achtergrond

In drie zware bergetappes in de slotweek worden de jongens van de mannen gescheiden

Waar Wout Poels in de der­de week de bergtrui als doel heeft, aast Wilco Kelderman op het podium in Parijs. ‘Niemand wordt beter in de slotweek, de kunst is om even goed te blijven.’

Wilco Kelderman aast op een podiumplek. Beeld BELGA
Wilco Kelderman aast op een podiumplek.Beeld BELGA

Tadej Pogacar heeft het gezicht (en kapsel) van een koorknaap en zit er fris en fruitig bij in de tweede rustdag van de Tour de France. Maar eerlijk gezegd: ‘Ik ben moe.’ Vooral de hitte in etappes zoals de elfde die afgelopen woensdag twee keer over de Mont Ventoux ging, hebben er bij de jonge Sloveen ingehakt. ‘Ik was gekookt, ging over mijn limiet en ben verbrand’, zei hij maandag in een video-persconferentie. ‘Daardoor heb ik de afgelopen dagen slecht geslapen.’

Kunnen zijn concurrenten daar hoop uit putten? Pogacar rijdt nog maar zijn derde grote ronde, een keer de Vuelta en nu zijn tweede Tour. Hij heeft daardoor nog niet veel ervaring met ‘De Derde Week’. Maar wat zegt dat als een derde plaats in de Ronde van Spanje van 2019 zijn slechtste resultaat is?

Anderzijds: de slotweek van deze Ronde van Frankrijk ziet er op papier uitzonderlijk zwaar uit, met achter elkaar drie bergetappes in de Pyreneeën na de rustdag. Die op woensdag en donderdag hebben dan ook nog een aankomst op de top van een berg van de buitencategorie. De geletruidrager vrees vooral de 17de etappe woensdag, naar de Col du Portet. ‘Dat is de zwaarste van de drie.’

Vermoeid of niet, Pogacar kijkt ernaar uit om zich in de Pyreneeën te testen. ‘Iedereen is moe. Als ik de kans krijg, probeer ik nog wat tijd te pakken op de rest, voor de zekerheid. Want de volgende dag kan je weer tien minuten verliezen. Elke etappe kan beslissend zijn als je een slechte dag hebt.’

In de slotweek worden doorgaans de mannen van de jongens gescheiden. Ervaring en aanleg bepalen welk van de twee het wordt. Neem Wout Poels, die komende week een concreet doel heeft: met de bolletjestrui om de schouders voor de beste klimmer, Parijs inrijden.

‘Mijn derde week is altijd vrij solide’, zegt Poels, bezig aan zijn 17de grote ronde. ‘Niemand wordt beter in de slotweek, de kunst is om even goed te blijven. Als dan de anderen van mannen jongetjes worden; dat is een lekker gevoel, hoor.’

Pogacar moet wel een heel slechte dag hebben wil hem de Tourwinst nog ontgaan. Hij staat in het algemeen klassement ruim vijf minuten, een straatlengte in het wielrennen van nu, voor op nummer twee, Rigoberto Urán. Maar de nummer zes staat slechts 58 seconden achter de Colombiaan. Dat is Wilco Kelderman, de beste Nederlander in de Tour.

‘Mijn derde week is altijd wel goed’, zegt de klassementsrenner, bezig aan zijn twaalfde grote ronde. In zijn laatste, de Giro d’Italia, werd hij derde. ‘Het zou overigens wat zijn als iemand die voor het eindklassement gaat, zou zeggen: nou ja, mijn derde week is niet zo goed.’ Kelderman moet er zelf om lachen.

Net als voor Poels is ‘stabiel blijven’ ook voor de kopman van Bora-Hansgrohe het devies. Waar de anderen minder presteren, hopen de twee Nederlanders het niveau van de eerste twee weken vast te houden. Voeding speelt daarbij een sleutelrol. Vroeger verloren renners nog wel eens pondjes en kilo’s gedurende hun drieweekse onderneming en stonden daarom zwaarder dan hun ideale gewicht aan de start. Nu is dat taboe.

‘Als je gewicht verliest in een grote ronde, herstel je op den duur niet meer’, legt Kelderman uit. ‘Tegenwoordig wordt alles zo gemanaged, zo uitgekiend dat je altijd de juiste voeding in de juiste hoeveelheden krijgt, zodat je niet zwaarder of lichter wordt.’

Na jarenlang als knecht te hebben gewerkt, vooral voor viervoudig Tourwinnaar Chris Froome, werd Poels als kopman van zijn Bahrein-Victorious-ploeg vorig jaar zesde in de Ronde van Spanje. ‘Daardoor weet ik dat er een ronderenner in me zit.’ Dat zag hij ook op de weegschaal: ‘In die Vuelta ben ik slechts 200 gram zwaarder geworden. Da’s niks, natuurlijk.’

Waar Poels in de derde week de bergtrui als doel heeft, aast Kelderman op het podium in Parijs. Dan moeten Uran, nummer drie Jonas Vingegaard, nummer vier Richard Carapaz en nummer vijf Ben O’Connor een beroerde derde week hebben. En Kelderman? ‘Een superdag. Meestal heb ik er in elke grote ronde wel eentje.’

Of Kelderman de benen heeft om in de Pyreneeën aan te vallen in de slotweek hangt af van zijn fysieke en mentale gesteldheid. ‘Pijntjes moet je in zo’n fase accepteren. Of dat je na een zware etappe uitgeknepen over de finish komt en weet dat je de volgende dag stramme benen hebt. Maar ik heb het en de andere renners hebben het ook.’

Het verschil wordt volgens Kelderman eerder gemaakt in wat het brein vermag. ‘In de Giro zie je in een zware slotweek opeens minuten onderlinge verschillen ontstaan. Dan is er een mentaal onderscheid tussen klassementsrenners. Ze hebben allemaal een harde kop, maar de een kan dan extra dieper gaan dan de ander als het echt zwaar wordt. En zwaar wordt het komende week met die drie bergetappes achter elkaar.’

Meer over