NK kunstrijdenLindsay van Zundert

Iedereen trekt aan Lindsay, maar Lindsay trekt haar eigen plan

Lindsay van Zundert haalde in Beijing als eerste Nederlandse kunstrijdster in 46 jaar de olympische finale. Maar wordt dat de opstap naar een nog mooiere toekomst? ‘Dat kan niet op de wijze waarop ze nu traint.’

Natasja Weber
Lindsay van Zundert op het ijs in Tilburg, haar eerste optreden na de Spelen. Beeld Pro Shots
Lindsay van Zundert op het ijs in Tilburg, haar eerste optreden na de Spelen.Beeld Pro Shots

Lindsay van Zundert oogt vermoeid en is nog altijd overdonderd door alle aandacht die ze kreeg na haar historische olympische optreden in Beijing. Tien dagen nadat ze in de olympische finale haar drievoudige Rittberger en hemelpirouette had laten zien, is de 17-jarige kunstrijdster te bewonderen op de Challenge Cup in Tilburg waar tevens wordt gestreden om de nationale titel. Op vertrouwd terrein – Van Zundert trainde in het verleden in het Tilburgse ijssportcentrum – kroont ze zich zondag tot Nederlands kampioen.

Een dag eerder verloopt haar optreden voor driehonderd toeschouwers allesbehalve vlekkeloos. Zich enigszins verontschuldigend meldt Van Zundert zich na de korte kür van zaterdag. ‘Het ging niet zoals ik gepland had. Maar liever dat het nu gebeurt dan dat ik vorige week de mist in was gegaan’, refereert ze aan de olympische finale van Beijing die ze afsloot op de achttiende plaats. Van Zundert kijkt op de Spelen terug als ‘een geweldig avontuur’. ‘Maar ik ben ook blij dat ik nu weer lekker thuis ben in Etten-Leur.’

Heel hectisch

Na haar uitstekende olympisch debuut zag de talentvolle kunstrijdster bij terugkomst in Nederland een week lang geen ijs. ‘Het is allemaal heel hectisch geweest. Ik heb nog niet eens de tijd gehad alle berichtjes te lezen. En ik ben ook alweer naar school gegaan’, vertelt de leerling van havo-4. ‘Het was voor mij echt even omschakelen om me te richten op de Challenge Cup.’

Er is de afgelopen weken heel wat afgekomen op de kunstrijdster die met haar deelname aan de Olympische Spelen haar sport in Nederland weer op de kaart heeft gezet. Van Zundert is de eerste Nederlandse kunstrijdster na Dianne de Leeuw in 1976 die zich olympiër mag noemen. De tiener zegt er ‘wel een beetje trots op te zijn’ dat het kunstrijden in ons land weer aandacht en erkenning krijgt. ‘Ik hoop echt dat er meer goede kunstschaatsers komen zodat we niet één keer in de 45 jaar op de Olympische Spelen kunnen staan, maar op elke Spelen.’

Terwijl in het ijssportcentrum van Tilburg vele jonge meisjes wachten op een selfie met hun idool, vertelt Van Zundert dat ze er over vier jaar, op de Spelen in Milaan, weer bij hoopt te zijn. Hoe haar nieuwe olympische route wordt vormgegeven, zegt ze nog niet precies te weten. ‘Daar ga ik na de WK van eind maart rustig over nadenken. Ik wil graag verder met mijn coach Carine Herrygers. Onze band is de afgelopen maanden, vooral door onze quarantainetijd in Heerenveen en de trip naar Beijing, alleen maar sterker geworden’, zegt Van Zundert over haar 51-jarige Belgische coach.

Hulp Haanappel en Dijkstra

De Brabantse heeft haar carrière tot nu toe grotendeels zelfstandig uitgestippeld met de hulp van haar coach, haar familie en met ondersteuning van Stichting Kunstrijden Nederland (SKN) van de kunstschaatsiconen Joan Haanappel en Sjoukje Dijkstra. SKN wil met behulp van sponsoren en donateurs het kunstrijden in Nederland structureel naar een hoger plan tillen.

Schaatsbond KNSB maakt er geen geheim van dat ze Van Zundert voor de nieuwe olympische cyclus graag wil opnemen in het topsportprogramma van de bond. ‘Lindsay heeft met haar achttiende plaats knap gepresteerd in Beijing’, zegt technisch directeur Remy de Wit van de KNSB. ‘Ze heeft laten zien dat ze veel talent heeft en dat ze eraan komt, maar we moeten ook zo realistisch zijn om te onderkennen dat er nog een hoop moet gebeuren. Als zij een volgende stap wil maken, dan kan dat niet op de wijze waarop ze nu traint. Daarover ga ik binnenkort met Lindsay in gesprek’, aldus de technisch directeur die er verder niet over wil uitweiden.

Van Zundert zal in ieder geval niet kiezen voor het nationale trainingscentrum kunstrijden in Heerenveen dat in mei de deuren opent voor de nationale trainingsselectie. ‘Ik geloof zeker dat de faciliteiten daar prima zijn, maar ik zie het niet zitten om naar Heerenveen te gaan. Ik ga het huis niet uit, ik heb een heel hechte familie’, zegt Van Zundert die samen met haar moeder, zusje en opa en oma onder één dak woont. ‘Het gaat gewoon goed zoals het nu gaat. Ook kan ik aan veel internationale wedstrijden deelnemen en volg ik trainingsstages bij goede coaches in het buitenland. Dus waarom zou er iets moeten veranderen?’

Op dezelfde voet verder

Die vraag werpt Sjoukje Dijkstra ook direct op als haar in het grand café van het Tilburgse ijspaleis wordt gevraagd naar de toekomstplannen van de bekendste pupil van SKN. ‘Lindsay is niet voor niks zover gekomen. Het gaat hartstikke goed dus we gaan op dezelfde voet verder’, stelt de olympisch kampioen van 1964 boven een kopje thee.

De 80-jarige Dijkstra heeft vanaf de tv genoten van het olympisch optreden van Van Zundert in Beijing. ‘In 2026 hoop ik er live bij te zijn in Milaan en Cortina d’Ampezzo. Voor mij begon het in 1956 als 14-jarig meisje allemaal op de Spelen van Cortina d’Ampezzo. Als ik daar Lindsay kan zien schitteren, zou voor mij de cirkel rond zijn.’
Voor Van Zundert klinkt het jaar 2026 nog ver weg. Na de Challenge Cup wil ze eerst even relaxen. ‘Ik ga lekker twee dagen carnaval vieren in Prinsenbeek.’

Meer over