'Ik dacht steeds: het zal wel'

Een jaar geleden raakte turnster Imke Glas verlamd tijdens een training. Ze zou nooit meer kunnen lopen. Inmiddels maakt ze alweer salto’s en radslagen....

Maud Effting

Het is 26 oktober 2007, half acht ’s avonds, als turnster Imke Glas (13) een aanloop neemt. Ze heeft die avond al drieënhalf uur getraind en ze moet nog één paardsprong doen, de laatste van die avond. Ze oefent al een tijd op een nieuw onderdeel: de Yurchenko met halve schroef. Het is een sprong met veel draaien erin. ‘Ik had hem al zo vaak gedaan’, zegt Imke. ‘Misschien wel duizend keer.’

Maar het gaat fout. Ze mist met haar handen nét het paard en schiet door. Met haar hoofd voorover vliegt ze richting de grond.

‘Ik hoorde krak’, zegt turntrainster Katarina Sarisska van BATO Haarlem, die op dat moment aan de zijkant staat te kijken. ‘Ik zag haar op haar nek vallen en wist meteen dat het helemaal mis was.’

Imke rolt door en komt uiteindelijk in een bak met zachte schuimblokken terecht. Daar blijft ze stil liggen. ‘Ik probeerde op te staan, maar dat lukte niet’, zegt ze later over dat moment. ‘Ik voelde me zweverig.’

Trainster Sarisska holt vervolgens naar haar toe. ‘Ik heb haar hoofd vastgehouden’, vertelt ze. ‘Imke zei meteen: ik voel mijn benen niet. En ze vroeg: ga ik dood? Ze kon haar benen niet meer bewegen. Haar armen nog wel een beetje, maar ik zei: doe maar niets. Ze werd een beetje misselijk, dacht dat ze flauw ging vallen.

‘Ik heb gepraat en gepraat. Ik zei dat ze niet dood ging. Dat ze goed moest ademen. Ze wilde steeds gaan liggen, maar ik wilde niet dat ze zou bewegen. Achteraf weet ik niet hoe ik het heb volgehouden.’

De ambulance is snel bij de Haarlemse turnzaal. De ambulancemedewerkers zeggen niet veel. Ze schuiven een plank achter Imke’s rug, en leggen haar op een brancard. Ze heeft op dat moment alleen gevoel boven haar borstbeen; daaronder voelt ze niets. Maar ze is rustig. ‘Ik dacht: het komt wel weer goed’, zegt Imke. ‘Het is een blessure of zo.’

‘Het was een ongelooflijk kalm meisje’, zegt neurochirurg Ricardo Feller van het VU Medisch Centrum (VUmc) die haar later behandelt. ‘Ik heb zelden zoiets gezien. Ze leek niet heel erg geschrokken. Ongelooflijk hoe ze het opving. Het enige wat ze wilde weten was: kan ik wel weer turnen?’

Rond acht uur wordt Imke naar het VUmc gereden. Ze vraagt het nog een keer aan de verpleegkundigen: ga ik dood? Die antwoorden: ‘Nee, zeker niet.’ Maar ze willen niet zeggen of het goed komt.

Iets over achten krijgt Imkes vader Wilco Glas in Broek op Langedijk een telefoontje van de VUmc. ‘Ze zeiden dat Imke was gevallen en dat ze op weg waren naar het ziekenhuis. Of wij ook wilden komen.’

Imkes ouders stappen in de auto en bellen de trainster die voorin de ambulance zit. ‘Toen ze opnam, hoorden we gillende sirenes’, zegt haar vader. . Ze legt uit wat er is gebeurd. Het woord dwarslaesie, een beschadiging van het ruggemerg waardoor vaak verlamming optreedt en ook andere functies kunnen verdwijnen, valt dan nog niet.

Het ziekenhuis belt rond 9 uur ’s avonds met neurochirurg Feller. Die staat op Schiphol, maar als hij hoort dat het om een 13-jarig meisje gaat, neemt hij een taxi naar het ziekenhuis. Binnen 15 minuten is hij er.

Als Imkes ouders het ziekenhuis bereiken, zit de trainster in de familiekamer te wachten. ‘Ik vroeg me af hoe ik het hen moest vertellen’, zegt ze. ‘Ik zag ze huilend binnenkomen.

