Columnpeter winnen

In coup de pédale van Pogacar ontwaar ik de uitzinnige diepte van de blues

null Beeld

In de weekendeditie van deze krant ging het over ‘de zit’ van de coureurs. Meer bepaald, het ging over de mooie zit versus de lelijke. Een mooie zit wordt doorgaans als aerodynamisch en dus effectief gezien, de lelijke als een handicap. Zo simpel is het niet, was de conclusie. Wie als een dronkelap over het asfalt zwabbert kan ook heel hard gaan.

Een goede tijdrijder is van nature aerodynamisch. Door kenners wordt het scheermes ‘een stilist’ genoemd. In tijdritten zie ik helaas ook vaak in een windtunnel geconditioneerde dreumesen ongelukkig zitten wezen. Je moet mee in de vaart der volkeren, nietwaar. In reguliere etappes zie je ze soms ook aerodynamisch harken. Innovatie is niet per definitie een synoniem voor geluk.

Borstcrawlspecialist Bauke Mollema zegt in het artikel: ‘Als ik zo rijd, zit ik waarschijnlijk van voren’. Ik had de krant nog niet uit of een eenzame Bauke naaide de meute een oor aan.

De geraadpleegde Dylan van Baarle, Wout Poels en Wilco Kelderman komen min of meer tot een gelijkluidend oordeel: een mooie zit is meegenomen, maar het moet niet teveel kracht kosten.

Opvallend is het dat deze generatie de term coup de pédale niet meer bezigt. Coup de pédale, in het Van Dale Wielersportwoordenboek- ja, het bestaat- wordt het zo omschreven:

‘(de; g.mv)- manier waarop een fietser de pedalen rondbeweegt, stijl (soepelheid, tempo) van fietsen, syn. Pedaaltred, pedaalslag’.

En toch is dit niet alles.

Pogacar zondag op weg naar Andorra. Beeld BELGA
Pogacar zondag op weg naar Andorra.Beeld BELGA

De Grote Ploegleider Peter Post contracteerde alleen renners met een coup de pédale. Merk op, er staat niet ‘met een góede coup de pédale’. De term behoeft geen adjectief. Coup de pédale is zowel poëzie als vakjargon. Des vakmans’ geilheid, zo u wil. Een slechte coup de pédale bestaat dan ook niet. Al zijn er zat jongens met een pseudo coup de pédale. Die lossen altijd in stijl.

Post kon het zo mooi, zo afgebeten streng en kwijlend van genot uitspreken: ‘De Koetepetal’. De Amsterdamse slagerszoon zat altijd van voren in de koers met zijn auto- bijna altijd.

De coup de pédale, het is het exposeren van oogstrelende macht. Zoals gezegd kan oogstrelendheid heel lelijk zijn. In bittere teleurstelling, en in peilloos onbegrip, vergeleek vorig jaar Tom Dumoulin de klimstijl van Pogacar met het houwelengehak van een mijnwerker. Typisch, de stijl van Pogacar waarin het hele lichaam de watts in de benen brengt deed (en doet) me denken aan heel iets anders. Aan wat precies? Ik kom er zo wel op.

De stilistisch aan de Sloveen verwante Mathieu van der Poel heeft dát wat weinigen op het asfalt brengen. De coup de pédale van Mathieu is de expressie van atletische gretigheid en ongebreidelde levenslust. Nu dan Pogacar.

Niets in het levensverhaal van het timide jongetje wijst erop, maar in zijn coup de pédale ontwaar ik de uitzinnige diepte van de blues.

Meer over