In het veld telt de kampioen zijn zegeningen

Het veldrijden laat zich doorgaans eenvoudig begrijpen. De beoefenaars denken in uitersten, dus in termen van goede en slechte benen, ze spreken over pech of geluk en over hoop of vrees....

Gerben de Knegt werd in Brabant voor de tweede keer in zijn carrière Nederlands kampioen, vóór Richard Groenendaal. Niemand die van verbazing van de stoel viel. De Knegt (30) en Groenendaal (34) maken in eigen land samen de dienst uit in het veldrijden. De ene week wint de een van de ander, de andere week de ander van de een.

Dat gebeurt natuurlijk niet zomaar. Op waarde worden ze zelden door elkaar geklopt. In de modder wordt slechts de heerschappij van de Belg Sven Nys zonder slag of stoot erkend. Het resultaat van alle andere collega’s die beter doen, wordt hevig aangevochten. Er is altijd een valpartij, een lekke band, een stompende supporter of een in de weg rijdende collega die de koers heeft vervalst.

Op Brabantse bodem was het zondag niet anders. Groenendaal werd in de sprint geklopt door De Knegt, maar wist zeker dat als het parcours selectiever was geweest, zijn hand niet gekneusd zou zijn en hij eerder de eindspurt had ingezet, de uitslag andersom kon zijn.

De Knegt riep op zijn beurt in herinnering dat hij afgelopen week geveld was geweest door een hevige griep en beweerde dat hij anders misschien wel was weggereden bij zijn Rabobank-ploeggenoot en de nummer drie van het kampioenschap, Wilant van Gils. Alsof een winnaar zichzelf dient te verdedigen en excuses nodig heeft om zijn succes te verklaren.

Nergens worden na een wedstrijd zo veel alternatieve scenario’s bedacht als bij het cyclocrossen. Het is de charme van de sport. Alle veldrijders weten achteraf precies hoe ze hadden kunnen winnen.

Lijden hoort bij de sport, zelfkwelling na afloop dus ook. Als de wedstrijd niet zwaar genoeg is geweest, dan doen ze er na de finish een schepje bovenop. Ze zijn defaitist van de finish van de ene koers tot de start van de volgende.

Van de winnaar wordt niet geduld dat hij triomfantelijk uit de doeken doet wat zijn geheim is. Er bestaat namelijk geen geheim. Tel je zegeningen voor het te laat is, was zondag de boodschap van Groenendaal aan De Knegt. Als de wedstrijd niet om twee uur maar om vijf over twee van start was gegaan, had het allemaal anders met hem kunnen aflopen.

De Knegt knikte begrijpend. ‘Dit zal heus wel een keer ophouden’, zei hij over zijn succesvol verlopen seizoen.

De Brabander keerde per 1 januari van dit jaar terug in de gelederen van de Rabobank. Het was, naast een aantal overwinningen, de belangrijkste beloning na een geslaagde comeback. De renner uit Goirle schudde voorgoed het fysieke malheur af en meette zichzelf en passant een andere mentaliteit aan. Zijn grootste overwinning noemt hij nu dat hij nog op de fiets zit. Dat trapt een stuk lekkerder, beweert De Knegt.

Hij klaagt niet over oude ellende. Wat gebeurd is, is gebeurd. Dat is de voorzienigheid geweest. Die speelt een grote rol in het veldrijden, daar geloven alle beoefenaars heilig in.

Het is de enige strohalm om op 29 januari in Zeddam de ongenaakbare Sven Nys te verslaan tijdens de WK. ‘In een uurtje moet alles kloppen. Weten jullie wel hoe ‘stresserend’ dat is?,’ vraagt de voormalige wereldkampioen.

Als Groenendaal had gedaan, wat hij zou moeten doen om wereldkampioen te worden, zou hij niet in Huijbergen hebben gezeten. Dan was hij lekker naar Mexico gegaan om zich in alle rust voor te bereiden. Maar ja, daar is het risico te groot voor. ‘Het is geen Tour de France hè. Daar kun je er nog een dagje naast zitten met je planning.’

Het is welhaast onmogelijk om je topvorm af te stemmen op een verloren uurtje in januari. ‘Als je op de donderdag voor het WK keelpijn krijgt, is het voorbij. Als je in de tweede of derde ronde lek rijdt ook. En als iemand anders beter is, helemaal’, spiegelde Groenendaal voor.

Dus ging hij niet naar Zuid-Amerika, maar plande hij net als De Knegt zijn agenda propvol met koersen. ‘Het was niet te doen, het is teveel geweest’, keek Groenendaal terug op de afgelopen weken, waarin er in België bijna dagelijks ergens om prijzen werd gecrost. De Knegt knikte instemmend: ‘Ik voel me net een zombie.’

Maar wiens schuld was dat eigenlijk? Mochten ze daar eigenlijk wel over klagen?

‘We zijn het verplicht’, begon Groenendaal aarzelend. ‘Eh, aan onszelf dan, financieel.’

Hij doet veel voor geld, gaf Groenendaal toe. Er is altijd een bedrag dat hem en al zijn collega’s over de streep trekt. Groenendaal: ‘Je bent een lul als je in december een maand naar Mexico gaat en al dat geld laat liggen.

Het veldrijden laat zich echt niet zo moeilijk begrijpen.

Meer over