Reportage

In het spoor van DeChambeau: topgolfers slaan de bal steeds verder, dankzij extra uren in het krachthonk

Kracht en snelheid in de golfswing zijn voor talentvolle golfers onontbeerlijk om te slagen in het profcircuit. Aan de vooravond van het Dutch Open (voorheen KLM Open), vanaf donderdag in het Brabantse Cromvoirt, rijst de vraag: wordt golf puur een sport voor krachtpatsers?

De Nederlandse profgolfer Lars van Meijel aan de vooravond van de Dutch Open in het Brabantse Cromvoirt. Beeld Marcel van den Bergh
De Nederlandse profgolfer Lars van Meijel aan de vooravond van de Dutch Open in het Brabantse Cromvoirt.Beeld Marcel van den Bergh

Hij wordt de golfende hulk genoemd, of de ‘Mad Scientist’, en hij staat bekend als de man die met zijn gigantisch verre afslagen een nieuwe dimensie heeft gegeven aan het begrip ‘monsterdrive’. De Amerikaan Bryson DeChambeau (28) is een van de meest controversiële topgolfers in het circuit, maar geldt voor veel talentvolle Nederlandse golfers als een voorbeeld.

Waar golflegende Tiger Woods in zijn beste jaren op gevoel speelde, benadert DeChambeau de golfsport op wetenschappelijke wijze. De afgestudeerd natuurkundige weet als geen ander hoe hij lichaamsmassa moet inzetten om snelheid met het clubhoofd (de plek waar de bal wordt geraakt) te genereren.

20 kilo zwaarder

Na de lockdown van vorig jaar verbaasde DeChambeau de golfwereld door twintig kilo zwaarder terug te keren op de baan; vooral dankzij het kweken van extra spiermassa en het nuttigen van zo’n 3500 calorieën per dag. Dit seizoen slaat hij de bal vanaf de afslagplaats gemiddeld 296 meter ver. Zijn clubsnelheid ligt op het moment dat hij de bal met zijn driver raakt op 214 kilometer per uur.

De Nederlandse profgolfer Lars van Meijel (27) kijkt vol ontzag naar zijn één jaar oudere Amerikaanse collega. ‘DeChambeau is de enige speler op het circuit die drastisch meer spieren heeft aangemaakt en zijn toegenomen kracht daadwerkelijk weet om te zetten in meer clubsnelheid. Hij is niet alleen verder gaan slaan, maar ook rechter en dat vind ik ontzettend knap.’

In navolging van DeChambeau zijn diverse andere topspelers ook veel meer aan krachttraining gaan doen, maar niet iedereen heeft profijt van de toegenomen spiermassa. Zo kwam de Noord-Ier Rory McIlroy er al snel op terug. Hij sloeg de bal door zijn extra uren in het krachthonk weliswaar een stuk verder, maar hij kreeg minder controle over de richting van de bal.

Longhitter

Van Meijel – die donderdag op dertig kilometer van zijn woonplaats Best zijn opwachting maakt op het Dutch Open in Cromvoirt – staat te boek als een zogenoemde ‘longhitter’. Zijn afslagen reiken gemiddeld 283 meter waarbij zijn clubsnelheid rond de 192 kilometer per uur ligt. Dat is beter dan het gemiddelde in het Europese profcircuit: 272 meter en 185 kilometer per uur. Van Meijel: ‘In mijn jeugd heb ik onbewust veel gewerkt aan de lengte in mijn slagen. Ik speelde vaak onderlinge partijtjes tegen vriendjes wie het verst kon slaan.’

Hoewel de biceps van DeChambeau onder zijn iets te krappe polo’s tot de verbeelding spreken, is Van Meijel niet van plan diens aanpak te kopiëren. ‘Sinds zes jaar train ik driemaal per week in het krachthonk en dat is voor mij voldoende. Wat DeChambeau doet is heel blessuregevoelig. Ook zou ik bang zijn dat ik mijn swing technisch niet meer goed zou kunnen uitvoeren als ik een Michelin-mannetje zou worden.’

Het fysieke programma van Van Meijel bestaat onder meer uit bankdrukken, squatten en het kweken van buikspieren, en hij is veel in de weer met zware medicijnballen. ‘Met deze ballen, variërend van één tot vier kilo, probeer ik vanuit staande positie een goede swingbeweging te maken’, aldus Van Meijel die bezig is aan zijn tweede seizoen op het hoogste Europese niveau (European Tour).

Nederlandse talenten

Jonge Nederlandse talenten die in het bondsprogramma van de Nederlandse Golf Federatie trainen, krijgen vanaf hun twaalfde jaar specifieke training om sterker te worden. Die is vooral gericht op het verbeteren van hun motorische vaardigheden, licht bondscoach Maarten Lafeber toe. Het gaat onder meer om springoefeningen en op één been staan. Lafeber: ‘Op jonge leeftijd trainen ze zeker nog niet met gewichten, dat bouwen we vanaf 15-jarige leeftijd rustig op.’

Lafeber gelooft niet dat de werkwijze van DeChambeau gemeengoed zal worden. ‘Wat hij doet aan krachttraining in combinatie met zijn voedingspatroon is wel heel extreem. Veel spelers die zoveel extra spiermassa krijgen, zullen helemaal de weg kwijtraken met hun swing. DeChambeau heeft een andere swing dan de meeste golfers, waardoor hij er wel in slaagt om controle over de balvlucht te houden. Bij anderen gaat de spierkracht ten koste van de flexibiliteit en souplesse van de swing. Zelf heb ik dat ook meegemaakt toen ik tijdens mijn carrière besloot meer het krachthonk in te gaan. Ik ging juist korter slaan.’

Robert-Jan Derksen, voormalig profgolfer en huidig commentator bij Ziggo Sport Golf, noemt het voor hedendaagse topgolfers een must om ver te slaan. ‘Afstand en clubsnelheid worden steeds belangrijker. Talenten van een jaar of 19, 20 die nu een clubsnelheid van 169 kilometer per uur hebben en niet verder dan 260 meter slaan, zullen het bij een overstap naar de profs vrijwel zeker niet gaan redden. Tegenwoordig moet je minimaal 275 meter slaan en een snelheid van 185 kilometer per uur hebben.’

Materiaal

Technologische ontwikkelingen hebben de golfsport de afgelopen 25 jaar aanzienlijk veranderd. ‘Vooral de evolutie van het materiaal van golfclubs speelt een essentiële rol’, stelt Derksen. ‘Tegenwoordig zijn de clubs gemaakt van carbon, waardoor ze ontzettend licht zijn en je er heel ver mee kunt slaan. Ook een apparaat als de trackman die de balvlucht tot in detail meet is van essentieel belang geweest.’

Derksen plaatst wel vraagtekens bij de ontwikkeling dat ballen steeds verder worden geslagen. ‘Waar gaat het naartoe? Ik vrees dat veel golfbanen straks niet meer geschikt zijn voor internationale wedstrijden. Denk bijvoorbeeld aan de oude Schotse baan St. Andrews of in eigen land aan golfbaan De Pan in Utrecht. Prachtige traditierijke banen, maar ze zijn eigenlijk nu al te kort voor het hedendaagse topgolf. Ik zou er voorstander van zijn om de golfballen dusdanig aan te passen dat ze niet meer zo ver vliegen. Dat ligt uiteraard heel gevoelig bij de fabrikanten.’

Meer over