profiel

Hoe ‘Blade Babe’ Marlou van Rhijn 5 centimeter korter werd en nu niet snel genoeg is voor de Spelen

Zo ben je wereldrecordhouder, zo is je snelheid zoek. Het is atleet Marlou van Rhijn overkomen. Door nieuwe internationale regels zijn haar blades, haar protheses, ingekort. Met voor haar desastreuze gevolgen.

Marlou van Rhijn bereidt zich voor op een training. Beeld Klaas Jan van der Weij
Marlou van Rhijn bereidt zich voor op een training.Beeld Klaas Jan van der Weij

Ze is als traagste weg als het startschot tijdens de Paralympische Spelen van Rio de Janeiro klinkt. Halverwege de 100 meter ligt ze nog laatste, maar met een geweldige versnelling aan het slot van de race rent Marlou van Rhijn alle andere loopsters voorbij. Met lange verende passen wint ze de gouden medaille, met minieme voorsprong.

Met de Nederlandse vlag om de schouders staat ze even later uit te hijgen. Ze lacht. Ze juicht. Van Rhijn, op dat moment wereldrecordhouder, mag zich de snelste vrouw op kunstbenen noemen. Twee dagen eerder heeft ze ook de 200 meter op haar naam geschreven. Het is 2016 en de ‘Blade Babe’ is op het hoogtepunt van haar roem.

De benen uit die race heeft ze niet meer. Op die protheses, die als omgekeerde vraagtekens aan haar bovenbenen zijn bevestigd, mag Van Rhijn niet meer meedoen aan wedstrijden. Na de Paralympische Spelen van Rio zijn de regels tot haar verbijstering veranderd. Haar oude benen waren ineens te lang. Er moest 5 centimeter af. Nu dreigt ze zich niet eens te plaatsen voor de Paralympische Spelen in Tokio.

Marlou van Rhijn op weg naar het olympische goud in de finale van de klasse T44 op de Spelen van Rio. Beeld ANP
Marlou van Rhijn op weg naar het olympische goud in de finale van de klasse T44 op de Spelen van Rio.Beeld ANP

Trager geworden

‘Ik denk dat het de bedoeling was om het eerlijker te maken, maar het heeft chaos veroorzaakt’, zegt de 29-jarige Van Rhijn. Dat geldt zeker voor haar. Op de kortere blades is ze minder snel. Op de 100 meter heeft het haar zeker een halve seconde gekost. De afgelopen drie jaar dook ze zelden onder de 13,50 seconden. Ze won in Rio goud in 13,02. Haar wereldrecord was 12,79.

Van Rhijn mag, staand op haar carbon wedstrijdbenen, tegenwoordig niet langer zijn dan 1 meter 69 centimeter en 8 millimeter. Als ze voor een wedstrijd ook maar een millimeter langer is, mag ze niet starten. Dat wordt telkens opnieuw nagemeten.

Het lopen op haar nieuwe benen had Van Rhijn niet zomaar onder de knie. Ze had het gevoel opnieuw te moeten leren sprinten, moest een nieuw ritme vinden op de baan. ‘Ik heb het onderschat’, zegt ze nu. ‘Het is iets raars. Ik heb er veel last van gehad.’

Haar nieuwe lengte voelt niet alleen vreemd, het oogt ook gek. ‘Het klopt gewoon niet als je haar nu ziet’, zegt Frank Jol, de man die de blades van Van Rhijn en veel andere para-atleten maakt. De voorheen rijzige Van Rhijn moet het de laatste tijd doen met een kort ogend onderstel. ‘Je kunt echt wel zien of iemand in verhouding is. Marlou wijkt af.’

Bizarre rekensom

Na Rio presenteerde de wereldbond voor para-atletiek, de WPA, een nieuwe formule die bepaalde hoe lang hardloopprotheses mochten zijn. Na een overgangsperiode werd die regel in 2018 definitief. Sindsdien wordt aan de hand van de lengte van dijbenen, onder- en bovenarmen en de zithoogte de maximale lengte van een paralympische hardloper berekend.

