Analyse

Hoe de lang verguisde Arena een nu geliefd Ajax-stadion is geworden

Plezier en vreugde op de tribunes van de Johan Cruijff Arena na de 4-0 tegen Borussia Dortmund in oktober vorig jaar. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Plezier en vreugde op de tribunes van de Johan Cruijff Arena na de 4-0 tegen Borussia Dortmund in oktober vorig jaar.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De Johan Cruijff Arena leeft op van een wedstrijd zoals Ajax - Benfica, al zegt een meeslepende sfeer in het inmiddels doorleefde stadion niet alles over de prestaties van de thuisclub.

Willem Vissers

De Arena zingt, schatert, trilt of huilt massaal. Het stadion, eens de kille evenementenhal in Amsterdam-Zuidoost, is op Europese avonden als een long die massaal in- en uitademt, op het ritme van het voetbal van Ajax.

Seizoenkaarthouder en cabaretier Youp van ‘t Hek looft het stadion dat dinsdag decor is van Ajax - Benfica, een beoogde kraker na de 2-2 in Lissabon, beslissend voor het bereiken van de kwartfinales van de Champions League. ‘Sowieso is het meer een Ajax-stadion geworden. Dat scheelt bij het kijken. De club heeft er inmiddels veel triomfen gevierd en ronduit legendarische wedstrijden gespeeld. En het belangrijkste: het gezeik met dat belabberde gras is voorbij. Dat was een zeer irritante fase. Kortom: niets dan lof.’

Afgelopen zaterdag, bij een optreden in Waalwijk, bedankte Van ‘t Hek met een kwinkslag verdediger Luuk Wouters voor diens dommig veroorzaakte strafschop in de laatste thuiswedstrijd van Ajax, tegen RKC. Die penalty was nodig voor de winst, want ondanks de geprezen sfeer is Ajax bepaald niet onoverwinnelijk thuis.

Deze week cruciaal op twee fronten

Dat is een interessante paradox. Ajax speelt thuis gemiddeld aanvallender dan uit, soms met desastreus gevolg. Van de drie competitienederlagen dit seizoen leed Ajax er twee thuis, en in Europa zijn Tottenham, Chelsea, Valencia, Liverpool, Atalanta en Roma in Amsterdam te sterk geweest in de laatste jaren, met pijnlijke uitschakelingen tot gevolg. Toch was de sfeer vaak meeslepend, met voortdurend gezang, inhakende dans, pogo’s in de vakken, en soms dankbaar applaus na afloop, ook na teleurstelling. Deze week is wat dat aangaat cruciaal op twee fronten, met Benfica en Feyenoord binnen vijf dagen als tegenstander.

Tal van oorzaken leidden tot de wording van de Arena tot echt voetbalstadion: het succes, allereerst, de doorleefdheid. Gewenning. Verbeteringen, zoals rode en witte stoelen in plaats van zitjes in koude kleuren. Een nieuwe generatie publiek ook. Zeg maar: niet alleen de traditionele Ajax-kijkers die komen controleren of de club wint, ook mannen en vrouwen met feest in het hoofd.

Ravish Sitaldin is 34 jaar en geboren in de Watergraafsmeer. Vanuit het vroegere stadion De Meer hoorde hij als kind aanlokkelijke geluiden als de wind goed stond. Als beloning voor een schoolrapport kreeg hij vijftien jaar geleden zijn eerste seizoenkaart. Nu is hij bijna verslaafd. ‘Met de titel van 2011 tegen FC Twente is de Arena ontmaagd als voetbalstadion’, denkt hij, net als velen. Elke herinnering slaat hij op: ‘Of het nu de trillingen zijn uit een vak vol springende Bremen-supporters, of de fatale doelpunten van Tottenham aan mijn kant.’

Veilig en comfortabel

Henk Markerink was al voor de opening in 1996 directeur en bleef dat tot zijn pensioen vorig jaar. ‘In het Olympisch Stadion was de sfeer soms geweldig door de prestaties van Ajax, hoewel gezinnen en ouderen vaak niet gingen, omdat ze het gevaarlijk vonden.’ De bouw van de Arena was bittere noodzaak. Een theater moest het zijn. Veilig, comfortabel. Met hekwerken en een gracht, om supporters in tijden van hooliganisme van het veld te houden.

Dan was daar dat vreselijke gras dat niet wilde groeien. Elders groeide juist het leedvermaak om tientallen snel versleten matten, gecombineerd met de neergang van Ajax rond de eeuwwisseling. De groeiende aversie tegen het stadion was ook een kwestie van weemoed naar De Meer, naar pislucht die paste bij onoverwinnelijkheid, naar kleinheid, naar een ploeg van wereldklasse die uit de raampjes van de kleedkamer naar het veld keek en voorspellingen deed over de uitslag.

De geschiedenis kreeg langzaam opnieuw gestalte, ook door wedstrijden met historische waarde. Markerink: ‘Sinds de opening is ook weer voor 80, 90 miljoen euro geïnvesteerd. Liften, roltrappen. De hoeken zijn dichtgebouwd. Er is meer kleur, de gracht is weg, vlaggen zijn opgehangen, de kleedkamers verbeterd, de omlopen verbreed.’

Samenwerking met de Bijlmer

Markerink is trots op de samenwerking met de Bijlmer, waar het stadion ligt, om werknemers te rekruteren. ‘Voetbal heeft een grote penetratiegraad in de samenleving.’ En het stadion heet nu Johan Cruijff Arena. Het duel met Twente in 2011, dat Ajax moest winnen voor zijn eerste landstitel in zeven jaar, geldt als begin van de nieuwe jaartelling. Ook in de Europa Cup zijn historische duels gespeeld, dit seizoen bijvoorbeeld tegen Borussia Dortmund. Markerink: ‘Zelfs in die fatale laatste seconden van het duel met Tottenham bleef de sfeer goed.’

Het zou nog beter kunnen. In de competitie zijn aan de Zuidzijde de stoelen opgeklapt bij competitieduels, zodat supporters kunnen staan en er dubbel zo veel mensen in het vak kunnen. Dat is alleen nog niet toegestaan door de autoriteiten. Markerink: ‘Anders kunnen er zo 5.000 mensen bij.’

Meer over