Hockeyers laten titel glippen

Gedesillusioneerd schudde Stefan Veen het hoofd. Over een jaar neemt de aanvoerder afscheid van het Nederlands hockeyteam in de wetenschap dat er altijd één titel op zijn indrukwekkende erelijst zal ontbreken....

Van onze verslaggeefster Tynke Landsmeer

Of beter gezegd: verloor Nederland. Want de ploeg die tijdens de poulewedstrijden nog zo met zijn vorm worstelde, slaagde er tegen de Duitsers in de wedstrijd bijna zeventig minuten lang te controleren. Onoplettendheid werd Nederland echter fataal. Met nog slechts vier minuten op de klok en een 3-2 voorsprong liet de ploeg de Europese beker door de handen glippen: 3-3.

Daarmee bewezen de hockeyers eens te meer niet in de vorm te verkeren waarmee eerder een wereld- en olympische titel werden behaald, maar bondscoach Maurits Hendriks weigerde zijn spelers iets te verwijten. 'Ik kan moeilijk zeggen dat we een slechte finale hebben gespeeld. We hebben bijna alles goed gedaan.'

Nederland dicteerde inderdaad de wedstrijd, maar tegelijkertijd regisseerde het ook het spel van de Duitsers. Die kwamen pas een beetje in de wedstrijd nadat een 1-0 voorsprong van Nederland binnen één minuut weer werd verijdeld en nog eens één minuut later zelfs in een achterstand werd omgezet, door onhandig uitverdedigen.

Bram Lomans, ongeëvenaard als sleeppushspecialist maar af en toe pijnlijk stuntelend in de verdediging, was verantwoordelijk voor zowel de openingstreffer als de gelijkmaker, toen hij eerst zelf een strafcorner benutte en er direct daarna één weggaf. Erik Jazet, normaliter één van de betrouwbaarste laatste mannen, liet daar binnen een mum van tijd een fatale verdedigingsfout op volgen. Bjorn Michel scoorde de 2-1.

Nederland trok de wedstrijd vlak voor rust niettemin weer knap naar zich toe door opnieuw een treffer van Lomans, die zijn totaal op twaalf doelpunten bracht en topscorer werd van het toernooi. Hij scoorde, uiteraard, uit de strafcorner en daarmee leek het verweer van de Duitsers definitief te zijn gebroken.

Binnen tien minuten na de pauze bracht Teun de Nooijer zijn ploeg weer op een 3-2 voorsprong. De Nooijer slaagde erin een gaatje te vinden in een kluwen van Duitse verdedigers en tikte een vrije slag van Jeroen Delmee knap in.

Vervolgens leek de wedstrijd nog slechts een kwestie van prijsschieten. Veen probeerde het een keer, Van Wijk, en ook Van Meer en Geeris kwamen gevaarlijk voor het Duitse doel. Maar de scherpte ontbrak. Niemand was bij machte de voorsprong te vergroten.

En net zo gemakkelijk als Nederland de wedstrijd naar zich toe had getrokken, gaf ze Duitsland daardoor weer een handvat langszij te komen. Bechmann, het afgelopen seizoen in de Nederlandse competitie actief, dook op voor het doel van Ronald Jansen, hield zijn hoofd akelig koel en verschalkte de ervaren doelman met een schijnbeweging. Dat die treffer pas vier minuten voor het eindsignaal viel, bleek funest.

De verlenging was pas twintig seconden op gang toen Jansen opnieuw oog in oog met Bechmann kwam te staan. De golden goal leek hij niet te kunnen missen, maar de bal gleed toch voor het doel langs. De misser bleek slechts uitstel van executie. Nederland werkte zich murw geslagen en zichtbaar vermoeid door de extra vijftien minuten heen en kon ook in de afsluitende strafballenserie geen vuist maken.

Voor bondscoach Hendriks was het daarom wel erg makkelijk om te beweren dat zijn ploeg nauwelijks blaam trof, want de schat aan ervaring had Nederland wel degelijk door de strafballenserie moeten helpen. Dat vond ook Jacques Brinkman, die zijn ploeg op de moeilijke momenten onvermoeibaar op sleeptouw nam, maar zelf ook een strafbal miste. 'Het killersinstinct ontbrak. We waren net niet hard genoeg', zei hij.

Zie ook pagina 19

Meer over