Maar ik dacht wel meteen: het zit goed. Ze hadden me ook heel boos kunnen vragen wat ik had gedaan.’ Van Imke worden op dat moment scans gemaakt. Ze ligt vast op een houten plank, met een band om haar hoofd.

Imke was voor haar val topturnster. Ze maakte deel uit van de Oranje Jong Talent Selectie en zat op school in een topsportprogramma. ‘Ik had niet verwacht dat ze zou vallen’, zegt haar trainster. ‘Haar coördinatie is heel goed. Bij alles wat ze doet – schroeven, salto’s – weet ze precies waar ze is. Misschien heeft dat er juist mee te maken. Iemand die zo weinig valt als zij, raakt misschien in paniek en doet dan iets geks.’

Dwarslaesie

Dwarslaesie
In het ziekenhuis neemt neurochirurg Feller de ouders van Imke die avond apart. Ze heeft een breuk tussen haar zesde en zevende nekwervel. Hij vertelt hen dat ze een complete dwarslaesie heeft. ‘Die chirurg probeerde het niet voorzichtig in te kleden’, zegt haar vader. ‘Hij zei dat het eigenlijk uitgesloten was dat ze ooit weer zou kunnen lopen’, zegt haar moeder Bijtske Glas.

Dwarslaesie
‘Ik was de derde arts die Imke die avond onderzocht, en we constateerden allemaal hetzelfde: een complete dwarslaesie’, zegt Feller. ‘Vanaf een bepaald punt kon ze niets bewegen, had ze geen enkele pijn en geen gevoel bij aanraking.’

Dwarslaesie
Feller zegt dat hij Imke zo snel mogelijk wil opereren om het functioneren van haar armen te behouden en misschien te verbeteren. Haar ouders stemmen toe.

Dwarslaesie
Om half twaalf ’s avonds ligt ze op de operatietafel. Feller haalt twee nekwervels weg, zet er een stuk bot uit haar bekken voor in de plaats, en zet alles vast met een titanium plaatje. Het bot moet in de loop der tijd vastgroeien aan de andere nekwervels.

Dwarslaesie
Rond half zes ’s ochtends loopt hij uit de operatiekamer naar haar ouders, die de hele nacht hebben zitten wachten. ‘En?’, vraagt haar vader.

Dwarslaesie
‘Hij zei: u doelt natuurlijk op dat lopen’, aldus haar vader. ‘En vervolgens zei hij dat we daar maar niet van uit moesten gaan.’ Hij zegt wel dat de operatie is geslaagd; ze kan haar armen blijven bewegen.

Dwarslaesie
Imke ligt inmiddels op de intensive care. ‘Toen ik haar been oppakte, voelde het zo zacht’, zegt haar moeder. ‘Net pudding. Terwijl ze van die gespierde pootjes had.’

Dwarslaesie
Meteen als ze wakker wordt, vraagt Imke of ze nog mee kan doen aan de turnwedstrijd. ‘Nee’, zeggen haar ouders. ‘En de volgende wedstrijd dan?’, vraagt ze.

Dwarslaesie
‘Ik zei dat ze er rekening mee moest houden dat ze nooit meer zou kunnen lopen’, zegt haar vader. Maar het nieuws lijkt niet tot haar door te dringen. Ze blijft rustig, ook in de week die volgt. ‘Ik dacht steeds: het zal wel’, zegt Imke. ‘Ik ga gewoon weer lopen.’

Dwarslaesie
Alleen ’s nachts is het anders, zegt haar trainster. ‘Ze had nachtmerries. Dan schreeuwde ze: ik wíl niet in een rolstoel. Maar ’s ochtends wist ze nergens meer van.’

Dwarslaesie
Ook haar ouders hebben het zwaar. ‘Een van de moeilijkste momenten vond ik die keer dat ze van haar bed naar een stoel werd gehesen in een tillift’, zegt haar vader. ‘Dan zie je je kind daar hangen als een zak zout en dan denk je: dit is gewoon het ergste wat je kind kan overkomen.’

Bewegen

Bewegen
Maar na een week zegt Imke: ‘Hé pap, ik kan mijn teen bewegen.’ Haar vader kijkt onder de lakens, maar ziet niets. ‘Toch had ik het idee dat hij bewoog’, zegt Imke. Een paar dagen later zegt ze: ‘Kijk nou nog eens.’ Dan ziet haar vader het ook.

