'Ik voelde al bij de start van de tijdrit dat het goed zat'

De Tour de France gaat zaterdag van start in Puy du Fou. Door het wegvallen van TVM is de kans op Nederlandse dagsuccessen klein....

Bart Jungmann

ECHTGENOOT VRAAGT zondagmorgen op een terras in Gulpen of de man naast hem echt Erik Breukink is. Zie je wel, zegt echtgenote triomfantelijk na het bevestigende antwoord. Waarna echtgenoot vaststelt dat sporters haast niet herkenbaar zijn als ze in burger gekleed gaan. 'Gelukkig maar', glimlacht Erik Breukink.

De beste Nederlandse Tourrenner van de jaren negentig gaat graag onopgemerkt door het leven. Maar bij het Nederlands kampioenschap wielrennen, waarvoor hij als tv-commentator aanwezig is, ontkomt Breukink niet aan schouderklopjes, handenschudden en een praatje met de dienstdoende speaker.

Vier ritoverwinningen boekte Erik Breukink in de Ronde van Frankrijk. Zijn succesvolste Tour reed hij in 1990. Breukink arriveerde als derde in Parijs en vooral zijn zege een dag eerder in de tijdrit was indrukwekkend.

'De nieuwe Erik Breukink werd zaterdagmiddag zichtbaar op het lanceerplatform bij het Meer van Vassivière', schreef de Volkskrant. De verslaggever meende die dag de Tourwinnaar van 1991 aan het werk te hebben gezien. Het mocht niet zo zijn.

In de Tour van 1990 vertrok Breukink voor het eerst in het PDM-shirt, fitter en gretiger dan ooit. Onder Peter Post moest hij de Ronde van Frankrijk altijd combineren met die van Italië. 'En Jan Gisbers had wel in de gaten dat ik moeite had met die combinatie.'

Onder invloed van Greg LeMond, als Amerikaan een relatieve buitenstaander in de sport, werd het wielrennen zich bewust van het nut om pieken en dalen in het overvolle programma te lassen. 'Vroeger reed je gewoon de Giro en als dan drie weken later de Tour was, dan zag je wel hoe het met de conditie was.'

Zodoende putte Breukink zijn lichaam al op 23-jarige leeftijd uit in die zware combinatie. Misschien is hem dat later in zijn loopbaan opgebroken, maar aan de andere kant: 'Ik heb in die periode toch een paar mooie overwinningen geboekt. Tegenwoordig is de opbouw misschien beter, maar soms zijn renners ook te voorzichtig. Je kunt wel alles op één of twee wedstrijden richten, maar er hoeft maar dit te gebeuren en je hele seizoen ligt in duigen.'

Erik Breukink begon aan de Tour van 1990 in de hoop bij de eerste vijf te eindigen. De al bijna traditionele slechte dag, die hem in één keer kansloos maakte, moest door de aangepaste seizoensindeling achterwege blijven.

Een onoplettendheid in de eerste etappe zette de Tour van 1990 meteen op z'n kop. Vier renners, onder wie de Franse outsider Ronan Pensec, kwamen in de eerste etappe aan met ruim tien minuten voorsprong op het peloton. Niet Pensec, maar de dan nog onbekende Italiaan Claudio Chiappucci blijkt de taaiste klant van dat viertal te zijn.

Samen met LeMond zet Breukink de achtervolging in. Chiappucci doorstaat de Alpen wonderwel, maar in een tusssenrit naar Saint Etienne komt Chiappucci binnen handbereik van de favorieten. 'Op een plek waar niemand dat kon hebben verwacht, zakte Chiappucci er dwars doorheen.'

Hetzelfde gebeurde Breukink op de Tourmalet. Hij verloor ruim vier minuten op LeMond, de latere winnaar. 'Een grote inzinking kon je het niet noemen, maar daar verloor ik wel de Ronde', zegt hij daarover in Bravo les Hollandais van Jeroen Wielaert.

Zijn demonstratie rond het Meer van Vassivière in de twintigste etappe kon daarom alleen een belofte voor de toekomst inhouden. 'Ik voelde meteen bij de start dat het goed zat. Dat heb je altijd met tijdritten.'

Tijdritspecialisten zijn fijngevoelige types die het kleinste afwijkinkje in de ideale zit onmiddellijk opmerken. Toch reed Breukink die dag voor het eerst in zijn loopbaan op een carbonfiets. 'Maar die was ook een perfecte kopie van mijn normale tijdritfiets. Anders had ik het ook nooit gedaan.'

Met het lichte materiaal vloog Breukink over de bergjes rond het meer. Bij alle tussentijdse metingen was hij de snelste. LeMond verloor bijna een minuut, maar was wel snel genoeg om Chiappucci uit het geel te rijden. De Italiaan hield het verschil met Breukink binnen de drieënhalve minuut, net genoeg om in Parijs als tweede aan te komen.

Van al zijn Tourtijdritten is die van Vassivière Erik Breukink het liefst. 'Ik kreeg daar zelf ook het gevoel dat een Tourzege haalbaar was. Als ik derde kan worden, kan ik ook winnen. Ik was pas 26 jaar. Mijn beste jaren moesten nog komen.'

De daaropvolgende Tour verliet Breukink samen met alle andere PDM'ers al na de tiende rit. Ze hadden allemaal voedselvergiftiging opgelopen. Bedorven kip, zei Jan Gisbers aanvankelijk. Het bleek onoordeelkundige toediening van intralipid, een middel om het herstel te bespoedigen.

'Er is niets ergers dan om zo'n rottige reden de Tour te moeten verlaten', zegt Breukink. 'De grootste teleurstelling uit mijn leven.' Toch heeft hij het altijd voor Gisbers opgenomen. 'Je kon het Jan ook moeilijk verwijten. Het was een fout van de dokter. Maar door die stomme verhalen maakte hij zichzelf volstrekt ongeloofwaardig.'

In 1991 won Miguel Indurain zijn eerste van vijf Tours. Erik Breukink eindigde het jaar daarop nog eens als zevende, maar in de vijf daaropvolgende deelnames was de toptien ver weg. 'Misschien werd ik minder, misschien de anderen beter. Het zal wel een combinatie zijn geweest.'

Hij heeft geen zin zich daarover het hoofd te breken. 'We kunnen het wel hebben over als, maar dat heeft geen zin. Toch?'

Meer over