Hooligans die ook nog een boek lezen

Ze worden gevreesd, de Engelse hooligans die vandaag in Charleroi opduiken bij het treffen tussen Engeland en Duitsland. Ze staan bekend als onvermoeibare vechtjassen, die komen om te knokken....

door Bert Wagendorp

ZE ZITTEN aan een ronde tafel in stadscafé De Vooruitgang aan de markt van Eindhoven. Het is maandag, een paar uur voor de wedstrijd van Engeland tegen Portugal. Buiten op het plein vieren een paar duizend Engelse fans alvast de aanstaande overwinning op de Portugezen.

De mannen aan de tafel laten de rondjes vlot doorkomen. Zo nu en dan staat een van hen op, en heft een luid 'Ing-er-land! Ing-er-land!' aan.

'Lala-lalala-lalala', zingen de anderen.

Ze zijn gehuld in de vlag van St. George, wit met rood kruis. Of in het rode of in het witte shirt met de drie leeuwen. Eentje zwaait regelmatig vervaarlijk met een Britse vlag boven de volle glazen.

'Ing-er-land! Ing-er-land! We'll beat the Portugese! Lala-lalala-lalala!'

Hooligans, zie je passerende Eindhovenaren denken. Niet te veel aandacht aan schenken, want dan gaan ze matten en veranderen ze de Vooruitgang in v/h de Vooruitgang.

Beetje oude hooligans zijn het wel. Zo rond de veertig zijn ze, de mannen. Ervaren hooligans, kennelijk. Gehard in de strijd, van de Battle of Turin tot de Slag van Marseille.

Maar toch, sommige details kloppen niet. De mannen hebben geen tatoeages. Ze spreken, in tegenstelling tot de ware hooligan, verstaanbaar Engels.

Wat ook niet klopt is de rustige man aan de tafel, die weliswaar een Engeland-shirt draagt en de vlag strak om zijn hoofd heeft gedrapeerd, maar die niet meeschreeuwt, niet meezingt, slechts zo nu en dan een nipje van zijn pint neemt en over zijn bril zijn mede-hooligans glimlachend gadeslaat.

En die ondertussen een boek leest.

Vreemd.

Een Engelse hooligan met een bril die een boek leest.

Een Engelse hooligan die La Peste van Camus leest.

In het Frans.

'Jools is een echte lezer', zegt Danny Knobel. 'Hij neemt naar uitwedstrijden altijd een boek mee. Meestal Sartre, maar vandaag Camus. Goeie keeper, Camus, wist je dat?'

'Shut up, Danny', zegt Jools.

Danny Knobel is 39, en de dikste van het gezelschap. Op zijn buik zien de drie leeuwen er nog imposanter uit. Knobel is eigenaar-directeur van een van de grootste toeleveranciers van warenhuisketen Marks & Spencer.

Hij wijst de tafel rond. 'Wij zijn allemaal joden uit Noord-Londen', zegt hij. 'Maar we zijn vooral Engelsen. Onze grootvaders zijn naar Engeland gekomen, lang geleden. En wij zijn Engelse patriotten. We houden van ons land.'

'We haten de Duitsers!', schreeuwt Nick Doffman (37). 'We voelen ons hier thuis, want jullie Nederlanders haten de Duitsers ook! We gaan ze inmaken in Charleroi!'

'Shut up, Nick', zegt Jools. Jools is chirurg.

Nick Doffman (37), hij doet in onroerend goed, maakt een ronddraaiende beweging met zijn hand naar de ober. 'Beer!'

Nick kijkt naar buiten. 'Ahh', zegt hij 'how I love to watch those 22-year old tits!'

Jools kijkt afkeurend over zijn bril.

'Gedraag je, Doffman', zegt Simon Lewis. Lewis (38) is partner in het befaamde en peperdure Londense advocatenbureau Mishcon de Reya. 'Simon heeft de scheiding van Diana en Charles nog gedaan', zegt Danny. 'En nu is hij smerig rijk.'

'Maar niet zo smerig rijk als jij', zegt Simon.

'Ing-er-land!', schreeuwt Nick. 'Ing-er-land!!'

'Lala-lalala-lalala', zet de advocaat die de scheiding van prinses Diana regelde in, gevolgd door de anderen.

'Wij houden gewoon erg veel van voetbal', zegt Danny Knobel. Zijn eerste interland zag hij op Wembley, Engeland-Duitsland, 1972. Hij was elf. En sindsdien is het nationale team zijn passie, naast Manchester United.

Ook de anderen volgen Engeland al enige decennia op de voet, sinds ze het kunnen betalen ook in het buitenland. Simon Lewis was er naar eigen zeggen al bij in 1967, Engeland-Rusland.

'Toen was je verdomme vijf', zegt Danny Knobel.

'Als we met Engeland op pad zijn, worden we weer jongetjes van twaalf', zegt Simon Lewis. 'Dan zijn we blinde fans.'