Bewegen
Die nacht wordt haar moeder wakker. ‘Wij sliepen om de beurt bij haar op de kamer. Het was natuurlijk doodstil, maar opeens werd ik wakker en dacht: wat is dat? Ik hoorde lakens ritselen. Ze bleek haar benen te bewegen in haar slaap.’

Bewegen
Haar ouders krijgen weer hoop. Maar drie dagen voordat Imke van het ziekenhuis naar het revalidatiecentrum over gaat, komt er een onbekende arts langs. ‘Hij zei glashard dat hij dat al vaker had meegemaakt. En dat het echt onwaarschijnlijk was dat ze ooit zou kunnen lopen’, zegt haar moeder.

Bewegen
‘Het was een enorme domper. Imke moest huilen. Ik werd kwaad. Ik zei: wij zijn helemaal in euforie over haar teen en nu komt u doodleuk vertellen dat het niets betekent. Maar het mooiste vond ik nog dat Imke zich ineens herpakte. Ze zei tegen hem: en tóch geloof ik u niet, ik ga lopend dat revalidatiecentrum uit.’

Bewegen
In het revalidatiecentrum traint Imke wekenlang op een rolstoelfiets. Een arts die langskomt, beweegt haar been twintig keer en laat dan los. Het been doet niets. ‘Ik dacht: nee hè’, zegt haar vader. ‘Maar de arts zei tegen me dat het juist goed was. Dat ze controle had over haar spieren.’

Tranen

Tranen
Dan gebeurt er iets bijzonders. Op 30 november gaat Imke tegen alle verwachtingen in staan. Een paar seconden staat ze met haar handen in de lucht. Haar moeder barst in tranen uit. Imke is daarna nauwelijks aanspreekbaar.

Tranen
Daarna gaat het steeds sneller. Binnen een paar weken doet ze wat stappen, en op nieuwjaarsdag haalt ze 700 meter. ‘Eigenlijk ging het revalidatiecentrum te langzaam voor haar’, zegt haar vader.

Tranen
‘Het wonder van Imke’, schrijft De Telegraaf. Toch is haar herstel volgens neurochirurg Feller geen wonder. ‘Het komt wel weinig voor: van de 100 mensen met een complete dwarslaesie gaan er 3 weer lopen. De resterende 97 herstellen onvoldoende. Al treedt bij 10 tot 15 procent wel enige verbetering op.

Tranen
‘Ik was in eerste instantie ook niet zo optimistisch. Ik ben opgeleid als arts met het idee: een complete dwarslaesie herstelt niet. Zij is de eerste die ik ken, die zo goed is hersteld.’ Een mogelijke verklaring is het snelle opereren (zie kader). ‘Imke is binnen een paar uur geopereerd’, zegt Feller.

Tranen
Lichamelijk gaat het zelfs zo goed dat Imke weer aan turnen denkt. In april maakt ze een paar salto’s op de trampoline. ‘Ik had alles nog in mijn hoofd’, zegt ze. ‘Het voelde hetzelfde als vroeger.’

Tranen
In september zegt de neurochirurg dat ze alles weer mag doen; het bot in haar nek is vastgegroeid. Al is ze nog niet ‘volledig genezen’: ‘Ze loopt niet helemaal soepel. Ook de vingers van haar rechterhand kan ze niet volledig strekken. Ze houdt zeker restschade. Maar de komende twee jaar kan er nog steeds herstel optreden.’

Tranen
Inmiddels turnt Imke drie keer per week. Bij de topsportgroep, maar zonder verplichtingen. ‘Ze doet alleen gecontroleerde dingen, zoals radslagen en saltootjes’, zegt haar vader. ‘Ze turnt ook op een lager niveau.’ Zelf verwacht Imke niet dat ze ooit weer op topniveau zal komen. ‘Mijn lichaam zou het wel weer kunnen’, zegt ze. ‘Maar ik denk dat ik niet meer wil.’ Ze zegt banger te zijn dan vroeger.

Tranen
Trainster Sarisska: ‘Daarmee had ze altijd al een beetje problemen. Het duurde soms lang voor ze genoeg vertrouwen had. Na zo’n val wordt dat alleen maar erger. Maar ik hoop wel dat ze doorgaat met sport. Misschien atletiek; ze kan goed hardlopen. Imke heeft heel veel talent. Eigenlijk denk ik dat ze in alle sporten goed zal zijn.’

Meer over