Nieuws

Hockeyers verliezen van Australië blijven struikelen op de Olympus

De Nederlandse hockeyers gaan voortijdig uit het olympische toernooi van Tokio. Australië was na shoot-outs te machtig voor het Nederlandse verzet. Het missen van de halve finales, de grootste zeperd sinds 1984, zal de nalatenschap van vertrekkend bondscoach Max Caldas kleuren.

Goalie Pirmin Blaak (26) na de verloren partij tegen Australië. De Nederlandse hockeyers verloren na shoot-outs (2-2, 0-3). Beeld AP
Goalie Pirmin Blaak (26) na de verloren partij tegen Australië. De Nederlandse hockeyers verloren na shoot-outs (2-2, 0-3).Beeld AP

In 2000 werden de Nederlandse mannen in Sydney, onder leiding van bondcoach Maurits Hendriks, voor het laatst olympisch hockeykampioen. Dat succes krijgt intussen haast magische trekken, want 21 jaar na dato is en blijft dat goud het laatste grote mondiale wapenfeit van de uitgesproken topnatie van het internationale hockey.

De Nederlandse mannen slagen er maar niet in op de Olympische Spelen toe te slaan. In 2004 en 2012 reikten de hockeyers nog tot de finale, in 2008 en 2016 waren er verloren wedstrijden om brons. In Tokio, op het blauw gekleurde kunstgras van het Oi-stadion, bleven de handen leeg.

Nederland verloor zondag na shoot-outs (2-2, 0-3) in de kwartfinale van Australië, een tegenstander die ze liever hadden ontlopen, maar door een zwak optreden in de vijf pouleduels op het rooster hadden gekregen. Na de nederlaag tegen Duitsland op vrijdagavond volgden nachtelijke gesprekken. Hoe was het mogelijk dat de vorm van juni, toen in Amstelveen met mentaal geladen spel de Europese titel werd veroverd, compleet was verdwenen?

Elk vertrouwen was weg, ballen hobbelden van sticks. De vertrekkende coach Max Caldas zei dat zijn ploeg wel wilde maar het niet kon, en er werd gerekend op een mogelijke afstraffing door de Australiërs, die in de middaghitte van Tokio mogelijk hun echte habitat zouden vinden.

Dieper dan diep

Gek genoeg vond dat demasqué helemaal niet plaats. Nederland speelde op dag 6 van het eigen rooster zijn beste wedstrijd van het olympisch toernooi. Elke speler ging dieper dan diep, er was gecontroleerde agressie en meer dan behoorlijk samenspel. Ook werd met diep geslagen ballen de cirkel bereikt, een eis van Caldas en de meedenkende routinier Jeroen Hertzberger.

Het in blauw gehulde elftal beloonde zichzelf niet voor een frisse start, omdat de strafcorner opnieuw een wankel wapen bleek. In het eerste kwart kreeg de nationale ploeg vier strafcorners. Geen van de vier ballen van specialist Jip Janssen – met hoofdmasker – verdween achter doelman Charter van Australië.

Twee minuten voor het eind van die veelbelovende periode liet Jorrit Croon ruimte voor een Australische voorzet, doelman Pirmin Blaak liet de bal klutsen van klomp naar handschoen, waarop Tom Wickham de bal namens Australië tussen de palen prikte: 0-1.

Het tweede kwart bracht weinig tekening in de strijd. De Australiërs, aanvankelijk veel aan de bal, lieten Nederland komen, maar controleerden eenvoudig.

Na rust viel eindelijk de verlangde en verdiende treffer voor Oranje. Het was Mink van der Weerden, de in Duitsland spelende specialist, die uit strafcorner nummer 6 de bal tussen de benen van Charter doorjoeg. De ontlading aan Nederlandse kant was enorm. De haperende strafcorner was een bron van zorg. Uit 29 corners vielen in Tokio slechts twee directe doelpunten.

Enkele minuten later, Nederland had het initiatief, kwam een dekkingsfout de ploeg duur te staan. Wickham kreeg geheel vrijstaand een bal van de zijkant voor de stick en veegde die moeiteloos achter doelman Blaak: 1-2.

Vertrouwen

Het getuigde van karakter en veerkracht dat het team van aanvoerder Billy Bakker in het vierde kwart nogmaals het tempo omhoog joeg en gevaar stichtte in de cirkel. Bij de achtste strafcorner kwam de bal in de rebound voor de stick van de behendige Mirco Pruyser. Zijn schot werd door lijnverdediger Sharp met de schouder gekeerd. De strafbal, van 6,40 meter, werd door spits Hertzberger akelig nauwkeurig naar de hoek gestuurd: 2-2.

Bij het eindsignaal leek Nederland verheugd dat het naar de shoot-outs mocht. Bij de Europese titelstrijd waren de halve finale (tegen wereldkampioen België) en de finale (tegen aartsrivaal Duitsland) in Nederlands voordeel beslist. Doelman Blaak speelde daarbij een grote rol. De spelers waren overtuigd van hun kunnen bij de solorun van de 23-meterlijn naar het doel. Het ideale rijtje van vijf spelers was in juni nog, in volgorde van opkomst: Hertzberger, Brinkman, Kemperman, Van Dam en Croon.

Tegen Australië begon Hertzberger, die door Charter ogenschijnlijk op de stick werd geslagen, maar de geraadpleegde video viel in Nederlands nadeel uit. De tweede man was plots Kemperman die de bal naast krulde. Nummer drie bleek Jonas de Geus die op de eigen bal ging staan en werd afgefloten. Australië prikte de ballen wel langs de gefrustreerde Blaak. Bij 0-3 was het klaar en konden de Nederlanders aangeslagen de kleedkamer opzoeken.

Caldas’ nalatenschap

De belangrijkste opdracht na 2014, de met 6-1 verloren WK-finale in Den Haag tegen Australië, was de wereldtop weer te bereiken. Dat is in het hockey de hoogste trede van het olympisch erepodium. De bij de vrouwen succesvolle bondscoach Caldas werd daartoe naar de mannen overgeheveld. Paul van Ass kreeg zijn ontslag. Caldas kreeg uiteindelijk zeven jaar de tijd, maar er was veel kritiek op zijn selectiewijze. Hij hield verjonging af, vorm getoond in de Nederlandse competitie telde niet.

In 2018 kwam hij met zijn ploeg zowaar in de WK-finale in India, die na shoot-outs door de Belgen werd gewonnen. Op het continent boekte Caldas successen bij de EK-toernooien van 2015, ’17 en ’21, tweemaal voor eigen publiek. Maar het missen van de halve finales op de Spelen van Tokio, de grootste zeperd sinds 1984, zal diens nalatenschap kleuren. De hockeybond heeft zijn opvolger al gecontracteerd, Jeroen Delmee. Die gaat een zware tijd van ombouw en doorselecteren tegemoet.

Meer over