Wielerseizoen 2022

Hoe komen wegrenners de winter door?

Taco van der Hoorn tijdens een training voor Omloop Het Nieuwsblad in februari 2019. Beeld ANP / BELGA
Taco van der Hoorn tijdens een training voor Omloop Het Nieuwsblad in februari 2019.Beeld ANP / BELGA

Vandaag is de eerste dag van de winter. Hoe bereiden drie Nederlandse renners, die dit jaar het beste seizoen uit hun carrière beleefden, zich in de ruim drie maanden voor op het nieuwe seizoen? ‘Mijn opa zei altijd: in de winter worden de wielrenners gemaakt.’

Robert Giebels

Taco van der Hoorn (28)

Ploeg: Intermarché-Wanty-Gobert Matériaux (Bel)

Laatste koers: Ronde van Drenthe 24 oktober 2021

Succes in 2021: Winst derde etappe Ronde van Italië

Langste ontsnapping seizoen: 270 kilometer in Milaan-Sanremo

Doel voor 2022: ‘Top zijn op 17 april in Parijs-Roubaix’

‘Aan het eind van de winter wil ik fysiek en zeker ook mentaal fit zijn. Dat je weet: ik heb heel veel getraind, maar ik ben nog fris en fruitig om het hele seizoen aan te gaan. Ik houd van fietsen en draai in de winter ruim 30 uur per week. Maar op een leuke manier, het moet niet voelen als werk. Ik ga niet in kou en regen rijden in Nederland, want dan ben ik mentaal opgebrand voordat het seizoen begint.

‘Dus train ik de komende maanden eerst veel in Zuid-Spanje, deels met vrienden uit het peloton van andere ploegen - kun je elkaar een beetje pushen - en deels met mijn eigen ploeg. Als ik 7 uur mag fietsen in een mooie omgeving met een aangename temperatuur heb ik echt een topdag en het is mentaal goed voor me.

‘Ik studeer bewegingswetenschappen in Amsterdam en zit in mijn masterfase. Ik weet daardoor een beetje wat werkt en wat niet. Als je het wetenschappelijk bekijkt: je bereikt wel hitte-adaptatie door in de warmte te trainen, maar geen koude-adaptatie door in de kou te trainen. Het lichaam past zich wel aan aan warmte, maar aan kou kan de mens eigenlijk niet zo goed. In de kou trainen voor de koude voorjaarsklassiekers heeft niet zoveel zin.

‘Het leukste komt begin februari. Dan ga ik op hoogtestage in Rwanda met mijn Wageningse huisgenoot, Jan Willem van Schip (in 2019 wereldkampioen op de baan, red.). Het klinkt avontuurlijk, maar het belangrijkste is dat ik daar heel veel train. Als je het op die manier leuk maakt voor jezelf, ben je bereid veel meer af te zien in die trainingen. Dan begin je het seizoen ook met een soort vakantiegevoel en ben je supergoed in conditie.

‘Er zijn geen geheimen of magische methodes of shortcuts: alle renners moeten gewoon heel veel trainen in de winter. Ik volg daarbij een schema dat ik met mijn trainer opstel: die en die dag zoveel uur rijden met korte of lange intensiteit, uitgedrukt in vermogen. Ik kan me heel goed voorbereiden met een trainingsstage in plaats van een voorbereidingskoers. Anderen vinden het fijn om hardheid in zo’n koers op te doen.

‘Als je dan voor het eerst tegen elkaar rijdt, is dat best wel spannend. Je weet precies waar jezelf staat, dankzij de vermogensmeters waarmee je elk jaar traint, maar niet hoe dat is ten opzichte van anderen. Iedereen denkt dat hij 5 à 10 procent beter is dan de rest. Dat is goed. Als je die illusie niet hebt, ga je er misschien niet vol voor. Maar omdat het hele peloton zo denkt, valt het altijd tegen. Ik ben daar in de loop der jaren wel wat realistischer in geworden.