Maar geen hooligans. Niet alle Engelse fans zijn namelijk hooligan. De meesten zelfs niet. De meesten zijn gewoon fan. Altijd optimistisch. Altijd achter hun elftal, tot de zoveelste nederlaag een feit is en dan nog. Altijd hopend op de grote ommekeer, die eer en glorie zal brengen. Altijd zingend, aanmoedigend, meelijdend met hun team, tot het meestal bittere einde.

Heel andere fans zijn het dan het vrijkaartjes-legioen dat tegenwoordig, met een in de haast aangeschaft oranje T-shirt over het overhemd getrokken, het Nederlands elftal aanschouwt. Volgers van de hype, fans zonder roots die denken dat Beb Bakhuys een kunstzwemster was. Het soort fan dat nog het meest geniet van de wave.

Heel andere fans zijn het ook dan de kleine minderheid van Engelse landgenoten die steden verbouwt of de eigen spelers grove beledigingen naar het hoofd slingert.

Deze Engelse fans zijn echte fans. Voor hen zijn Bobby Moore en Tommy Lawton nog steeds helden. Ze surfen nog altijd op de magische golf van 1966, toen Engeland wereldkampioen werd. Ze citeren met tranen in de ogen de historische woorden van BBC-verslaggever Kenneth Wolstenholme, aan het eind van de WK-finale tegen West-Duitsland: 'Some people are on the pitch, they think it's all over... It is now!'

En wat ze vooral gemeen hebben, is het lijden sindsdien.

Toen het EK vier jaar geleden in Engeland was, zong een vol Wembley het, elke keer wanneer the boys uit de spelerstunnel kwamen, zo intens dat de koude rillingen over je rug liepen: It's coming home, it's coming home/It's coming, football's coming home/Everyone seems to know the score/They've seen it all before/They just know/They're so sure/That England's going to throw it away/Gonna blow it away

Engeland gaat de zege wéér weggeven. Ze gaan het wéér verknallen. Maar de fans blijven zingen.

'We weten het', zegt Danny Knobel. 'We gaan dit EK weer niet winnen. Maar voor het begint, maken we onszelf wijs dat het dit keer zal lukken. Wat heeft het allemaal voor zin, als je geen hoop hebt? Daarom houden we ook van Kevin Keegan. Want die zegt telkens dat we dit keer een hele goeie kans maken. Gelul natuurlijk, maar prettig om te horen. Hoewel we weten dat het ons onvermijdelijke lot is te worden ingemaakt. Maar we leven op hoop.'

Soms wordt dat geloven tegen beter weten in beloond. Zoals vier jaar geleden, toen Engeland op Wembley met 4-1 won van Nederland. 'Dat is mijn allermooiste herinnering', zegt Nick Doffman. 'Engeland, dat wint van het land van Cruijff, Van Hanegem en Van Basten. Wij, simpel Engeland, verslaan de Hollanders!'

De rest van de tafel knikt instemmend. Engeland-Nederland 4-1 is het mooiste wat de Engelse fan sinds 1966 is overkomen. 'En dit jaar gaan we jullie in de finale verslaan!', zegt Nick Doffman.

'Dat bedoel ik', zegt Danny Knobel. 'Hij weet ook wel dat we de finale helemaal niet halen, maar de gedachte alleen al maakt het leven de moeite waard.'

This Time (we'll get it right) heette het lied waarmee de Engelse selectie voor het WK van 1982 de top van de hitlijsten bereikte: uitgeschakeld in de kwartfinale. Ze zouden het voor elk nieuw groot toernooi opnieuw kunnen uitbrengen. Als Engeland zich tenminste weet te plaatsen, want ook dat is altijd maar afwachten.

Thís Time!

Nee, wéér niet.

Het lijden van de Engeland-supporter mag niet worden onderschat. 'We weten elke keer dat we hevig teleurgesteld gaan worden', zegt Danny Knobel, 'en als het team wordt vernederd, voelen wij dezelfde pijn. Maar we gaan door. Next time zullen we zegevieren.'

Buiten is de Eindhovense markt volgestroomd met Engelse fans. Ze zingen met stemmen die op de een of andere manier veel harder zijn dan die van concurrerende fans. Overal zijn vlaggen opgehangen, die straks meegaan naar het stadion, zoals regimenten hun vaandels meevoeren naar het slagveld. 'Kidderminster', staat erop. 'Stoke City', 'Mansfield Town', 'Bristol Rovers', 'Chester City'.

Niks geen flauwekul van 'Putten groet Oranje', maar 'Manchester City. Superbia in Proelia'.

Nick Doffman pakt in vervoering zijn eigen vlag en maakt een zegevierende ronde.

Behalve het lijden dat wordt veroorzaakt door de vernederingen die het nationale team telkens ondergaat, heeft de Engeland-fan ook nog met iets anders af te rekenen. Overal waar hij komt staan de politie-eenheden klaar. Over de hele wereld geldt hij als een gewelddadige hooligan, die voor je het weet je hele monumentale binnenstad in een ruïne heeft veranderd.