Elk lichaamsdeel heeft zijn eigen verdeelsleutel. De gedachte is dat hiermee een lichaamslengte bepaald kan worden bij mensen die nooit benen hebben gehad, of die niet volgroeid zijn, zoals bij Van Rhijn. Zij werd zonder kuitbenen geboren en met vervormde voeten. Haar rechtervoet werd op 5-jarige leeftijd geamputeerd, haar linker toen ze elf was.

Jol heeft net als Van Rhijn zijn twijfels bij de nieuwe formule. ‘Als het een beetje onhandig uitkomt met bijvoorbeeld de lengte van je onderarm dan kan dat heel nadelig uitpakken.’

De nieuwe regels moesten excessief lange blades voorkomen. Met langere benen maken atleten langere passen en komen ze sneller bij de finish, is het idee. En dus dreigde het gevaar dat halve steltlopers onnatuurlijk hoge snelheden zouden ontwikkelen, dachten de sportbestuurders.

Langer is niet sneller

Dat is te gemakkelijk gedacht, legt Van Rhijn uit. Langer is niet per definitie sneller. ‘Ik denk dat je uiteindelijk het snelst loopt op blades die bij je lichaam passen. Je kunt wel almaar langer willen zijn, maar daar ga je niet sneller door.’

Vergelijk het met fietsen: met een zwaardere versnelling kun je harder, maar dan moet je de pedalen wel rap genoeg rond kunnen krijgen anders kom je alsnog nauwelijks vooruit. Zo is het met lopen ook. Behalve lange passen moet je ook snelle passen kunnen maken. En hoe langer je benen, hoe moeilijker het is om het hoge ritme vast te houden.

Een tegenvaller voor Van Rijn is het ook dat de 200 meter als paralympisch onderdeel voor vrouwen met twee protheses is geschrapt. ‘Dat was echt mijn afstand’, zegt de paralympisch kampioen van 2012 en 2016. Dat geldt vaker voor lopers op twee blades. Zij zijn meestal iets trager weg bij de start, maar houden hun snelheid goed vast. Dat pakt op de 200 meter vaak beter uit dan op de 100 meter, de enige afstand die Van Rhijn nu kan lopen.

Fleur de Jong

Juist op dat koningsnummer zat de concurrentie niet stil. Zeker niet in Nederland. Terwijl Van Rhijn al een paar jaar niet meer in de buurt van haar toptijden komt, dook Fleur Jong vorig jaar met 12,78 een honderdste onder het wereldrecord dat van Rhijn in 2016 liep.

‘Het is niet fair om die tijden te vergelijken’, zegt Van Rhijn. Met de regelwijziging veranderde ook de paralympische klasse. T43 werd T62. Dat maakt het moeilijk tijden tegen elkaar af te zetten. En haar wereldrecord staat nog steeds en zal blijven staan. Er is immers niemand meer die in de oude klasse uitkomt.

De 26-jarige Jong kreeg ook te maken met kortere protheses. Zij moest 2,5 centimeter omlaag en heeft die omslag goed verteerd, ook in het verspringen. Vorige week sprong ze een nieuw wereldrecord: 6.02 meter.

En er zijn meer atletes die zich goed aan de veranderingen hebben aangepast, vertelt bondscoach Arno Mul. ‘Veel mensen moesten flink naar beneden. Ik ken gevallen van wel 15 centimeter. Dat heeft natuurlijk impact. Velen hebben daar moeite mee gehad, sommigen zijn toch weer op niveau gekomen. Ik denk dat de consensus is dat de huidige regels beter zijn.’

Niveau is gestegen

De snelle tijden van Jong bewijzen volgens Mul bovendien dat de kortere blades niet per definitie langzamer zijn. En dat de positie van de 29-jarige Van Rhijn niet alleen door de veranderde kunstbenen onder druk is komen te staan. ‘Het niveau is sowieso omhooggegaan de afgelopen tijd.’

