COLUMNPaul Onkenhout

In het geval van Stanley Menzo lossen de media een oude schuld in. Het werd tijd

null Beeld

De meest geïnterviewde Nederlander was de afgelopen weken de technisch manager van de voetbalbond van Aruba. Oké, Stanley Menzo is ook oud-keeper, zijn loopbaan was zelfs zeer behoorlijk en er verscheen onlangs een boek over hem, Menzo – Het gevecht onder de lat, maar dat verklaart de overweldigende media-aandacht maar voor een deel.

Er waren maar weinig podia in de media waarop geen ruimte voor Menzo werd vrijgemaakt. Hij was te gast in twee programma’s op NPO Radio 1, schoof aan bij Op1, werkte mee aan de podcast Showkeepers en werd geïnterviewd door de Volkskrant, Trouw, Het Parool en gaykrant.nl.

In Panorama en op ajaxlife.nl stonden voorpublicaties uit het boek van journalist Mike van Damme. Tal van columnisten schreven over hem. Het contrast met de aandacht die het vorige boek van Van Damme kreeg, Lefgozer over Richard Witschge, was kolossaal. Daar had destijds niemand het over.

De ruime aandacht voor Menzo was een inhaalslag; een heel late. Er moest een schuld worden ingelost. Het is dit jaar dertig jaar geleden dat in NRC Handelsblad een paginagroot interview stond van Frénk van der Linden met Menzo. De doelman van Ajax sprak over zijn angsten en over het virulente racisme dat hem trof in de stadions. Niet eerder had een voetballer dit zo uitgebreid gedaan. Zijn relaas was verbijsterend en verdrietig.

De opsomming van scheldwoorden die Menzo wekelijks hoorde was huiveringwekkend: kankerneger, hoerenjong, pleurisnikker, baviaan, vuile jood. Naar de man die door een toevalligheid niet in het vliegtuig met voetballers zat dat crashte bij luchthaven Zanderij, werd in een uitwedstrijd tegen FC Den Haag ‘Menzo heeft het vliegtuig gemist, SLM, SLM, SLM’ gescandeerd. ‘Erger kun je het niet meemaken. Soms sta ik innerlijk te huilen in dat doel.’

Ik was destijds voetbalverslaggever van de krant en schreef vaak over Ajax. Het interview sloeg in, maar zette niets in gang. De verontwaardiging en het medelijden verdwenen snel weer, je kunt het je nu nauwelijks nog voorstellen.

In Menzo schrijft Van Damme er ook over, zonder cynisme, hoewel het misschien anders lijkt. ‘Op zaterdag stond het verhaal in de krant, op maandag ging het in de sportkaternen van de grote dagbladen weer gewoon over de wedstrijden in de eredivisie en de verregende marathon van Amsterdam.’ Terugkijkend moest ook Frénk van der Linden zich verontschuldigen. Ook hij keek er destijds niet van op dat de woorden van Menzo snel vervlogen.

Zo ging dat gewoon. Op tv en de radio werd gezwegen over de bittere aanklacht, niet één krant schreef erover, niet één politicus kaartte het aan. Menzo werd aan zijn lot overgelaten. De bananen die in stadions naar Menzo werden gegooid waren voor iedereen zichtbaar, maar wat moest je er verder mee?

Vijfendertig jaar later werd het alsnog gemeld, door het Dagblad van het Noorden bijvoorbeeld. Dat is wél cynisch. Naar aanleiding van uitspraken van Menzo in Het Parool maakte de krant een bericht dat hij in wedstrijden tegen FC Groningen slachtoffer was geweest van racisme. Elk jaar kreeg hij in het Oosterparkstadion vijftien bananen naar zijn hoofd geslingerd.

Dat was nieuws. Nu wel. Of beter gezegd: het was nieuws dat pas een paar decennia later onder de aandacht werd gebracht.

Toen Excelsior-speler Ahmad Mendes Moreira eind 2019 door aanhangers van FC Den Bosch racistisch werd bejegend, rolde er een golf van verontwaardiging door de media. Het NOS Journaal opende er om acht uur de uitzending mee, de kranten stonden er vol van, in talkshows was het dagenlang een thema en NRC herplaatste op de site het interview uit 1991 met Menzo.

Dat zou als een teken van vooruitgang kunnen worden beschouwd. In het geval van Stanley Menzo lossen de media een oude schuld in. Het werd tijd.

Meer over