Hoe maak je korfbal nog attractiever

REPORTAGE..

rotterdam Korfbal moet aantrekkelijk zijn om te doen en om naar te kijken. Individuele hoogstandjes en spectaculaire acties verdienen van Jan Sjouke van den Bos een betere beloning, er kan veel meer gebruik worden gemaakt van de supporters die de tribunes bevolken.

Voor de bondscoach van het sinds jaar en dag sterkste korfballand ter wereld houdt de drang tot vernieuwing niet op bij de drie regels waarmee nu tijdens de Korfbal Challenge, de traditionele afsluiting van het korfbaljaar, wordt geëxperimenteerd.

Geen sportbond is zo innovatief als het KNKV, geen bondscoach die zo staat te hunkeren om nieuwe spelelementen in te voeren als Van den Bos. Laatst vroeg hij aan 25 coaches een punt te noemen dat ze bij wijze van spreken de volgende dag anders zouden willen zien. ‘In een mum van tijd stonden er 25 suggesties op papier. Daar waren er tien bij waarvan ik dacht: die mogen van mij direct worden ingevoerd.’

Van den Bos doet het niet alleen. Een werkgroep is voortdurend op zoek naar ideeën om van korfbal een wervelende, attractieve sport te maken. ‘Als dat een van de drijfveren is, zal dat ook naar voren moeten komen in het spel.’ Zelf zou hij graag zien dat dit blijkt uit de omlijsting van een wedstrijd. Zoals nu in het Rotterdamse Topsportcentrum waar 25 ledlampen heel chique zijn aangebracht in de paal waaraan de korf is bevestigd.

Spelers behoeven niet langer opzij naar de klok te kijken om te zien hoeveel tijd resteert om tot een schot te komen. ‘De eerste 15 seconden gaat elke tel een groen lampje aan, dan voel je als speler geen druk, de volgende vijf seconden gaan oranje lampjes branden, dan weet je dat er iets moet gebeuren en de laatste vijf lampjes kleuren rood’, legt Van den Bos uit. ‘Dan moet je afronden, anders ben je te laat. Het spel wordt er niet anders door. Het is een service aan de spelers, maar ook aan het publiek.’

De technische time out is een probeersel afkomstig uit de marketinghoek. Nu worden op een groot beeldscherm gedurende twee keer anderhalve minuut spelmomenten herhaald, straks kunnen ook reclameboodschappen worden uitgezonden. Van den Bosch maakt het niet uit. ‘We hebben er geen last van.’ De spelers reageren onwennig. Voor hen hoeft het oponthoud niet zo lang te duren.

Een ander experiment, waarin een team niet vier maar twaalf keer mag wisselen, spreekt Van den Bosch meer aan. Als coach van de Tulips, een niet op z’n sterkst geformeerd Nederlands team, maakt hij er tegen DOS’46 en Fortuna veelvuldig gebruik van. ‘Je kunt je beste spelers op hun beste posities blijven inzetten, pinchhitters gebruiken, spelers die een mankementje hebben opgelopen even rust gunnen en jonge talenten een kans geven. Als je ziet dat dit geen handige zet was, kun je ze er ook zo weer uithalen.’

De mand van kunststof en de schotklok zijn de vruchtbare resultaten van een eerder geslaagde proef, de tweepunter en de afstand vergroten tussen strafworpstreep en mand hebben het niet gehaald. ‘De tweepunters zijn niet goed ontvangen omdat de vrouwen minder aan scoren zouden toekomen. Ik vind het geen sterk argument.’ Van den Bos gelooft er nog in. Ik zie dit wel een keer terugkomen als experiment.’

Korfbal is misschien de drukst bezochte zaalsport in Nederland, zegt hij. ‘Alle verenigingen hebben hun supportersschare. Daar moeten we gebruik van maken. Misschien kunnen we voor een competitiewedstrijd de supportersclubs van beide teams tegen elkaar laten uitkomen. Ik wil graag meer beleving zien. Wij moeten dat losmaken.’

Van den Bos zit vol ideeën. ‘Maar korfbal moet wel korfbal blijven. De kernwaarden dien je te bewaren.’ Zijn grootste wens is om het verdedigd schieten als spelregel niet af te schaffen, maar er anders mee om te gaan. ‘Als je wilt dat korfbal een spectaculaire sport is, moet je spectaculaire momenten waarderen.’

Van den Bos geniet het meest van spelers die alles kunnen met een bal. ‘Een aanvaller die door de verdediging loopt, de bal met één hand heel mooi ergens overheen lepelt en de verdediger geen kans geeft, dat is knap. Gaaf om te zien.’ Dat soort handelingen moet worden beloond, vindt hij.

‘Een onwerkelijke situatie is ook het beschermd balbezit, dat wil zeggen dat als je de bal in handen hebt, de tegenstander die tegenover je staat daarvan moet afblijven. Van mij mag die regel beperkt worden. Geef een bal op één hand vrij. Maar misschien moeten we nog veel verder gaan met de veranderingen.’

Meer over