'Ik gebruik de sport om God te dienen'

Jacques de Koning moet in duel met Gerard van Velde om het laatste olympische startbewijs op de 500 meter. Zijn geloof geeft hem kracht....

Jacques de Koning zit aan tafel met een zwart meisje dat te jong is omte weten dat hij met schaatsen zijn brood verdient. Haar gehuil heeft hemvannacht kostbare uren slaap gekost - dit weekeinde strijdt hij om eenstartbewijs voor de WK sprint, volgende week wacht hem een olympischeskate-off. Maar het deert De Koning niet.

Hij steunt zijn moeder, die misdeelde kinderen tijdelijk onderdak biedt.Hij wil, sinds hij anderhalf jaar geleden het geloof vond, meer zijn dande jongste telg uit een roemrijk schaatsgeslacht. 'Als ik over die kinderennadenk, zie ik het nut van schaatsen soms niet in. Die kinderen hebbenniks. Dan denk ik: wat kan mij die nachtrust eigenlijk schelen.'

De Koning verliest zichzelf niet in dergelijke gedachten. Hij voelt zichsporter en wil dolgraag als derde schaatser uit zijn familie naar deOlympische Spelen (oudoom Aad deed mee in 1948, grootvader Jacques was in1972 chef d'équipe). Maar niet ten koste van alles. Hij heeft zijn talentin dienst van God gesteld. 'Ik gebruik de sport om Hem te dienen.'

Hij heeft God gezocht nadat hij anderhalf jaar geleden ten prooi vielaan twijfel. Hij was voor de zoveelste maal geblesseerd geraakt. Zijnbuurvrouw overleed aan kanker. Ondanks zijn bevoorrechte bestaan alsprofatleet ervoer hij een enorme leegte.

'Ik dacht: als je dood gaat, is het allemaal niks waard. Je geld gaatpleite, aan medailles heb je niks. Ik dacht: als God bestaat, wat ik toenal geloofde, waarom doe ik er dan niets mee?'

De Koning besloot op een dag in zijn slaapkamer om hulp te vragen. Hijvoelde dat zijn gebeden werden verhoord. 'Er viel wat van me af. Ik had hetidee dat God er was om me toe te laten. Alsof hij zei: zo jongen, de tijdis gekomen om keuzen te maken. Ik ervoer een enorme rust.' Zijn moeder, diein tegenstelling tot zijn vader ook gelovig is, zag meteen dat hij wasveranderd. 'Het was alsof hij was bevrijd.'

Zijn gedrag paste hij meteen aan. Op zondagochtend ging hij niet meerfietsen met zijn vader, maar naar de kerk met zijn moeder. Hij liet zichdopen. Hij sloot zich aan bij Sportswitnesses, de christelijke organisatiewaarbij ook marathonschaatsers als Jan Maarten Heideman en René Ruitenbergzijn aangesloten. Rondom wedstrijden bezoekt hij speciaal georganiseerdereligieuze bijeenkomsten. Op zijn website plaatste hij een geschrevengetuigenis. Hij bidt dagelijks.

Bij de TVM-schaatsploeg veroorzaakte zijn bekering de nodige discussie.Sommigen onderhielden hem uitvoerig over de evolutietheorie, anderenmaakten grapjes of bekenden dat ook zij in 'iets' geloven. Zijn trainerGerard Kemkers vreesde dat hij zou stoppen als hij het belang van topsportteveel zou relativeren. Of dat hij niet meer op zondag zou willenschaatsen, zoals Ruitenberg.

De Koning kon Kemkers geruststellen. 'Ik sport om Hem te dienen. Als ikstop met schaatsen op zondag, kan ik niet meer functioneren als schaatser.En dus kan Hij mij niet meer gebruiken voor Zijn boodschap.'

Zijn verhouding tot God plaatst hem nog geregeld voor problemen.Onwillekeurig vraagt hij zich steeds af wat de diepere bedoeling kan zijnvan hetgeen hem overkomt. Vroeger zou hij vermoedelijk hebben gevloekt alshij tot op een honderdste seconde gelijk zou zijn geëindigd met Gerard vanVelde, zoals vorige week gebeurde bij de olympische selectiewedstrijden opde 500 meter. Nu richt hij zich in gedachten tot de Heer.

'Je gaat toch denken: waarom niet gewoon gezorgd dat ik geplaatst benvoor de Spelen. Maar het kan ook een test zijn: hoe ga ik hiermee om? Ikheb gebeden dat het goed zou gaan. En het ging ook goed. Ik reed mijnsnelste tijden ooit in Thialf. Misschien moet ik blij zijn dat ik nog eenkans krijg bij die skate-off volgende week.'

De Koning twijfelt er niet aan dat hij nog steeds hard moet werken. Hijkan niet op zijn lauweren rusten en erop vertrouwen dat het goed komt. 'Godgeeft geen cadeautjes weg.'

Hij denkt dat er slechts in grote lijnen over zijn lot wordt beschikt.'God zegt niet: Jacques wordt vandaag zesde.' Hij verwacht ook niet datzijn overtuiging hem bij de skate-off een voorsprong geeft op Van Velde,die niet religieus is. 'God geeft net zoveel om Gerard als om mij, ook alweet Gerard het niet.'

In zijn gebeden rept hij dan ook niet van de Olympische Spelen. Hoegraag hij in Turijn ook van de partij wil zijn, hij denkt dat egoïsme eenchristen niet past. 'Ik bid dat het mag gaan zoals God wil. Hij weet wathet beste voor mij is. Misschien krijg ik dan een klein duwtje in de rug.Want hij weet ook wel dat ik wil winnen.'

Meer over