'Hockey in Nederland, dát is pas leven'

Uit alle windstreken stromen tophockeyers naar Nederland om in één van de sterkste competities ter wereld te spelen. Tijdens het WK in Utrecht verruilen zij de Nederlandse clubkleuren weer even voor het landstenue....

Pietie Coetzee (19), Zuid-Afrika 40 interlands

Speelde het afgelopen jaar voor Amsterdam

'Het was een behoorlijke cultuurschok toen ik vorig jaar naar Nederland kwam. Zuid-Afrika is ruim twintig jaar afgesloten geweest van de rest van de wereld en daardoor zijn de mensen conservatief gebleven in hun denkwijze. Bovendien was ik nog erg jong toen ik bij Amsterdam ging hockeyen.

'In Nederland geeft iedereen zijn mening over alles, en niet altijd op een aardige manier. Nu begrijp ik dat beter, maar plezierig vind ik het niet. Ik vind kritiek niet erg als het terecht is, maar ik zit niet te wachten op wat anderen denken en vinden. Wat maakt het een ander nou uit wat ik doe?

'Het is een beetje dubbel, want aan de andere kant is die vrijheid heerlijk. Je kunt doen wat je wilt zonder bang te hoeven zijn. Nederland is een veilig land en daarom prettig om in te wonen. In Zuid-Afrika loop je altijd met een gevoel van angst op straat: er is veel haat en criminaliteit.

'Hier kun je rustig aan een meertje liggen bakken in de zon of langs de rand van een bos zonder vrees binnen tien minuten te worden verkracht of vermoord. Dat hoef je in Bloemfontein niet te proberen. En dat is zelfs nog een stuk veiliger dan Johannesburg. In Nederland gebeurt ook wel eens wat, maar dat kun je niet met elkaar vergelijken.

'Toch mis ik mijn geboorteland. Niet alleen mijn vrienden en familie, maar ook de atmosfeer, de typisch Zuid-Afrikaanse dingen waarmee ik ben opgegroeid. In Amsterdam heb je de terrasjes, wij de braai: met een groep vrienden barbecuen, tijdens een cricket- of rugbywedstrijd. Grapjes maken die iedereen begrijpt. Humor is in elke taal weer anders. Als ik hier een grappige opmerking maak, dan ben ik meestal de enige die lacht.

'De Nederlandse competitie is van een hoog niveau, daarom wil ik hier graag nog een jaar spelen. In Zuid-Afrika kennen we geen hockeyclubs zoals hier, waar de hele familie - van kind tot opa - speelt. Kinderen sporten bij ons alleen op school en na je dertigste speel je helemaal niet meer. Daarom heeft elke club slechts drie of vier teams en delen ze één kunstgrasveld met vijf verschillende clubs. In Johannesburg hebben ze zelfs maar twee velden voor vijftien clubs.

'De aandacht is daardoor meer op sport en minder op de sociale functie gericht. Na de wedstrijd of training gaan we direct naar huis. Ik vind de thé dansant in Nederland erg leuk, maar het verbaast me ook. Na de wedstrijd op zondag begint iedereen te drinken en te dansen en tot negen uur 's avonds is het één groot feest. Terwijl ze de volgende ochtend weer gewoon aan het werk moeten.

'Ik krijg soms het idee dat ze een beetje uit het oog verliezen dat ze tophockeyers zijn. In Zuid-Afrika houden we meer tijd en energie over voor de sport. Wat sportbeleving betreft lijken Zuid-Afrikanen het meest op Australiërs. Amerikanen gaan weer een stapje verder, dat is overdreven.

'We trainen weinig met het team, maar wel veel individueel. Meestal spreken we af met een groepje en dan zoeken we samen een veldje waar we kunnen trainen. Het voordeel is dat je nooit oefeningen hoeft te doen waar je geen zin in hebt; de coach is er toch niet bij. Je kunt je eigen creativiteit gebruiken. Het nadeel is dat er weinig aan tactiek wordt gedaan.

