InterviewMichael van Praag

‘Ik kan begrijpen dat mensen denken: wat is dat voor een verwaand figuur? Ik straal afstandelijkheid uit’

Michael van Praag is bestuurder af. Zijn laatste functie, lid van het hoofdbestuur van de Uefa, legde hij vorige maand neer. Komende week komt zijn biografie uit. ‘Corona heeft me socialer gemaakt.’

Michael van Praag: ‘Ik heb me altijd verscholen. Dat zit in mijn karakter, in wezen ben ik een verlegen mens.’ Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Michael van Praag: ‘Ik heb me altijd verscholen. Dat zit in mijn karakter, in wezen ben ik een verlegen mens.’Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Op het strand van Zandvoort draait een jonge voetballer, Johan Cruijff uit Amsterdam, zijn rieten strandstoel om. Hij is bevreesd voor pottenkijkers, hij is met een meisje en hij heeft plannen. Zijn vriend, student scheikunde en muzikant Michael van Praag, is vanuit Amsterdam met hem meegegaan, samen met een ‘afdankertje’ van Johan.

Van Praag: ‘Johan maakte er werk van in de strandstoel. Op een gegeven moment hoorde ik zijn meisje iets zeggen.’ Met plat Amsterdams accent: ‘Johan, niet doen, afblijven.’ Gelach schalt door de grote tuin in Aerdenhout.

De anekdote is ontleend aan Van Praag – achter de coulissen van het voetbal. Het is een boek, een biografie in veel opzichten, van Volkskrant-verslaggever Willem Vissers over de man die als voorzitter van Ajax (1989-2003) en de KNVB (2008-2019) en als bestuurslid van de Uefa(2009-2021) ruim dertig jaar grote invloed had in het voetbal.

Uitgebreid praat Van Praag (73) onder meer over zijn vriendschap met Johan Cruijff, zijn Joodse vriendenclub, de mislukte race naar het voorzitterschap van de Uefa, zijn vijf huwelijken en zijn vader, Jaap van Praag, de man die hem in de periode 1964-1978 voorging als voorzitter van Ajax.

Bij zijn afscheid van de Uefa, vorige maand, werd Van Praag benoemd tot erelid, het veertiende in de geschiedenis van de Europese bond. Twee jaar eerder was hij gestopt als voorzitter van de KNVB. Van Praag is teruggekeerd naar zijn ware liefde, de muziek. Hij maakt deel uit van twee bands, Trio van Toen en het jazzcombo PRFCT5.

‘Voor Trio van Toen bereid ik een theatershow voor, iets groters dan de optredens in verzorgingstehuizen en in tuinen. Het wordt een programma met muziek uit de jaren vijftig, met liedjes van mijn oom Max, Eddy Christiani en Annie de Reuver. Grappig genoeg was de tweede man van mijn moeder, Jack Philips, getrouwd met Annie de Reuver. Dus ik ken veel anekdotes over die tijd.

‘Hopelijk kunnen we na de zomer weer optreden. Ik val in, als drummer. Ik doe alleen mee in de wat grotere zalen, anders is het geluid veel te hard en moeten al die oude mensen hun gehoorapparaten bijstellen.’

Tweeëndertig jaar geleden interviewde ik u voor de eerste keer, in januari 1989 was dat, in uw kantoor in Hoofddorp. U was net voorzitter van Ajax geworden. Wat ziet u voor een man als u terugkijkt?

‘Een heel andere man dan ik nu ben. Mijn vader zou gezegd hebben dat ik een groenzoeter was, een groentje. Ik was héél toevallig voorzitter van Ajax geworden en wist niet wat me overkwam. Al die journalisten die alles van me wilde weten en vroegen of ik een plan had. Dat had ik niet. Behalve bij de volleybalclub op de middelbare school was ik nooit ergens bestuurder geweest.’

U zei in het interview dat de kilheid bij Ajax moest verdwijnen en dat de club weer moest gaan swingen. En uw secretaresse bracht koffie.

Van Praag: ‘Dat was Maud de Ru, via Facebook heb ik nog steeds contact met haar. Ik heb al heel vaak gezegd dat we weer eens wat moeten afspreken. Na de coronatijd gaan we dat ook doen. Deze tijd heeft me, eh, socialer gemaakt. Ik kom net bij mijn nicht vandaan, haar had ik jaren niet gezien.’