‘Voor mij is het het moeilijkste van het wielrennen om op het juiste moment niet boven het juiste gewicht te zitten. Het lukt me altijd, maar het gaat niet vanzelf. Buiten het seizoen net iets te veel bier drinken, dat helpt niet. Maar je wil ook het normale leven van een twintiger leiden. Dat heb ik nodig, maar dat heeft consequenties.’

Dylan van Baarle tijdens een verkenning van het parcours van Parijs-Roubaix, begin oktober van dit jaar. Beeld BELGA
Dylan van Baarle tijdens een verkenning van het parcours van Parijs-Roubaix, begin oktober van dit jaar.Beeld BELGA

Dylan van Baarle (29)

Ploeg: INEOS Grenadiers

Laatste koers: Parijs-Roubaix, 3 oktober 2021

Succes in 2021: Winst semi-klassieker Dwars door Vlaanderen, tweede plaats bij wereldkampioenschap op de weg

Doel voor 2022: ‘Top zijn voor Vlaamse voorjaarsklassiekers en de Tour’

‘In oktober ben ik op de fiets in Nederland vrienden gaan bezoeken, gewoon omdat ik fietsen heel erg leuk vind. Daarna ben ik naar huis, naar Monaco, gegaan. Mijn trainer woont hier ook. Ik spreek hem dagelijks en zie hem vijf keer per week. In november is zijn trainingsschema nog vrij los en zegt hij alleen dat ik tussen de 20 en 25 uur per week moet doen. Dan fiets ik met renners van andere ploegen die hier ook wonen zoals Bauke Mollema, Wout Poels en Steven Kruijswijk - kunnen we Nederlands ouwehoeren. Met een groepje rijden is leuker dan in je eentje.

‘Het weer is hier goed en je hebt bergen. Toen ik in de winter nog in Nederland woonde, reed ik veel op de mountainbike, want met regen en wind zit je liever in het bos.

‘In december komen er allerlei oefeningetjes bij en krijg ik de opdracht per dag een aantal uur te fietsen met wat sprintjes tussendoor. Dan begint het al echt op een schema te lijken en rijd ik met ploeggenoten, niet meer met die andere jongens. Met voeding hetzelfde: eerst een soort richtlijn en als het seizoen bijna begint wordt het strikter.

‘Om te weten waar ik sta rijd ik het liefst een etappekoers als voorbereiding. Daarna weet ik waaraan ik moet werken - vaak explosiviteit - en dat doe ik dan in een trainingskamp. Vorige winter deden we precies hetzelfde en dat kwam er daarna bij de voorjaarsklassiekers helemaal uit. Ik reed heel goede uitslagen. In grote lijnen gaan we het deze winter weer precies zo doen, want het heeft gewerkt. Daar hoort ook wat hardlopen bij en twee à drie dagen per week in de gym voor een beetje krachttraining. Mijn opa zei altijd: in de winter worden de wielrenners gemaakt.

‘Omdat ik wielrennen zo leuk vind, kan ik heel goed trainen. De ploeg moet me wel eens afremmen. Dan moet ik minder doen en daar werd ik vooral vroeger wel eens nerveus van. Inmiddels weet ik wel dat soms een paar dagen rust nodig zijn om later het extra stapje te kunnen maken.

‘In de voorbereiding van het, zeg maar, coronaseizoen 2020 ging dat mis en heb ik te veel gedaan. Ik was fit in februari zoals altijd, maar alle koersen werden almaar uitgesteld tot uiteindelijk augustus, september en oktober. Al die tijd heb ik geprobeerd fit te blijven, maar we mochten hier in Monaco niet naar buiten. Heb ik anderhalve maand op de fietstrainer op mijn balkon gezeten - klein trauma aan overgehouden, haha. Toen het seizoen uiteindelijk begon, was ik overtraind en ben in 2020 nooit op het gewenste niveau gekomen.’

