IJsland bedreiging voor Franse Euro-kansen

De onzekerheid over deelname van Frankrijk aan Euro 2000 houdt aan nu de wereldkampioen zaterdag het stugge Oekraïne wederom niet op de knieën kreeg....

De hernieuwde 0-0 na een door angst geregeerde wedstrijd bracht niet alleen bij de 70 duizend toeschouwers in het Olympisch stadion van Kiev een katterig gevoel teweeg maar ook bij beide ploegen. Vooral ook omdat de belangrijkste concurrenten in de kwalificatiegroep, Rusland en IJsland, wél wonnen, respectievelijk tegen Armenië en Andorra.

Het altijd voor een nietig voetballand gehouden IJsland is nog altijd volop in de race voor Euro 2000 en speelt in de resterende twee speelrondes van groep 4 een cruciale rol. Woensdag komt koploper Oekraïne op bezoek, een maand later besluit IJsland de kwalificatiereeks met een uitduel tegen Frankrijk.

Juist tegen IJsland begon Frankrijk de met veel haperingen gepaard gaande aanloop tot Euro 2000. Een jaar geleden kwam de wereldkampioen in Reykjavik niet verder dan 1-1. Dat smadelijke resultaat achtervolgt de ploeg nog altijd: woensdag in en tegen Armenië en in oktober tegen IJsland moet er gewonnen worden wil Frankrijk volgend jaar bij Euro 2000 aantreden.

Het wordt voor bondscoach Lemerre, de opvolger van de na het WK opgestapte Jacquet, de hoogste tijd dat hij zijn ploeg verlost van een aloud euvel: de geringe stootkracht. Ook zaterdag tegen Oekraïne stak dat euvel weer de kop op. In Kiev domineerde Frankrijk maar in kansrijke posities faalden de aanvallers.

Met de terugkeer van de herstelde Zidane kon Lemerre zaterdag beschikken over vrijwel het complete wereldkampioensteam van vorig jaar. Belangrijke afwezige was wel de geblesseerde Petit, de aanjager op het middenveld. De ploeg van Oekraïne werd door louter (ex-) spelers van Dinamo Kiev gevormd, met middenvelder Popov als uitzondering.

Hoewel de vermaarde Dinamo-coach Lobanovski niet tot de tweekoppige leiding van de nationale ploeg behoort heeft hij wel degelijk veel in te brengen over de opstelling en speelwijze van de ploeg. De hand van Lobanovski was ook zaterdag weer zichtbaar. Oekraïne bouwde een granieten afweer voor doelman Sjovkovski en mikte voorts op snelle uitvallen via Rebrov en ster Sjevtsjenko.

De laatste sinds dit seizoen voor AC Milan uitkomend, werd echter zelden goed bereikt en trof bovendien in Desailly een geconcentreerd spelende opponent. Het gevaarlijkst was Sjevtsjenko nog toen hij halverwege de eerste helft de uitglijdende doelman Barthez bijna met een vrije trap van grote afstand verraste.

Gevaarlijker situaties deden zich voor het andere doel voor, met name onder de impulsen van de sterk spelende Zidane. Die trof het echter niet dat de aanvallers Anelka en vooral Djorkaeff in zwakke doen waren. Ook hun vervangers Laslandes en Pires slaagden er zelden in de verdedigers van Oekraïne in verlegenheid te brengen. Het dichtst bij een treffer kwam de wereldkampioen nog dankzij een merkwaardige manouevre van een tegenstander. Halverwege de tweede helft raakte Golovko de bal zo onhandig dat hij zijn eigen doelman bijna met een lob te grazen nam.

Het laffe Oekraïne kreeg in dat tweede bedrijf geen kans meer. Terecht constateerde aanvoerder Blanc dat Oekraïne uit 'een gevaarlijker ploeg is dan thuis'. Op basis van doelsaldo is de wereldkampioen door Rusland en IJsland voorbijgestreefd.

Meer over