'Geld is er nauwelijks voor hockey. Er zijn drie sporten die domineren: rugby, cricket en voetbal. De regering is wel verplicht wat geld aan ons af te staan, maar door alle corruptie zie je daar nooit iets van terug. We moeten er veel geld op toeleggen. De vliegreizen bijvoorbeeld, in de voorbereiding op dit toernooi, moesten we zelf betalen. Daarom zijn het vooral mensen met geld die tophockey spelen.

Dit WK betaalt de hockeybond. We hebben gedreigd dat we anders niet zouden gaan. Dat kan de regering zich niet veroorloven. We zijn twintig jaar lang uitgesloten geweest van internationale toernooien en het niveau is daardoor enorm gedaald. Nu komen we weer een beetje uit het dal.'

Susan Gilmour (24), Schotland 53 interlands

Speelde het afgelopen jaar voor HGC in Wassenaar

'Ik hou van de hassel and bassel in Nederland. Lekker relaxed op een terrasje zitten in Amsterdam en naar mensen kijken. Het lijkt niemand te interesseren hoe je eruit ziet of wat je doet. Heerlijk vind ik dat. In Schotland zijn de mensen wat gereserveerder.

'De mensen zijn hier eerlijker, open en direct. Ze zullen sneller zeggen wat ze van je vinden, soms op een lompe, harde manier. In het begin had ik daar moeite mee, maar dat ben ik langzamerhand juist gaan waarderen. Jullie hebben het stempel arrogant te zijn, maar ik merk dat het prettiger in de omgang is.

'Nederland heeft de sterkste competitie ter wereld, dus toen ik door Kevin Knapp gevraagd werd om bij HGC te spelen, heb ik daar niet lang over na hoeven te denken. Ik wilde proberen of ik dat niveau kon halen. Hockey is mijn leven, en als ik dat ooit nog op serieus niveau wilde spelen, dan moest ik weg uit Schotland.

'Ik keek mijn ogen uit toen ik de eerste keer bij de club kwam aanlopen. HGC heeft vijf watervelden, bij ons is het allemaal zandingelegd en dan moet je het nog huren ook. Met een aantal clubs zijn we aangewezen op één veld.

'We blijven na afloop van een training dan ook nooit gezellig hangen, zoals hier de gewoonte is. We ontmoeten elkaar omgekleed op het veld en gaan na de training direct naar huis. Met wedstrijden precies hetzelfde. Geen biertje, disco of gezamenlijk eten.

'In Nederland lachen ze om ons spel. De meeste clubs in Schotland spelen hit and run. Zo snel mogelijk die bal wegtikken en er met zijn allen hard achteraan hollen. Daar komt weinig techniek of tactiek bij kijken. Toen ik na het Europacuptoernooi met HGC terugkwam bij de nationale ploeg, moest ik daar weer erg aan wennen.

'De meeste clubs trainen maar één keer per week, zelfs de landskampioen Edinburgh Ladies, waar ik altijd heb gespeeld. In de voorbereiding op dit WK trainden we voor ons doen veel: drie keer per week én in het weekeinde. In Nederland is dat normaal.'

Pam Neiss (33), Verenigde Staten 74 interlands

Speelde twee jaar geleden voor Amsterdam

'De Amerikaanse sportmentaliteit is veel intenser dan de Nederlandse. Wij móeten eerste worden, daarvoor geven we alles. En bereik je niet de top in je sportcarrière, dan is het ook niks waard geweest. Dan heb je geen plezier gehad.

'In Nederland is het de gewoonte om na afloop van de wedstrijd gezellig een biertje met de tegenstander te drinken, zelfs als je verloren hebt. Dan heb je evengoed een hoop lol. In Amerika is dat ondenkbaar. We zijn gefocused op de wedstrijd en als we hebben verloren dan zijn we boos en teleurgesteld. Na de wedstrijd gaat iedereen direct naar huis, ook als we gewonnen hebben trouwens. Wij kennen de thé dansant helaas niet in Amerika.'

