Reportage

In Oostenrijk kruipt de Formule 1 uit z’n schulp, na bijna een jaar zo goed als virusvrij te zijn gebleven

Tien teams met personeel uit alle windstreken. Wedstrijden op vijf van de zeven continenten. Toen de coronapandemie losbarstte, leken weinig sporten harder geraakt te worden dan de Formule 1. Zondag keert de raceklasse terug naar het circuit in Oostenrijk waar het krap een jaar geleden weer begon, voor alweer de 25ste race in coronatijd.

Mechaniciens zijn druk in de weer met de racewagen van Max Verstappen tijdens de tweede trainingssessie voor de Grand Prix van Oostenrijk, 25 juni 2021. Beeld EPA
Mechaniciens zijn druk in de weer met de racewagen van Max Verstappen tijdens de tweede trainingssessie voor de Grand Prix van Oostenrijk, 25 juni 2021.Beeld EPA

Alsof het een supermarkt is. Zo gestaag lopen er mensen in en uit de partytent nabij de hoofdingang van de Red Bull Ring. Bij binnenkomst wordt eerst een code gescand in de speciale testapp, die gekoppeld is aan de toegangspas. Na een knikje van de vrouw achter het bureau wacht een man in doktersjas die een PCR-test afneemt. Het gehele tafereel duurt niet langer dan een minuut.

Het is de laatste halte om anno 2021 binnen de poorten van een F1-circuit te komen. Daarvoor heeft racefederatie FIA al tal van mails gestuurd met ‘COVID-19 Protocols’ die ondertekend moeten worden en een ‘invitation letter’, gesigneerd door de circuitbaas. Het komt boven op de meer dan dertig pagina’s aan informatie en bepalingen, zoals het bij aankomst kunnen overleggen van een negatieve test.

Er wordt niets aan het toeval overgelaten. Het is al bijna een jaar het devies in de Formule 1. Met zichtbaar resultaat. Vorig jaar telde de klasse 78 besmettingen op zo’n 78.000 tests. In de eerste zeven races van het jaar zijn er 38.367 tests afgenomen. Slechts 23 bleken positief.

Ontspannen coureurs

Wie eenmaal op het circuit is, ziet ondanks de vele regels vooral ontspannen gezichten. Coureurs babbelen amicaal met hun persvoorlichters, wandelend van de ene naar de andere cameraploeg. Journalisten praten bij met teamleden in de paddock; het exclusieve gebied achter de garages waar teams, vips en pers door elkaar heen lopen. Sinds een paar races zijn journalisten weer toegelaten in die zone.

Max Verstappen wilde donderdag in een videogesprek met de Nederlandse pers niet van een terugkeer naar normaal spreken. ‘Want je ziet nog steeds overal mondkapjes en we moeten voortdurend getest worden.’ Het is wel een contrast met de situatie van bijna een jaar geleden, zegt de Nederlandse F1-fotograaf Peter van Egmond (65).

Max Verstappen test de Red Bull-bolide op 25 juni, 2021. Beeld REUTERS
Max Verstappen test de Red Bull-bolide op 25 juni, 2021.Beeld REUTERS

‘De bureaus stonden toen veel verder uit elkaar en de perszaal hield hier op’, zegt hij, wijzend naar een deel waar de zaal nu zo’n vijftig meter doorloopt naar achteren. Hij was er als een van de weinigen bij toen de Formule 1 in juli 2020 het seizoen hervatte, als een van de eerste grote, mondiale sporten. De klasse had geen keus.

De Formule 1 slurpt miljoenen per dag op, ook zonder GP’s. Teams hebben races nodig om de kosten te dekken. Het geldt ook voor degenen die de sport achternareizen, zoals fotograaf Van Egmond, die begin deze maand zijn 500ste race fotografeerde. Als freelancer is de Formule 1 zijn belangrijkste inkomstenbron. ‘Ik was niet vrolijk in die periode’, zegt hij. ‘Ik heb wel wat spaargeld, maar dat is bedoeld voor mijn pensioen. Dus ik zat mijn reserves op te eten.’

Eindelijk weer toegang tot de race

Hij had voortdurend contact met racefederatie FIA over toegang tot de GP. ‘Een maand lang was het nee, tot ze me op de woensdag voor de race belden of ik toch kon komen. Ik heb me meteen laten testen in Leiden en ben daarna gaan rijden. Onderweg kreeg ik te horen dat het resultaat negatief was en op vrijdag was ik net na de eerste vrije training op het circuit.’