In het boek wordt gezegd dat u er altijd op aandringt om snel weer eens een afspraak te maken, maar…

‘Daarna niets meer van me laat horen. Daar sta ik om bekend. Er kwam altijd iets tussen. In mijn jaren in het voetbal was dat ook niet verwonderlijk. Ik kom meer tot mezelf, in deze tijd. Ik heb veel contact met mijn familie en vrienden en ik ben erachter gekomen dat je heel leuke Zoomborrels kunt houden. Ik heb zelfs een Zoometentje gehad.

‘Anderhalf jaar geleden heb ik met hulp van de redactie van het tv-programma Spoorloos vier nichten van mijn moederskant op kunnen sporen, ze wonen allemaal in het buitenland. Die spreek ik ook regelmatig. De jongste heeft een bed and breakfast, daar maak ik een website voor. Ik heb er nu de tijd voor. Toen ik nog in het voetbal zat, was ik erg met mezelf bezig. Het komt ook door corona. Ik ben veel meer geïnteresseerd in anderen dan vroeger.’

Waarom heeft u een boek over uzelf laten schrijven?

‘Ik draag het op aan Nicoline en Yvonne, mijn dochter en mijn vrouw. Ik had al die jaren veel verplichtingen en was vaak weg. Ik had het gevoel dat ik ze moest bijpraten. Het is ook een document geworden voor mijn familie. Veel familieleden hebben zich al die jaren altijd afgevraagd wat ik precies aan het doen was.’

Dat is het ene deel van het boek, het deel over uw bestuurlijke loopbaan. Er is nog een deel, het persoonlijke.

‘Dat is er omdat Willem Vissers dat wilde. Hij wilde de man áchter de voetbalfaçade ook portretteren. Hij dacht dat het een interessanter boek zou worden. Nou, goed.’

‘Ik heb me altijd verscholen. Dat zit in mijn karakter, in wezen ben ik een verlegen mens. Vroeger op school durfde ik niet op een meisje af te stappen om te vragen of ze met me wilde dansen. Misschien is het in de loop der jaren wel een soort zelfbescherming geworden; dat ik het onbewust oproep. Ik straal afstandelijkheid uit. Als ik op een feestje sta, komt er zelden iemand op me af om een praatje te maken.

‘Ik loop ook wat statig, parmantig. Ik kan me best voorstellen dat mensen denken: wat is dat voor een verwaand figuur? Ik roep het kennelijk op. Op Twitter bijvoorbeeld vinden veel mensen vinden mij een vervelende kwal.’

Hoe beviel de confrontatie met uw verleden tijdens de gesprekken voor het boek?

‘Ik heb iets geleerd. Mijn zusje en ik zijn in de steek gelaten door onze moeder. Mijn ouders waren verwikkeld in een vechtscheiding. Ik woonde dan weer hier en dan weer daar. Ik vond het naar, dacht ik, meer niet, ik heb er geen gevolgen van ondervonden.

‘Maar ik ben vijf keer getrouwd. Mensen lachen daar altijd om. Of ze keuren het af. Vijf keer getrouwd, nou nou nou. Hoe is het zo gekomen, vragen mensen soms. Ik ben steeds te snel getrouwd, zei ik dan, zo ging dat in die tijd. Samenwonen was geen optie en bovendien reisde ik veel. Ik wilde niemand alleen achterlaten als er wat zou gebeuren en ik vond het allemaal ook wel gezellig. Dus trouwde ik.

‘Maar door die gesprekken over mijn jeugd heb ik iets ingezien. De huwelijken werden gestimuleerd door pure verlatingsangst. Ik was als de dood dat die vrouw van wie ik hield uit mijn leven zou verdwijnen, net zoals mijn moeder had gedaan. Dus wat deed ik? Hup, trouwen. Dan is het geregeld. Dat ik dat nu weet, vind ik een geweldige bijvangst van het boek. Ik heb mezelf beter leren kennen.’

En uw vader? Bent u hem beter gaan begrijpen?

‘Misschien heb ik hem altijd verkeerd begrepen. Onze relatie was afstandelijk. Mijn vader had platen- en elektronicawinkels. Hoewel ik het niet van plan was, ben ik uiteindelijk de zaak in gerold. Wat ik nog steeds niet begrijp, is dat we geen goede collega’s waren. De vader-zoonrelatie was slecht. Hij had op alles wat ik deed kritiek.

‘Achter mijn rug om vroeg hij aan verkopers of mijn inkoopbeleid wel goed was. Hij liet me stiekem controleren. Hij vertrouwde me niet. Er was altijd wantrouwen, altijd kritiek. Dat is vreselijk, voor een zoon.