Fabio Jakobsen tijdens een training in de Vlaamse Ardennen in juni 2020.  Beeld BELGA
Fabio Jakobsen tijdens een training in de Vlaamse Ardennen in juni 2020.Beeld BELGA

Fabio Jakobsen (25)

Ploeg: Quick Step-Alpha Vinyl

Laatste koers: Binche-Chimay-Binche, 5 oktober 2021

Succes in 2021: Drie etappe-overwinningen in de Ronde van Spanje, winnaar groene trui Ronde van Spanje

Doel in 2022: ‘Als beste sprinter van de ploeg naar de Tour’

‘Ik heb in de winter tijd en ruimte om mij op de sprint te focussen. Dat doe ik met krachtoefeningen in het krachthonk en op de fiets met sprintjes. Maar ik moet ook veel duurtraining doen, ik moet wel uren maken en de conditie op peil houden. Want wielrennen blijft een kwestie van A naar B (of van A naar A als het een rondje is). Het zijn toch altijd 3, 4, 5 uurtjes op de fiets waarin ik de groep moet bijhouden. Daarvoor moet ik een goede basis hebben.

‘Wij trainen in drie groepen, ingedeeld naar gewicht: een klimmersgroep, een groep met klassiekerrenners en de sprintgroep, waar ik meestal in zit. Af en toe moet ik wel eens met de middelste groep mee, want ik moet bijvoorbeeld Julian Alaphilippe (wereldkampioen, red.) en Kasper Asgreen (winnaar Ronde van Vlaanderen) in de koers wel kunnen helpen. Achter die mannen aanrijden, dat zijn niet de allerleukste trainingsdagen, maar ik word er wel sterk van.

‘Bij de beloften ben ik erachter gekomen hoe ik fysiek in elkaar zit. Bij de profs merkte ik dat ik echt snel ben, genoeg om daar wedstrijden mee te winnen. Sprinten is mijn vak en dat betekent dat ik in de winter voortdurend zoek naar een balans. Bijvoorbeeld tussen krachttraining voor de sprint en de juiste hoeveelheid duurtraining om voorin te zitten als mijn specialiteit begint in de laatste 300 à 200 meter.

‘Trainen is voor mij al sinds de beloften als een weegschaaltje. Hoeveel moet ik sprinten in de winter en hoeveel volume moet ik draaien? Moet de trainer mijn sprint sneller maken of ervoor zorgen dat ik aan het eind mijn sprint nog heb? Voor die sprint heb ik andere vezels nodig dan voor uren fietsen op een lagere intensiteit. In de grote ronden moet ik ook bergetappes overleven en daarbij helpen die sprintvezels ook niet echt mee.

‘Ik rij mijn hoogste vermogens in de winter. Dan ben ik uitgerust en als ik wat krachttraining doe, zijn mijn topwaarden iets hoger dan in het seizoen. Maar dat zegt niet zoveel, want in de winter haal ik dat niveau niet na een rit van 5 uur en die rijd ik natuurlijk wel in het seizoen.

‘Nog zo’n balans: ik kan niet ongelimiteerd aan de gewichten hangen, want spieren verhogen mijn gewicht. Mijn duurmotortje loopt ook maar zo hard en daar moet ik ook de bergen over, dus ik wil zeker niet te veel kilo’s meenemen. Ik zit het liefst onder de 80 kilo, op 1 meter 81. In de winter ben ik wel 3 à 4 kilo zwaarder, maar dat is niet erg. Voor het mentale is het ook belangrijk even een maandje niet op te letten en samen met familie en vrienden zijn.

‘Voor die mentale gezondheid hebben we een psycholoog in de ploeg. Die heeft me geholpen bij het verwerken van mijn val (waarbij Jakobsen in augustus 2020 in de Ronde van Polen bijna het leven liet, red.). Ik bel hem regelmatig. Als je ervoor open staat kun je van iedereen iets leren. Hij heeft me bijvoorbeeld geleerd dat je je moet focussen op de dingen waar je invloed op hebt. Als dat lukt, word je daar ongemerkt gelukkig van.’

Meer over