Simon Lewis wijst naar buiten. 'Allemaal aardige mensen', zegt hij. 'Goed, er zit er wel eens eentje bij die wat minder aardig is. Ik zat vanmorgen in het vliegtuig naast een enorme West Ham-fan met een geweldig grote kop en dertig tatoeages, die alleen maar 'bngrrr, bnggrrr' kon zeggen. Die moest je niet kwaad maken, dat kon je zo wel zien. Dus toen hij wat koffie over me heen gooide, heb ik daar niks van gezegd en hem vriendelijk toegeknikt.'

V

OLGENS ADVOCAAT Lewis wordt het geweld van een kleine groep hooligans vanuit Engeland welbewust georganiseerd en gefinancierd. 'Door de fascistische BNP bijvoorbeeld. Die hebben er belang bij sociale onrust te veroorzaken. Maar er zijn hier vandaag twintigduizend Engelsen, en als er tweehonderd kwaadwillenden tussenzitten, is het veel. Dat is één procent. Je kunt als je wilt met 75 man al rellen veroorzaken.'

'Als ik nu dit glas bier naar buiten gooi en ik raak toevallig de verkeerde, dan kan het al mis zijn', zegt Nick Doffman. 'Dan heb je chaos.'

'Niet doen, Nick', zegt Jools.

'Even om duidelijk te maken dat je twintigduizend mensen niet allemaal als hooligans kunt benaderen', zegt Nick. 'D'r zit hier aan tafel maar één echte hooligan, en dat ben jij.'

Ze waren er allemaal bij in Marseille, waar twee jaar geleden een geweldige veldslag ontstond rond de wedstrijd Engeland-Tunesië.

Danny Knobel maakt een tekening van het slagveld. 'Hier is de zee', zegt hij. 'Vandaar liep een lange rechte weg naar het stadion, waar we met duizenden andere supporters door de politie doorheen werden gedreven. Op die weg kwamen allemaal van die kleine steegjes uit, en daarin stonden van die rotjongetjes met stenen en rotzooi naar ons te gooien.'

Nick Doffman pakt een eetmes van tafel. 'Wat zou jij doen, als je vriendin die naast je loopt op weg naar een voetbalwedstrijd, door een mes wordt getroffen dat zomaar door de lucht komt aanvliegen? Dat gebéurde!'

'In Rome', zegt Danny, 'voor de wedstrijd tegen Italië, toen we ons konden kwalificeren voor het WK van 1998, waren er in het hele stadion twee toegangen, waar alle zesduizend Engeland-fans doorheen moesten. En daar stierf het ook nog eens van de politie. Ze behandelden ons als fucking animals. Vind je het dan raar dat sommige mensen zich ook als dieren gaan gedragen?'

'Je schrikt je soms dood van de blik in de ogen van die agenten', zegt Simon Lewis. 'Je weet ogenblikkelijk: één verkeerde beweging, één verkeerde opmerking, en ze gaan meppen. Ze staan zo strak van de spanning, dat de veer elk moment kan breken. Want ze zijn totaal opgefokt: de Engelse hooligans komen. Slaan!'

'Het is te gemakkelijk om de Engelse fans altijd maar de schuld te geven van al dat geweld', zegt Danny Knobel.

De fans van sommige Engelse clubs, die van Tottenham Hotspur in Rotterdam bijvoorbeeld, hadden in de jaren zeventig het voorwerk al gedaan. Maar pas sinds het in 1980, tijdens een EK-wedstrijd tegen België in Turijn totaal uit de hand liep, hebben ook de fans van de Engelse nationale ploeg de naam hooligans te zijn. 'De Italianen provoceerden ons', zegt Knobel, die erbij was.

'Misschien zijn wij Engelsen wat te gemakkelijk te provoceren', zegt Simon Lewis. 'Wij voelen ons, als we in Europa zijn, erg snel aangevallen.'

'Minderwaardigheidscomplex', zegt Jools.

'Jools, de enige die hier een minderwaardigheidscomplex heeft ben jij', zegt Nick.

Zaterdagochtend vliegen ze naar Brussel, voor de wedstrijd tegen Duitsland in Charleroi.

'Ing-er-land!!' schreeuwt Nick. 'We'll beat the bloody Germans!'

'Je bent zelf een Duitser, Doffman', zegt Jools.

'Lala-lalala-lalala', zingt de advocaat van wijlen de People's Princess.

De rekening bedraagt 550. 'Guldens of euro's?', vraagt Danny Knobel. 'Guldens? Goedkoop!'

De ober van de Vooruitgang krijgt een fooi van honderdvijftig gulden en verklaart een groot Engeland-fan te zijn. Dan vertrekken de mannen zingend naar het stadion, Nick Doffman zwaaiend met de vlag voorop.

Op weg naar de volgende tragische nederlaag.

Meer over