Hockeyers zwijnen dankzij haperende klok

De onbescheiden ambities van de Nederlandse hockeyers dreigden in het openingsweekeinde van de Champions Trophy door gebrek aan daadkracht in de kiem te worden gesmoord....

Met de volle zes punten op zak leunde bondscoach Bellaart daarom tevreden achterover om eerlijkheidshalve te concluderen dat zijn ploeg in de slotfase van het eerste duel tegen India inderdaad had gezwijnd. 'Dat onze ambities niet gebaseerd zijn op die laatste zes gelukkige minuten hebben we echter tegen Australië bewezen.'

In het met 5-3 gewonnen duel met Australië toonde de defensie weliswaar nog iets te veel mankementen, maar had Nederland aanvallend een gedaantewisseling ondergaan. De verschuiving van spits Teun de Nooijer naar het middenveld lag daaraan ten grondslag. Het gaf de ploeg juist die snelheid en raffinement die ze een dag eerder nog zo ontbeerde.

In dat gedenkwaardige duel tegen India, een ploeg die op de website van de internationale hockeybond FIH weliswaar tot favoriet werd uitgeroepen, maar sinds de invoering van de Champions Trophy in 1978 slechts één keer bij de bovenste drie wist te eindigen, leek Nederland tot zes minuten voor tijd op een 3-0 nederlaag af te stevenen.

De aanvankelijke ergernis over de haperende tijdwaarneming sloeg om in grote opluchting over het technische mankement. Volgens aanvoerder Delmee was het juist aan de defecte klok te danken dat de vrijwel zekere nederlaag toch nog werd omgezet in een 4-3 overwinning. 'Niemand wist hoeveel tijd we nog hadden. Dus zijn we gewoon doorgegaan.'

Nooit eerder in zijn tienjarige loopbaan als international was Delmee getuige van een dusdanig grillig scoreverloop. De miraculeuze ontsnapping werd ingeleid door een treffer van Reckers in de 63ste minuut, waarna de ploeg hardhandig leek te zijn wakker geschud. Bellaart: 'Op dat moment ontstond er verwarring over de resterende tijd. Aan de scheidsrechterstafel werd gezegd dat er nog maar één minuut te spelen was, maar dat bleken er even later nog zes te zijn.'

In die resterende minuten scoorden achtereenvolgens Taekema (uit de strafcorner), Evers en Ronald Brouwer, maar ontstond er vooral over de gelijkmakende treffer van Evers commotie. Tot verbijstering van de Indiërs zag scheidsrechter Brooks de bal achter de lijn verdwijnen, terwijl zelfs videobeelden achteraf geen duidelijkheid verschaften over de preciese positie van de bal.

De benadeelde ploeg werd ternauwernood van een staking weerhouden, maar was zo onthutst dat niemand in de slotseconden meer in staat was Nederland van de winst te weerhouden. De protesten achteraf bleken bij de FIH aan dovemansoren gericht.

Bellaart roemde de veerkracht van de ploeg, maar gaf onomwonden toe dat de wedstrijd eigenlijk niet meer gewonnen had mogen worden. 'India was tegen ons veruit de sterkste, maar het heeft zichzelf uit de wedstrijd gespeeld', zei hij. Hij veroordeelde het gebrek aan karakter bij zijn spelers, die als verlamd aan het zeslandentoernooi waren begonnen.

Hoewel de Champions Trophy voor de Nederlandse ploeg in het teken staat van de voorbereiding op het EK dat over twee weken begint, beschouwen de spelers het verdedigen van de titel voor eigen publiek in het vertrouwde Wagener Stadion toch als een prestigekwestie. Die druk zat de spelers bij de start zichtbaar in de weg.

Eenmaal die schroom afgeworpen, en met enige personele omzettingen in het veld, toog de selectie met een opgevijzeld zelfvertrouwen ten strijde tegen Australië. Tegen de ploeg van coach Barry Dancer hadden de Nederlanders bovendien nog iets recht te zetten. Begin dit jaar werd een oefenserie tegen Australië afgesloten met de grootste nederlaag uit de historie: 6-1.

De Nooijer, op het middenveld veel gevaarlijker dan voorin, was niet zelden betrokken bij de Nederlandse treffers. Toch houdt Bellaart niet vast aan de middenpositie voor zijn beste speler. De Nooijer: 'Ik heb geen uitgesproken voorkeur. Ik voelde me vandaag lekker in die rol. In de spits word ik nog te weinig aangespeeld, maar dat zal zeker veranderen naarmate we meer wedstrijden spelen.'

De zo fel begeerde finale kan Nederland na de twee zeges op de sterkst geachte tegenstanders inmiddels haast niet meer ontgaan. Duitsland - dat met een B-team naar Amstelveen reisde - en Argentinië - vorige week met de winst in de Pan American Games al zeker van een plaats op de Olympische Spelen - wisten niet te imponeren, al was de scoringsdrift wel spectaculair. In de vijf tot dusver gespeelde wedstrijden vielen maar liefst 39 doelpunten.

Meer over