Het is nu zo hoog dat er vier Nederlandse vrouwen strijden om drie paralympische tickets op de 100 meter: naast wereldrecordhoudster Jong en haar voorgangster Van Rhijn zijn dat Marlene van Gansewinkel en Kimberly Alkemade, die beiden met één blade en één been lopen. De vrouwen lopen in dezelfde klasse. Er zijn te weinig atleten met twee kunstbenen.

Haar drie concurrentes mogen naar de EK van begin juni. Voor Van Rhijn was geen plekje in de EK-ploeg. Bij de internationale wedstrijden in het Zwitserse Nottwil bleef ze afgelopen weekeinde op de kletsnatte baan steken op 13,82, ruim achter Van Gansewinkel (13,13), Jong (13,21) en Alkemade (13,82). Daarmee was voor Mul de EK-strijd beslecht. ‘Marlou heeft de onderlinge strijd verloren.’

Te grote selectie

Uitgesloten van deelname aan de Paralympische Spelen is ze nog niet, maar de kans dat ze het haalt, is klein. Zelfs als ze nog haar oude vorm hervindt, is het niet zeker dat ze naar Japan mag. Het is namelijk maar de vraag of Mul de drie startplekken op de 100 meter überhaupt zal invullen. De Nederlandse paralympische atletiekploeg is te groot.

Veertien atleten hebben inmiddels aan de selectie-eisen voldaan, er zijn maar 9 startbewijzen voor Nederland beschikbaar. Daar komen er wellicht nog één of twee bij. Hoe dan ook zullen er gekwalificeerde sporters moeten afvallen. En dan moet Mul gaan wegen of de 100 meter belangrijker is dan bijvoorbeeld kogelstoten.

‘Het is appels met peren vergelijken’, geeft Mul toe. Maar hij kan niet anders. ‘Ik ga zo objectief mogelijk proberen in te schatten waar de grootste medaillekansen liggen, op basis van de wereldranglijst en de resultaten van de afgelopen jaren.’

Van Rhijn wil helemaal niet afhankelijk zijn van de bondscoach. Ze wil zelf alleen naar Tokio als ze daar voor de vierde maal goud kan winnen. Als over haar deelname moet worden gewikt en gewogen, dan steekt ze er onvoldoende bovenuit. Dan gaat ze liever niet. ‘Het is best gek dat je als drievoudig kampioen niet zeker bent van deelname’, zegt ze. ‘Maar aan de andere kant ook wel ontspannen.’

Niet meer chagrijnig

Met drie gouden medailles hoeft ze de wereld niets meer te bewijzen, vindt ze. Ze wil vooral aan zichzelf laten zien dat ze het nog kan, hard lopen. Terwijl een aantal generatiegenoten het niet eens meer probeerde op de kortere blades en stopte, ging zij door. ‘Dat was misschien knettergek, maar ik wil niet stoppen door dingen die ik zelf niet onder controle heb.’

Marlou van Rhijn na het winnen van de 100 meter in Rio. Beeld Photonews
Marlou van Rhijn na het winnen van de 100 meter in Rio.Beeld Photonews

De afgelopen drie jaar waren vaak frustrerend, inmiddels heeft ze het chagrijn van zich afgeschud. Het mag allemaal tragisch overkomen, de paralympische held die haar kunstbenen zag ingekort, maar ze maakt geen verslagen indruk. Ze lacht veel als ze over de afgelopen tijd vertelt. Ze wil niet zeuren. ‘Ik heb hier al een paar jaar mee moeten dealen. Het is wat het is.’

Wat ze wel betreurt, is dat haar sport zo ingewikkeld wordt gemaakt. En dat zij de lol die ze er nog steeds in heeft, daardoor moeilijker kan uitdragen. ‘Ik doe dit nu tien jaar en ik hoop dat ik heb kunnen laten zien wat para-atletiek inhoudt. Ik geloof dat mensen het leuk vonden. Mede door mijn medailles is de interesse heel erg gegroeid. En nu weet ik niet meer zo goed hoe ik mensen moet overtuigen dat para-atletiek leuk is’, zegt ze met spijt in haar stem. ‘Het voelt als een stap terug.’