analyse

In Tokio zijn tieners ineens wereldsterren. Wat zijn daar de risico’s van?

Twaalf- en dertienjarigen stelen de show bij de Olympische Spelen in Tokio. Gastland Japan is er vol van, maar in Nederland wordt er met gefronste wenkbrauwen naar de prestaties van de kinderen gekeken.

Rayssa Leal (13) bij het skateboarden Beeld AP
Rayssa Leal (13) bij het skateboardenBeeld AP

De ‘boevenogen’ van skateboardster Keet. Als Henno Oldenbeuving die maar blijft zien bij zijn dochter is het goed. ‘Dan vindt ze het vet wat ze doet. En lijdt er niks onder’, zegt hij.

Keet Oldenbeuving was met 16 jaar de jongste Nederlandse deelnemer in Tokio, maar een aantal van haar concurrenten is nog jonger. Bij het skateboarden wonnen twee 13-jarigen medailles. Sommige zijn al wereldsterren, zoals de Braziliaanse Rayssa Leal, die zilver won in het onderdeel street.

In Nederland wordt er met argusogen gekeken naar de aanwezigheid van kinderen op de Spelen. Technisch directeur Maurits Hendriks van sportkoepel NOCNSF pleit voor een minimale leeftijdsgrens om kinderen te beschermen tegen de prestatiedruk. Hij vroeg het IOC om de minimumleeftijd in het turnen van 16 naar 18 jaar te verhogen, een verlangen dat turnbond KNGU al jaren heeft.

Immense druk

Dat de druk immens kan zijn blijkt uit de ervaringen van Simone Biles, de turngrootheid die van plan was in Tokio zesmaal goud te halen. Ze haakte deze week af wegens mentale problemen.

Het IOC is niet geïnteresseerd in leeftijdsverhoging. Met het toevoegen van extreme sporten zoals surfen en skateboarden worden juist jongere deelnemers gelokt. Internationale sportfederaties bepalen zelf wanneer iemand rijp is voor olympische deelname. In het turnen is die grens meerdere keren verhoogd om kinderen te behoeden voor extreme trainingen. In 1997 veranderde dat voor het laatst: van 15 naar 16 jaar.

Skateboarden is, net als turnen, makkelijker op jonge leeftijd omdat het lichaamszwaartepunt dan dichter bij de grond is. Kinderen durven alles, dat helpt mee bij het uitvoeren van moeilijke trucs. ‘Kids hebben geen angst’, zegt Henno Oldenbeuving. ‘Keet sprong overal vanaf toen ze 12 was. Die kon alles. Toen ze 14 was zag je haar fysiek veranderen. Ze werd meer een vrouw. De ratio en angst kwamen er toen bij. Ze moest ineens alles opnieuw leren.’

Geen turnpraktijken

Van turnpraktijken is in het skateboarden geen sprake, zegt Oldenbeuving. Daar is het de cultuur niet naar. Al ziet hij steeds meer fanatieke ouders. ‘Keet traint vier dagen in de week professioneel, maar daarna pakt ze vaak nog haar skateboard. Gewoon, omdat ze het leuk vindt. Het gaat om het plezier.’

In het ouderlijk huis in Utrecht gaan veel gesprekken over de juiste begeleiding voor de 16-jarige skateboardster. Haar ouders hebben goed nagedacht over wat ze als eerste aan Keet vragen bij thuiskomst. ‘En? Parijs, 2024? Heb je daar nog zin in? Dat is dus niet: Parijs is over drie jaar. Wat gaan we doen om daar een medaille te halen? Dat is een groot verschil.’

Zelf vindt vader Oldenbeuving, die een achtergrond in de pedagogiek heeft, dat er ook in het skateboarden een olympische leeftijdsgrens moet komen. Hij vond het niet erg dat Tokio een jaar werd uitgesteld zodat zijn dochter geen 15 jaar was bij haar debuut, maar 16.

Onderzoek

Keet reist vaak met haar ouders naar wedstrijden. Maar zo gaat het helaas niet altijd, merkte Froukje Smits, die voor de universiteit van Utrecht onderzoek deed naar jonge talenten in het kitesurfen. Die sport staat in Parijs in 2024 op het olympisch programma.

Smits sprak met een 11-jarige kitesurfer die op kosten van zijn sponsor naar Egypte ging. De jongen sprak geen Engels. ‘Zijn ouders mochten niet mee, terwijl hij voor het eerst in zijn leven in een vliegtuig zat. Een ander was 12 en moest op zo’n gesponsorde surftrip, waar ook geen ouders bij waren, gevaarlijke trucs doen waar hij zich niet prettig bij voelde.’ In Tokio zijn ouders ook niet welkom. De speciale ouderaccreditatie die het IOC bedacht om jonge sporters te begeleiden, is geschrapt vanwege corona.

In skateboarden is de druk van sponsoren groter dan die van het IOC. De de 13-jarige Rayssa Leal uit Brazilië, die zilver won, is al een nationale bekende sinds ze op 7-jarige leeftijd in een blauw feeënpakje een zogeheten heelflip, waarbij het board 360 graden draait in de lengteas, uitvoerde. Terwijl ze over een trapleuning sprong. Ze heeft 5,9 miljoen volgers op instagram en onderhoudt haar familie met haar sport.

Tafeltennister Hend Zaza (12) Beeld AFP
Tafeltennister Hend Zaza (12)Beeld AFP

Eigen sieradenlijn

Volgende week komt in Tokio nog een jonge skateboardster in actie, op het onderdeel park. De Britse Sky Brown, 13 jaar oud, bracht al een boek uit, heeft een eigen sieradenlijn en maakt muziek. Ze wil als skateboarder en surfster naar de Spelen van 2024. De jongste deelnemer in Tokio komt trouwens uit een andere sport. De 12-jarige Hend Zaza uit Syrië deed mee aan het tafeltennis.

Skateboardster Sky Brown (13) Beeld Getty Images
Skateboardster Sky Brown (13)Beeld Getty Images

Lector sportpedagogiek Nicolette van Veldhoven, van Hogeschool Windesheim, hoopt dat kindsterretjes zoals Leal en Brown goed beschermd worden. Ze vindt dat er vergelijkbare regels moeten komen zoals bij kindacteurs, die geen avonden achter elkaar mogen spelen. ‘Het wordt moeilijk als een kind de kostwinner van zo’n gezin wordt. Dan wordt de druk erg hoog. Ouders moeten er ook goed mee om kunnen gaan als hun kind zo’n status krijgt. Soms zie je dat het kind alles gaat bepalen, of dat ouders juist heel erg gaan sturen.’

Het allerbelangrijkste is dat het plezier behouden blijft, zegt Van Veldhoven. Henno Oldenbeuving is het daarmee eens. Toen hij tijdens de openingsceremonie zijn dochter met de vlag zag zwaaien, wist hij dat het goed zat. Boven het mondkapje zag hij ze stralen: de boevenogen. Keet vond het vet.

Meer over