Hockeyers gaan aanvallen, killen en achterin beuken

Champions Trophy..

Van onze medewerker Rob Kramp

MÖNCHENGLADBACH Stress vreet aan een mens. Paul van Ass werd er in Mönchengladbach zelfs een paar kilo lichter van, al lachte hij dat weg door te verklaren dat het eten in het hotel erbarmelijk slecht was.

De nieuwe bondscoach vocht dagenlang een robbertje met een spook, het degradatiespook. Hij besefte dat hij zich één ding niet kon veroorloven in de Champions Trophy: degraderen. Dat zou zijn geloofwaardigheid op de helling zetten.

Na een midweek van intense spanningen volgde in het weekeinde het mirakel van Mönchengladbach. Stond Oranje zaterdag nog op de onheilspellende laatste plaats en leek een degradatieduel onafwendbaar, nog geen 24 uur later stapte de sterk verjongde ploeg triomfantelijk als derde van het kunstgras in het Hockey Park.

Ten grondslag aan die klassering lagen twee overtuigende overwinningen op olympisch kampioen Duitsland, zaterdag met 1-0, zondag met 4-1. In beide wedstrijden kwamen de onthutsend zwakke Duitsers er genadig van af.

‘We hebben de stap naar boven ingezet’, constateerde de bondscoach opgelucht. Met de klassering viel het Nederlands elftal na drie jaar weer in de prijzen. Het zevende brons betekende voor Oranje de twintigste medaille op een Champions Trophy (8 x goud, 5 x zilver, 7 x brons).

Voor Van Ass was de missie naar Mönchengladbach geslaagd. Hij wilde zijn ploeg testen in de duels met de grootmachten Australië en Duitsland, de nummers een en twee van de wereld.

‘Op zeven minuten na’, keek hij terug, ‘hebben wij tegen beide landen formidabel gepresteerd. Wij hebben geleerd dat we van beide landen kunnen winnen. Tegen Australië waren we zeven minuten van een stunt af en Duitsland kwam er twee keer niet aan te pas.’

Dat hij nederlagen leed tegen Nieuw-Zeeland en Engeland betreurde hij, maar noemde hij een bedrijfsrisico. De bondscoach was blij met het eindresultaat, maar zei er niet door verblind te raken. ‘Wij kunnen nog veel beter’, beweerde hij. ‘Door de korte aanloop hebben we alleen aan de grote lijnen kunnen werken, de details moeten nog worden ingevuld. De automatismen moeten er nog ingeslepen worden.’

Over zijn speelsysteem was in Mönchengladbach veel te doen. Maar revolutionair is die allerminst. Volgens Jeroen Delmee is er sprake van een conjuncturele golfbeweging. ‘Onder Oltmans en Hendriks speelden wij al met de hoge press. Zetten wij de tegenstander ook vast op eigen helft. Toen de tegenstanders daar een antwoord op vonden, schakelden we over op een behoudender systeem.’

Onder invloed van Australië dat met de hoge press grote successen behaalt, is Van Ass weer teruggekeerd naar de speelwijze van weleer. ‘Wat wel nieuw is’, aldus Delmee, ‘is dat het veld zo groot en open wordt gehouden. Niet alleen door Nederland, ook door Spanje en Australië. Dat brengt risico’s met zich mee.’

Voor Delmee die na de Olympische Spelen van Peking in 2008 na 401 interlands stopte bij Oranje, is de spelvreugde onder Van Ass enorm toegenomen. ‘Het plezier straalt er bij de jongens van af. Zoals ze bij vlagen Duitsland onder het kunstgras stopten, was indrukwekkend om te zien.’ Toch zag hij ook een aantal verbeterpunten, om in de terminologie van Van Ass te blijven. ‘De hardheid, mentaal en fysiek, aanvallend en verdedigend, moet zeker twintig procent opgevoerd worden. Aanvallend is het rendement veel te laag. Wij moeten willen scoren, dat is een mentale hardheid, wij moeten killersinstinct ontwikkelen.’

In de verdediging ontbreken spelers die er in kleunen. ‘We hebben er maar één: Marcel Balkestein. Fysieke hardheid past niet in onze hockeycultuur. Wij willen alles technisch oplossen. Australiërs duiken met gevaar voor eigen leven naar elke bal, wij doen als vanzelfsprekend een stap terug. Wij moeten de lef, de durf ontwikkelen om er alles over te hebben om te scoren of scores te voorkomen. Dat is pure noodzaak om terug te keren aan de wereldtop.’

‘Aan al die zaken gaan wij werken’, vertelde Van Ass ingetogen blij. Hij liep zondag na de tweede zege op Duitsland ontspannen rond. Gaf zijn jonge ploeg alle eer en zei met een knipoog dat zijn misschien onorthodoxe aanpak in Duitsland onder een vergrootglas was gelegd.

‘Wij zoeken een authentieke, eigen stijl’, gaf hij aan. ‘We groeien naar een andere speltype. Grijs hockey is taboe. Maar de laatste stap zal nog heel veel werk en stress kosten.’

De Nooijer evenaart record van Delmee
Voor Teun de Nooijer betekende het brons zijn twaalfde medaille in de Champions Trophy (6 x goud, 2 x zilver, 4 x brons). Daarmee evenaarde de 34-jarige aanvoerder de recordhouders Jeroen Delmee (6-2-4) en de Australiër Craig Davies (5-4-3). De Bloemendaler werd wel enig recordhouder qua aantal deelnemingen. Dat bracht hij op 16. Sinds 1995 was hij onafgebroken aanwezig.

De Nooijer werd voor de tweede keer topscorer van Oranje met vijf doelpunten. Hij deelde die positie met Mink van de Weerden die op zijn eerste grote toernooi vijf van zijn zestien strafcorners raak sloeg. Rogier Hofman tekende voor vier doelpunten, Jeroen Hertzberger voor drie.

Meer over