Nieuws

Hoe de WK afstanden verrassen, dankzij Bowe, Groenewoud en Wiklund

Wie wat bij de WK afstanden in Heerenveen wat verder keek, werd misschien wel prettig verrast. Zoals door het voorzichtige herstel van het Amerikaanse schaatsen, het goud van Marijke Groenewoud of dat van de Noorse Ragne Wiklund.

Brittany Bowe op weg naar haar wereldtitel op de 1.000 meter. Beeld ANP
Brittany Bowe op weg naar haar wereldtitel op de 1.000 meter.Beeld ANP

De Amerikanen kunnen het nog

Met twee zeges lieten de Amerikanen tijdens de WK afstanden weer van zich horen. Brittany Bowe won de 1.000 meter. Joey Mantia sprintte naar de zege op de massastart, de discipline waarop hij in 2017 en 2019 ook al wereldkampioen werd.

Het is een groot verschil met vorig seizoen, toen zij in eigen huis in Salt Lake City bleven steken op één derde plek voor Mantia op de 1.500 meter. Maar met de gouden medailles in Heerenveen hoeft nog niet per se de vlag uit in de VS, want de basis voor de Amerikaanse successen is smal. En oud. Mantia is 35, Bowe 32. Hun opvolgers laten op zich wachten.

Bij de vrouwen was Bowe, die op de 1.500 meter in 1.55,02 tweede werd, de enige Amerikaanse die aan de WK deelnam. Bij de mannen waren er naast Mantia nog drie. Wel allen twintigers, maar niet met de brille van hun ervaren ploeggenoot. Ethan Cepuran (20) en Conor McDermott-Mostowy (22) reden in de marge mee op de 5 kilometer en 1.500 meter. Ian Quinn (27) reed de massastart, maar bleef steken in de halve finale.

‘We zijn in een overgangsfase’, legde bondscoach Matt Kooreman uit. ‘De laatste tien jaar hebben we eigenlijk geen opleidingsprogramma gehad. Er was besloten de pijlen te richten op de toppers die we hadden.’ Dat waren naast Mantia en Bowe, onder meer Shani Davis en Heather Richardson-Bergsma.

Davis en Bergsma stopten de afgelopen jaren met schaatsen en er was niemand die hun plek echt invullen kon. ‘We hebben de diepte niet, qua talenten. Bij lange na niet en dat doet pijn’, zei Kooreman. In totaal zijn er zo’n 100 kinderen die wedstrijden schaatsen in de VS.

Nu is het beleid veranderd. Er worden opleidingsprogramma’s ingericht. Maar dat zal nog een jaar of tien duren, voordat dit zijn vruchten af zal werpen, verwacht Kooreman. Met het oog op de Spelen zal het neerkomen op Bowe en Mantia. Wat dat betreft is het goed dat ze een jaar voor Beijing laten zien die verwachtingen nog waar te kunnen maken.

Marijke Groenewoud (links) wilde de sprint aantrekken voor Irene Schouten (rechts), maar werd zelf de winnaar van de massastart. Beeld ANP
Marijke Groenewoud (links) wilde de sprint aantrekken voor Irene Schouten (rechts), maar werd zelf de winnaar van de massastart.Beeld ANP

Groenewoud de onverwachte winnaar

Marijke Groenewoud was er na de finish van de massastart even beduusd van dat ze had gewonnen. Dat gold ook voor Irene Schouten (28), die na de Canadese Ivanie Blondin (30) als derde de finish passeerde. ‘Het was een beetje chaos’, vertelde de 22-jarige Groenewoud.

Na afloop was er irritatie tussen Schouten, Groenewoud en coach Jillert Anema. Van tevoren was afgesproken dat bij een trage koers de sprint vroeg moest worden ingezet en bij een snelle wedstrijd juist laat. Uiteindelijk versnelde Groenewoud, aangevuurd door Schouten, op een plek die tussen beide scenario’s in zat.

De bedoeling was om Schouten te lanceren, maar zij kwam juist in het gedrang achter Groenewouds rug en raakte wat achterop. Bij het opsturen van het laatste rechte eind merkte de Friezin pas dat ze haar kopvrouw miste. ‘Ik dacht dat ze achter me zat, maar toen ik Blondin zag, dacht ik: die moet zeker niet winnen.’ Ze zette aan en bleef de Canadese voor.

