonden gaven ruimhartig zesduizend talenten op. Het werkelijke aantal is kleiner, meent Ad Roskam, prestatiemanager van het NOC. Hij schat het tussen de 1500 en 2500.

Voor de ideale opvang in de van Balyi gekopieerde leeftijdscategorieën 12 tot 16 jaar (trainen voor omvang) en 16 tot 23 (trainen voor hoog niveau) zou een bedrag van 13 tot 15 miljoen euro op jaarbasis beschikbaar moeten zijn. ‘Een schijntje, een koopje’, noemde topsportchef Van Commenée ‘het perspectief voor topsporttalenten, zeker als je het afzet tegen andere gebieden van de samenleving’.

NOC*NSF zegt de tijdgeest mee te hebben om zich in te zetten voor het sporttalent van Nederland. Er is nu al 4,8 miljoen euro voor talentontwikkeling en er staan vijf pilotprojecten op stapel: judo, zeilen, wielrennen, tafeltennis en volleybal. Daar is een half miljoen euro extra overheidsgeld voor gekomen.

De staatssecretaris (Jet Bussemaker, VWS) die Sport onder haar hoede heeft, was donderdag niet aanwezig. Dat was tegen het zere been van Van Commenée. ‘Jammer dat ze er niet is. Je leert hier meer dan op een tribune bij een wedstrijd.’ Dan met vette lach: ‘Ach, in de meeste sporten mag je een valse start maken.’

Meer over