'Het één is niet beter dan het ander, het past gewoon niet bij onze cultuur. Onze winners-mentaliteit zou weggehoond worden in Nederland en andersom is jullie sociale omgang ondenkbaar bij ons. De afstand tussen een coach en een speler bijvoorbeeld is huizenhoog. Daar knoop je niet even gezellig een praatje mee aan.

'Ik hou van een balans tussen die twee. Misschien zou het anders zijn als wij ook een clubsysteem hadden. Bij ons spelen we alleen wedstrijden tussen universiteiten onderling en daar is die prestatie-mentaliteit al aanwezig. Je bent het gezicht van de school. Bovendien moet je je aan veel regels houden. Tot een bepaalde leeftijd mag je op school bijvoorbeeld niet drinken.

'Je kunt dus alleen hockeyen zolang je nog op de universiteit zit. Wij kennen geen veteranenelftallen die alleen voor de lol nog een balletje slaan. Wanneer je afgestudeerd bent, kun je nergens meer terecht. Daarom ben ik naar Nederland gekomen, ik wilde nog niet stoppen.

'Bovendien is het niveau van de Nederlandse competitie hoger. Onze hoogste klasse is te vergelijken met jullie eerste klasse. We trainen wel vaak, want sport is een essentieel deel van je studie. De meeste ploegen trainen vijf á zes dagen per week. Sommige coaches willen liefst zeven, maar er is een verplichte rustdag ingevoerd.

'Hoe ver we kunnen komen, is moeilijk te zeggen. We hebben wel veel potentieel, maar we moeten elke wedstrijd top zijn. Oké is niet goed genoeg. Natuurlijk hopen we op een medaille, maar we bekijken het per wedstrijd.'

'Het is heerlijk om weer even terug te zijn in Nederland, want ik heb hier een fantastische tijd gehad. Ik ben weer terug naar de States gegaan, omdat ik een hele goede baan kreeg aangeboden als assistentcoach op de universiteit van Yale. Bovendien zat ik financieel aan de grond na al die feestjes. Ik moest wel weg.'

Russell Garcia (27), Engeland 119 interlands

Speelde de afgelopen twee jaar voor HDM in Den Haag

'Ik heb het idee dat de gemiddelde Nederlander langer studeert en daarom het hockey langer kan combineren met zijn maatschappelijke leven. Net als in Nederland wordt je in Engeland ook niet betaald voor de sport, en als je eenmaal kiest voor een baan, blijft er weinig tijd over voor hockey. Bij ons ligt de leeftijd dat je gaat werken rond de 22 jaar, bij jullie zeker een paar jaar hoger. In Nederland kun je op je 28ste rustig nog aan een nieuwe studie beginnen.

'Daarom is het competitieniveau bij ons een stuk lager. Vaak trainen clubs maar één keer per week, omdat meer trainen niet met het werk is te combineren. Wel veel kinderen hockeyen in Engeland, omdat het een verplicht onderdeel is van gymnastiek op school, maar op de ranglijst van de meest populaire sporten staat hockey ver onderaan. Vooral op latere leeftijd maken veel sporters de overstap naar rugby of cricket.

'Ons bodemniveau ligt vele malen lager dan in Nederland, maar de topteams zijn ongeveer van hetzelfde niveau. Twee jaar geleden zijn wij pas met eenzelfde competitie als in Nederland begonnen . Met twaalf teams die een uit- en thuiswedstrijd tegen elkaar spelen.

'Ik heb niet zo heel lang in Engeland gespeeld. Ik ben al snel in Spanje gaan hockeyen, bij Real Club Barcelona. Daar ga ik volgend seizoen weer naar toe. Ik houd van het mooie weer. Engeland mis ik niet zo erg, of het zouden de Londense kledingzaken moeten zijn.