Dat Schouten de vrouw voor de zege moest zijn, was van tevoren afgesproken. Zij werd al tweemaal wereldkampioen, in 2015 en 2019, en haalde brons bij de Spelen van Pyeongchang. ‘Irene heeft laten zien dat zij de sterkste en de snelste is. Ik zit er nog net wat onder’, zei ze.

Dat geldt ook voor de marathons waar ze als ploeggenoten beiden mikken op de eindsprint. Als Schouten er is, wordt Groenewoud vaak tweede. Als Schouten de hort op is voor langebaanwedstrijden, dan is het vaak aan haar. ‘Maar ik heb haar nog nooit verslagen in een rechtstreeks duel.’

Hoewel de tactiek niet helemaal uitpakte zoals het van tevoren was gepland, was de uitkomst prima, oordeelde Groenewoud. ‘Het doel was winnen. We moeten er hartstikke blij mee zijn. 1 en 3, dat doet niet iedereen.’

Met haar wereldtitel op zak, voelt Groenewoud zich gesterkt in de olympische ambitie die ze koestert. ‘Dit is een mooi opstapje, want ik wil volgend jaar graag naar de Spelen.’ Wie daar de afmaker wordt, zij of Schouten, daar wil ze haar vingers niet aan branden. ‘Dat is aan de bondscoach’, zei ze. ‘Maar we kunnen allebei winnen. Dat hebben we laten zien.’

De Noorse Ragne Wiklund wordt gefeliciteerd met haar onverwachte wereldtitel op de 1.500 meter. Beeld AP
De Noorse Ragne Wiklund wordt gefeliciteerd met haar onverwachte wereldtitel op de 1.500 meter.Beeld AP

Wiklund wint als eerste Noorse goud

De Noorse mannen hebben een rijke historie op de WK afstanden. De vrouwen niet. Tot zondagmiddag werd er nog nooit een Noorse individueel afstandswereldkampioen. En toen was daar Ragne Wiklund, 20 jaar oud, die verraste met de zege in 1.54,61. Ze was nog nooit zo snel.

Brittany Bowe, de winnares van de enige twee wereldbekers van deze winter, kwam tekort. Zij werd tweede in 1.55,03. Derde werd de Russin Jevgenija Lalenkova (1.55,09). Zo zorgde Wiklund voor nog een opvallend statistische prestatie, want voor het eerst sinds 2006 stond er geen Nederlandse op het 1.500-meterpodium.

De prestatie van Wiklund kwam als een verrassing voor iedereen. Voor haarzelf, voor bondscoach Bjarne Rykkje en voor de rest van het Noorse team. ‘Ze stonden allemaal te huilen’, vertelde Wiklund. Zijzelf niet. Ze was te verbaasd. Zelfs na de 5 kilometer, waarop ze anderhalf uur na de 1.500 meter 6de werd, kon ze nauwelijks geloven wat ze had gedaan.

Wiklund groeide op in Oslo. Haar ouders zijn fanatieke oriëntatielopers, een sportvorm waarbij hardlopen gecombineerd wordt met kaartlezen. Van kinds af aan doet zij dat ook. En nog altijd. In september werd ze nationaal kampioen op de estafette. ‘Nog voordat ik nationaal kampioen werd als schaatser.’ Dat werd ze eind oktober voor het eerst, op zowel de 3 als de 5 kilometer.

Ze zal beide sporten blijven combineren. ‘Het zou stom zijn om ermee te stoppen’, lachte ze. Zo ziet Rykkje dat ook. Of ze nu haar duurtraining op de fiets doet of hardlopend door het bos, dat maakt niet uit. ‘Maar haar focus ligt wel echt op het schaatsen.’

Ook met schaatsen begon ze al vroeg, als kleuter al, op de onoverdekte ijsbaan in de buurt. En dat ze talent had was ook al snel duidelijk. In 2019 won ze de 3 kilometer bij de WK voor junioren. ‘Dat ging misschien wel iets te makkelijk’, vertelde Rykkje.

Toen hij haar in die tijd onder zijn hoede kreeg, viel het hem op hoe groen ze nog was in haar benadering van de topsport. ‘Ze was echt nog een kind.’ Vorige winter liep het allemaal niet goed, maar een goed gesprek in januari 2020 met Rykkje zette Wiklund weer op het juiste spoor. ‘Sindsdien gaat het alleen maar beter.’

Meer over