‘Hoe dichter je bij De Meer kwam, hoe kleiner je werd’

Willem II-coach blikt terug op zijn periode als speler van Ajax, de bekeropponent van vanavond...

Wat hadden ze zich bescheurd, de vrienden van Dennis van Wijk die eerder dit seizoen naar de Arena waren gekomen om hun oude gabber als trainer van Willem II aan het werk te zien tegen Ajax. Al na 24 minuten was het 4-0 in het eenzijdige competitieduel.

Dát zal niet nog eens gebeuren, bezweert Van Wijk, als Ajax vanavond op bezoek komt voor de kwartfinale van het bekertoernooi. ‘Ik schaamde me kapot’, herinnert Van Wijk zich van eerder dit seizoen. ‘Je komt voor het eerst in tijden weer terug in Amsterdam. Je familie en vrienden zitten op de tribune en je gaat met 6-0 voor gaas.

Een vriend zei: bij elk doelpunt zakte je tien centimeter verder weg in dat stoeltje. Die negentig minuten waren een hel. De persconferentie ook, want wat zeg je na zo'n blamage? In de bus terug naar Tilburg heb ik samen met mijn assistent Andries Jonker, ook een echte Amsterdammer, stevig zitten vloeken.’

Zo klein als hij zich toen voelde, moet Van Wijk zich begin jaren tachtig ook hebben gevoeld toen hij voor het eerst als tiener aan de slag ging bij Ajax. Hij, de brutale linkspoot van De Volewijckers, werd ondergebracht in het belofteteam dat onder leiding stond van zijn vader, Hassie.

‘Je stapt uit de tram en dan zie je die hele lange weg naar het stadion. Hoe dichter je bij De Meer kwam, hoe kleiner je werd. Ik had ook wel schrik om daarheen te gaan, ook al was ik achttien jaar. Maar trainer Aad de Mos overtuigde mij dat ik het moest doen. Ik had er geen moeite mee dat mijn vader de beloften trainde. Als ik niet goed genoeg was geweest, dan was ik er ook niet terecht gekomen.’

Als Van Wijk nog eens in zijn gedachten rondkijkt in de kleedkamer, ontwaart hij daar jongens als Silooy, Van ’t Schip, Menzo, Kieft, Vanenburg en Rijkaard. Van Basten en Bosman kwamen daar later bij.

‘Op een woensdagmiddag mocht ik een wedstrijdje meedoen met de beloften en de reserves tegen het basiselftal, voordat Cruijff zijn comeback maakte tegen Haarlem. Er moest toen even worden getest hoe fit Cruijff was. Nou, hij was topfit.

‘Dat was een grandioze ervaring voor mij, maar het was slechts een klein momentje in dat ene Ajax-jaar.’

Want bij dat ene jaar bleef het vooralsnog voor Van Wijk. Van Ajax had hij mogen blijven, maar Van Wijk vond dat het tijd was voor een nieuwe prikkel en ging aan de slag in Engeland, bij Norwich City. Vader Hassie maakte promotie bij Ajax en ging aan de slag als assistent van De Mos bij het eerste elftal.

Op een dag, 29 januari 1984 om precies te zijn, werd Dennis gebeld door zijn oom. Er was iets ernstigs met zijn vader gebeurd en hij moest naar Nederland komen. ‘Maar ik kon niet weg omdat wij een wedstrijd hadden. Een dag later kon ik er pas naartoe.’

Wat hij in het ziekenhuis zag, maakte diepe indruk. Hassie van Wijk was tijdens een oefenwedstrijd van Ajax bij de amateurs van HMSH uit Den Haag zwaargewond geraakt toen het betonnen dak van de dug-out waarin hij zat, was bezweken onder het gewicht van supporters die er bovenop stonden. Zijn nek was ernstig beschadigd, zijn linkervoet verbrijzeld. Zijn trainerscarrière bij Ajax was over.

‘Omdat ik in het buitenland zat, heeft dat ongeluk niet zo’n invloed op mijn leven gehad, al werd ik er dagelijks mee geconfronteerd als ik naar huis belde. Mijn vader is daarna een beetje afgeknapt op het voetbal. Logisch ook. Van de ene op de andere dag was dat boek gesloten. Bij Ajax hebben ze nog wel gekeken naar een passende functie, maar ik denk dat hij het niet meer kon opbrengen.’

Zelf lukte hem dat wel toen Ajax hem in het seizoen 1989-1990 terughaalde naar Amsterdam. ‘Ik trainde mee met de tweede ploeg van Brugge toen ineens een telefoontje van Ajax kwam. Ik was best trots dat ik mocht terugkomen. De manier waarop de club mijn vader heeft behandeld na het ongeluk speelde voor mij geen rol. Ik ben opgevoed met de gedachte onder alle omstandigheden het positieve uit het negatieve te halen. En ik denk dat mijn vader het juist heel jammer had gevonden als ik het niet had gedaan.’

Maar Dennis van Wijk brak nooit door bij Ajax. Over zijn tweede periode in Amsterdam zei hij eens dat hij liever een meter bier haalde dan een meter hardliep. ‘Ach, dat zal mijn bravoure zijn geweest’, reageert hij nu. ‘Ik was met heel goede intenties naar Ajax gekomen en was enorm gemotiveerd om het daar te maken.

‘Maar het fit geraken vlotte niet. Bovendien deden de jonge jongens het erg goed. Dan kun je wel zeggen: ik heb mijn kans niet gehad. Maar je kans krijg je altijd als je goed genoeg bent, dus dat is bullshit. Het was een ontgoochelend jaar, maar dat lag voor een deel aan mezelf.’

Meer over