'Er is weinig wat ik niet leuk vind aan Nederland. Vooral de open omgang met mensen spreekt me erg aan. Ook als ze je niet kennen, zijn ze vriendelijk en direct. Dat vind je nergens anders terug in Europa, dat is uniek.'

Paul Lewis (31), Australië 197 interlands

Speelde twee jaar geleden bij HGC in Wassenaar

'Australië is zo'n groot land dat we, noodgedwongen, een heel ander clubsysteem hebben dan hier. Het land is onderverdeeld in acht staten met elk hun eigen competitie. In South-Australia hebben we vijftien clubs die het hele jaar tegen elkaar spelen. Vaak op één centraal veldje. Een echte clubsfeer kennen we dan ook niet.

'Het niveau is niet zo hoog, maar naast de clubcompetitie spelen we acht weken per jaar in een national league. Er wordt dan een selectie gemaakt van de beste spelers uit elke staat en met dat team spelen we tegen andere regioselecties. Wij heten The Adelaide Hotshots. Met dat team vlieg je dus elk weekeinde naar een andere staat, waar we een aantal wedstrijden spelen. Die zijn van een vergelijkbaar niveau als de Nederlandse competitie, alleen is het een hele korte periode.

'Ik zou nog wel een jaar willen spelen in Nederland, ik vind de mensen leuk en ik mis de oer-Hollandse gezelligheid na de wedstrijden. Maar ik heb nu een baan als curator in the national portret gallery in Adelaide. En met de nationale ploeg richten we ons natuurlijk op de Spelen van 2000 in Sydney. Hockey is niet zo populair als rugby, tennis of cricket, maar we zijn wel altijd erg succesvol. Dus we krijgen nu van het olympisch comité financiële ondersteuning. Ongeveer hetzelfde als in Nederland.

'Het leukste van het jaar in Nederland vond ik de Europa Cup met HGC, dat was een geweldige belevenis. Alleen die vreselijk kou in de winter, die mis ik absoluut niet.'

Anna Lawrence (26), Nieuw Zeeland 80 interlands

Speelde twee jaar geleden voor Amsterdam

'Ik wilde iets van de wereld zien en dat werd vergemakkelijkt door de sport. Amsterdam is een fantastische stad om te wonen: de grachten, de toeristen, musea. In Nieuw-Zeeland is alles nog zo nieuw en jong, wij hebben haast geen cultuur of geschiedenis.

'Iedereen is hier zo heerlijk wereldwijs. Je ziet allerlei culturen en mensen door elkaar lopen.

'In Nieuw-Zeeland zijn we gewend aan ruimte en grote tuinen, het leven speelt zich voornamelijk buiten af. Dat merk je aan de sportbeleving bij de jeugd. Om in mijn onderhoud te kunnen voorzien, heb ik training gegeven bij Amsterdam aan jongens van veertien jaar. Je ziet gewoon aan ze dat ze zijn opgegroeid in appartementen.

'Vaak zijn ze niet eens enthousiast, maar hockeyen ze alleen omdat de familie dat zo graag wil. Moeder staat achter de bar, vader zit in het bestuur en opa speelt bij de veteranen. Dan kun je bijna niet anders.

'De competitie is van een veel hoger niveau dan in Nieuw-Zeeland. Wij spelen maar één week per jaar een nationaal toernooi met de beste speelsters uit het hele land. Het is door de lange afstanden onmogelijk om dat elk weekeinde te doen. Bovendien is het een dunbevolkt land, dus we hebben geen brede basis. De internationals blijven lang doorspelen, omdat er nauwelijks opvolgers zijn.

'Ik wilde dit jaar weer in Nederland spelen, maar de directeur van de hockeybond vond dat ik me in dienst van het team moest opstellen. Ik heb een voorbeeldfunctie, doe veel aan promotionele activiteiten voor de bond. En dit is het belangrijkste toernooi van het jaar. Ze hadden het gevoel dat ik ze anders in de steek zou laten. Maar ik kom graag terug'

Meer over