SerieDe naam is een verhaal

Hoe Ons Eibernest begon als vereniging van geheelonthouders

Nederlandse sportverenigingen hebben de wonderlijkste namen. Bijna altijd met een goede reden. Bart Jungmann belicht in een wekelijkse serie een curiositeit uit de vaderlandse sport. Deel 4: Ons Eibernest uit Den Haag

De jeugd van korfbalvereniging Ons Eibernest aan het spelen op het complex van de vereniging in Den Haag.
 Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
De jeugd van korfbalvereniging Ons Eibernest aan het spelen op het complex van de vereniging in Den Haag.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Vijftig jaar geleden was Ons Eibernest net zo’n begrip als Feyenoord, Klein Zwitserland en Henri Buitenzorg. De naam klonk niet naar topsport, maar Ons Eibernest werd voortdurend landskampioen, zowel op het veld als in de zaal. Wie nu zoekt naar Eibernest komt eerst uit bij een vakantiepark in Eibergen en pas daarna aan de Van Steenwijklaan in Den Haag, waar korfbal een marginale sport is geworden.

Gauw terug dus naar de vorige eeuw.

Rob Blokpoel, schrijver van een boek over de Haagse korfbalhistorie, tovert een clubblad tevoorschijn uit 1940. Daarin staat de volgende zin: ‘We nemen een bijzondere plaats in omdat we geheelonthouders zijn en toch een van de grootste sportverenigingen van Den Haag.’

Ons Eibernest was op dat moment twintig jaar oud, opgericht in een tijd dat ieder type mens zijn eigen clubje had. Zo hadden aanstaande onderwijzers met een hekel aan alcohol zich verenigd in de KGOB. De Haagse tak van de Kwekelingen Geheel Onthoudende Bond kwam elk weekeinde bij elkaar in een speeltuin die Ons Eibernest heette.

Voor de lol korfbalden ze met elkaar, maar op een gegeven moment besloten de Haagse KGOB’ers daarvan serieus werk te maken. Hun clubnaam ontleenden ze dus aan de speeltuin, waarbij het goed is om te weten dat eiber een ander woord is voor ooievaar. De vogel siert het wapen van Den Haag.

Ten tijde van de grootste successen waren onderwijs en geheelonthouding allang geen bindende factor meer. Dat was Moerwijk, zo’n typisch Haagse wijk, toen nog het domein van wat politici tegenwoordig hardwerkende Nederlanders noemen. Al die Moerwijkers waren eibers in hart en nieren. Hun nest stond aan de Aagje Dekenlaan.

Fast forward naar deze eeuw.

Na een fusie met HKV, nog zo’n illustere naam uit het Haagse korfbalverleden, is Ons Eibernest iets verderop terecht gekomen aan de Van Steenwijklaan. Voorzitter Gerrit Gerritsen leidt rond op een complex dat, naar maatstaven van korfbal, topsport belooft. Het nest is in orde, het ontbreekt aan eibers.

HKV/Ons Eibernest speelt in een stadsdeel waar culturen botsen en de meest geëmancipeerde sport van Nederland niet vanzelf spreekt. De emancipatie wordt tegenwoordig beleden in kleine steden en dorpen. Tot ver in de vorige eeuw gaven Amsterdam en Den Haag de toon aan in korfbal. Nu gebeurt dat in Papendrecht en Gorredijk.

Sinds 2005 wordt korfbal op het hoogste niveau gespeeld in wat een league heet. Ons Eibernest zit daar twee verdiepingen onder. Maar Gerritsen hoopt op een wederopstanding met de aanstaande diversificatie van Den Haag Zuidwest. En het zou ook helpen wanneer korfbal sexyer werd.

Meer over