Eenmaal op het circuit, voelde hij dat er vooral niets mocht misgaan. ‘Zelfs op de wc moesten we rekening houden met eenrichtingsverkeer.’ Het had alles te maken met de valse start in Australië een paar maanden eerder, waar vanwege een besmetting bij een monteur op het laatste moment werd besloten het raceweekend af te gelasten. Fans wachtten toen al voor de poorten.

Het leidde tot enorme imagoschade; de Formule 1-aandelen daalden in een paar dagen tot het laagste niveau sinds 2016. De maanden daarna werden gebruikt om herhaling van die flater te voorkomen. Er werd een 81 pagina’s tellend coronaplan opgesteld, in overleg met experts van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Toegang tot circuits werd beperkt tot enkel noodzakelijk personeel. Het rond de 1500 individuen tellende F1-circus werd opgedeeld in bubbels van maximaal twaalf personen, die onder geen beding contact met elkaar mocht hebben. Met overheden werden afspraken gemaakt over inreis-uitzonderingen. Verre races werden geschrapt en de kalender werd stapsgewijs opgesteld, zodat er ingespeeld kon worden op onverwachte zaken. Biotechbedrijf Eurofins werd verantwoordelijk voor de duizenden testen per weekeinde.

Buitenbubbel mag niet de paddock in

Van Egmond was sinds de eerste ‘coronarace’ in Oostenrijk bij alle GP’s. Hij vond snel zijn weg en leerde af en toe een beperking handig te omzeilen. Zo reist zijn apparatuur mee met een team, maar dat kan hij pas afgeven als de toegangspoortjes weg zijn. Fotografen uit de zogenoemde ‘buitenbubbel’, zoals Van Egmond, mogen namelijk niet de paddock in. Dus sluipt hij zondagavond, na de race, steevast naar de inpakkende teamleden.

Meer dan honderd keer is hij inmiddels getest. Geen een keer bleek hij besmet. Soms werd hij in de veilige F1-bubbel geconfronteerd met de pandemiedreiging. Bijvoorbeeld vorig jaar, in Rusland. ‘We moesten ons daar laten testen om er weer uit te mogen en op zaterdagavond besefte ik opeens: als ik nu positief test, kom ik het land niet uit, moet ik in quarantaine en verloopt mijn visum. Ik zag het even niet meer zitten.’

Nu de wereld verder opent, durft de Formule 1 de teugels te laten vieren. In Oostenrijk zijn er ruim 170 journalisten en fotografen uitgenodigd. Een jaar geleden waren dat er 53. Ook worden fans weer toegelaten. Zondag mogen er 15.000 op de Red Bull Ring zijn. Volgende week is de tweede Oostenrijkse GP - de eerste F1-race in coronatijd zonder toeschouwerlimiet.

Max Verstappen is onder de indruk van het handelen van de Formule 1 in de pandemie. ‘Je ziet veel minder positieve gevallen ten opzichte van andere sporten, dus ik denk dat ze dat heel goed hebben gedaan. Want dat is niet makkelijk.’ Het doet de coureur, die traditiegetrouw veel Nederlanders naar Oostenrijk trekt, goed dat fans terugkeren. ‘Dat is voor de sfeer een stuk beter’, zegt hij.

Eerste caravans met Nederlandse vlaggen gesignaleerd

De afgelopen dagen waren op de kampeerterreinen rond het circuit de eerste caravans met Nederlandse vlaggen alweer te zien. Het duurt alleen nog wel even voordat het allemaal weer volledig normaal is in de Formule 1, waarschuwde sportief directeur Ross Brawn eind vorig jaar alvast in de officiële podcast van de raceklasse.

Hij benadrukte dat de sport extreem scherp moet blijven. Met name als het gaat om personeel buiten de reguliere F1-bubbel. Zo ontstond vorig jaar een van de grootste corona-uitbraken door een lokale tolk die de groep waarvoor hij vertaalde besmette, zei Brawn. ‘Gelukkig hadden we het snel onder controle.’

Verder wacht de sport tal van onzekerheden, zoals het doorgaan van de verre races in het najaar. Eerder deze maand werd de GP in Singapore alvast geschrapt en er hangen flinke twijfels rond de races in bijvoorbeeld Japan, Australië en Brazilië. Brawn twijfelt er geen moment aan dat zijn sport zal overleven. ‘Dit is boven alles het perfecte voorbeeld van hoe de Formule 1 in crisistijd samenkomt als één grote familie.’

Meer over