‘Ik was 16 jaar scheidsrechter, hij is twee keer komen kijken. Ik stopte en koos voor de muziek. Twee jaar later vroeg hij of ik nog floot. Hij had totaal geen interesse in me. Jammer. Maar toch ben ik enorm trots op wat die man heeft gepresteerd. Hij was een fantastische zakenman en een fantastische voorzitter van Ajax. Bij de Uefa werd ik in de eerste jaren door iedereen aangesproken over mijn vader. Wat een man, zeiden mensen dan, wat een ambassadeur voor Nederland. En altijd moppen vertellen, ook daar.’

Volgens uw nicht Marga van Praag heeft u een verknipte jeugd gehad.

‘Marga is een schat, maar wel een beetje emotioneel. Maar als het gaat over de scheiding van mijn ouders en de gevolgen daarvan, heeft ze gelijk. Dat deel van mijn jeugd was verknipt.’

Ondanks alles spreekt u liefdevol over uw vader. Er is nauwelijks rancune. Zegt dat iets over uw karakter?

‘Dat doet het zeker. Ik ben erg vergevingsgezind. Maar ik ben niet achterlijk hoor.’

Hij denkt even na. ‘Officieel ben ik niet Joods, omdat mijn moeder niet Joods was. Maar ik vóél me heel erg Joods. Ik heb heel veel Joodse vrienden en ik zit in een Joods clubje. We lachen ons elke week het schompes.

‘Veel joodse mensen die de oorlog hadden overleefd vertoonden hetzelfde gedrag als mijn vader. Hij had in de oorlog zijn ouders en zijn zusje verloren. Zijn vrouw Lenie verliet hem in de oorlog voor een andere man, terwijl hij ondergedoken zat. Hij zei: dit sluit ik af, ik laat het achter me, nu ga ik de wereld laten zien dat ik er nog ben. Dat leidt tot een vorm van narcisme. Iedereen mag het goed hebben, maar ik eerst. Daardoor begreep ik wel waarom hij zich zo gedroeg.’

Uw vriend Map Nihom zegt dat u in uw gevoel in en in Joods bent. Wat bedoelt hij daar precies mee?

‘Het gaat me om de nesjomme, zoals dat in het Jiddisch heet. Om de onderlinge betrokkenheid. Om de ziel. Ik ben er gevoelig voor. En als dat zo is, voel je je in die kringen enorm thuis.

‘Mijn vader had niet veel Joodse vrienden. Joden discrimineren zichzelf, zei hij altijd. Toen ik met mijn band veel op bar mitswa’s speelde, op Joodse bruiloften, ik was een jaar of 25, wist ik: hier hoor ik bij. Ik had het fijn gevonden als ik een Joodse opvoeding had gehad. Pesach, Jom Kippoer, die feestdagen had ik graag willen vieren. Ik voel me aangetrokken tot die mensen, met die specifieke humor en dat geestige geklaag. Alles wat eromheen hangt trekt mij enorm aan.’

U maakt deel uit van een Joodse mannenclub.

‘Map Nihom zit er ook in. En Bernard Hammelburg, Edwin de Vries, Jeroen Krabbé, Frits Barend, een paar doktoren. Normaal komen we vier keer per jaar bij elkaar, dan hebben we een diner en praten we wat. In deze tijd hebben we om de week een Zoom. Er worden hoogstaande gesprekken gevoerd, over van alles en nog wat: politiek, kunst, corona, de joodse identiteit en alledaagse dingen. Die humor is zo specifiek. Ik zit er nu een jaar bij en ik vind het geweldig.’

In het boek staat dat u het fonduen nog heeft geïntroduceerd bij de familie Cruijff.

‘Dat is echt waar hoor. Johan en Danny woonden in Vinkeveen op de Scholeksterlaan. Ik stelde voor om een keer te gaan fonduen. Dat was populair in die tijd. Ik vind het trouwens nog steeds lekker en gezellig.

‘Leuk, zei Danny, maar ik heb niet zo’n fonduepan. Ik nam een fonduestel mee en lampenolie in plaats van spiritus, want die was op. Het begon goed, maar de olie koelde steeds af en de onderkant van het pannetje werd pikzwart. Het was een totale mislukking, maar het was wel een gezellige avond.’

Van Praag – achter de coulissen van het voetbal, Willem Vissers. Inside, 336 pagina’s, €22,99.