Hij leek de Max Verstappen van de MotoGP te worden, tot die horrorcrash

Op 21 mei 2009 strandt de motorsport-carrière van Joey Litjens op een eik. Lichaam kapot, droom aan diggelen. Zaterdag rijdt hij in het voorprogramma van de TT in Assen. Nog altijd op weg naar de finishvlag.

Rob Gollin
Joey Litjens sleutelt op het circuit van Zandvoort aan zijn Yamaha. Beeld Klaas Jan van der Weij
Joey Litjens sleutelt op het circuit van Zandvoort aan zijn Yamaha.Beeld Klaas Jan van der Weij

Bij het afscheid steekt Joey Litjens (27) met een verontschuldigende glimlach zijn linkerhand uit. De verklaring: hij wil zijn rechterarm zoveel mogelijk sparen. Zaterdag keert hij na acht jaar afwezigheid voor even terug in de motorracerij op het TT-circuit van Assen. Dan komt er net als vroeger een stevige druk op de ledematen te staan, als hij in de remmen moet voor de Haarbocht, de Ossenbroeken of de Strubben en daarna de machine er vol gas weer uit sleurt. Dan helpt het dat hij een speciale handschoen draagt die zijn pols ondersteunt en waarin elastiek zijn vingers gestrekt houdt. Op eigen kracht lukt dat nog niet.

Hij rijdt tenminste weer. Artsen hadden gezegd dat hij nooit meer zou racen, nadat hij op 21 mei 2009, Hemelvaartsdag, om 9.35 uur op het stratencircuit van Hengelo met zo'n 230 kilometer op zijn Yamaha 600 tegen een boom vloog. Het ongeval staat te boek als horrorcrash. Hij brak zijn schouderblad en kneusde zijn longtoppen. Vier van de vijf zenuwen die vanuit zijn ruggenwervel naar zijn arm liepen scheurden af en de kluwen bewegings- en gevoelsdraadjes in zijn schouders was kapot.

Hij was 19, hij barstte van het talent, hij had met wat verbeeldingskracht misschien de voorloper van Max Verstappen in de MotoGP kunnen zijn. Naast zijn zwaar gehavende gestel lag op de Rijnweg ook een droom aan gruzelementen, pal naast de dikke eik met afgerukt schors.

Vandaag slentert hij op slippers over een parkeerterrein bij het circuit van Zandvoort rondom een blauwe Yamaha R3, de 321 tweecilinder, waarmee hij zaterdag ook in Assen zal rijden. Zelf rijdt hij deze dag geen enkele ronde. 'Ik heb vorige week getraind in Assen. Daar heb ik een goed gevoel aan overgehouden. Dat moet zo blijven.' Hij wil in Assen de race afmaken die hij voor zijn gevoel nooit heeft kunnen voltooien. 'Ik wil die finishvlag zien.'

Een Nederlandse TT-winnaar? Voorlopig niet

Al vijftien jaar rijdt er geen Nederlander mee in de MotoGP, de hoogste klasse van de motorsport. Ondanks het bestaan van de TT van Assen. Waar blijft de Max Verstappen van de tweewieler?

Brutaal joch

Een brutaal joch was het - uit America, Limburg - dat op 12- en 13-jarige leeftijd op een 125cc Aprilia coureurs die twee keer zo oud waren naar huis reed; de KNMV had dispensatie verleend. De kleine Joey dook in gaatjes waarvan anderen niet wisten dat ze bestonden. 'Ik wilde maar één ding: er voorbij en weg.' Hij was 15 toen hij op de TT in Assen stond, de jongste Nederlandse coureur ooit. 'Helemaal klote', zei hij toen tegen Humberto Tan, destijds nog voor de NOS, hem na de race vroeg hoe het was gegaan. Hij was 30ste geworden, hij had eenzaam achterin gereden. Daar deed hij het niet voor.

Hij was ook het joch dat in scheldpartijen uitbarstte en met spullen gooide als het tegenzat. Hij heeft een keer een stoel naar zijn manager gesmeten. 'Ik was een gifschijter.'

De punten bleven de seizoenen erna uit, mede door pech en valpartijen. Hij stopte zelfs met racen, toen een toezegging voor een plek in een Italiaans team niet werd gehonoreerd. Hij begon met zijn broer een stratenmakersbedrijf. De liefde was snel terug, toen hij werd gevraagd voor een team van de Nederlandse manager Jan Abbink.

Joey Litjens in de 125cc, IT Assen, 2006. Beeld Jiri Buller
Joey Litjens in de 125cc, IT Assen, 2006.Beeld Jiri Buller

Op zijn 18de volgde de overstap naar de 600cc Supersport. Hij hoopte van daaruit terug te keren in de Grand Prix, waar de 125cc inmiddels was geschrapt. De machines waren groter, zwaarder en sneller dan hij gewend was, maar hij reed meteen ronderecords in Valencia en Portugal. 'Ik was superfit, ik was dankzij ontmoetingen met een sportpsycholoog ook mentaal sterker geworden. Ik had weer het idee dat ik kon domineren, dat ik de beste was.'

Hij had niet willen rijden, die Hemelvaartsdag in Hengelo. Gevaarlijk, vindt hij het er. De weggetjes voelen als fietspaden, zo smal zijn ze. Maar de sponsor ziet graag dat je er bent.

Op de training in de ochtend schiet iemand hem op de Rijnweg voorbij, maar duikt voor de bocht naar de Venneweg vroeger in de ankers dan hij verwacht. Hij raakt zijn voorganger. De machine stuitert door de berm, hij probeert er nog vanaf te komen. Het gevolg moest hij later van anderen horen, zelf is hij het kwijt: hij stuit op een luchtkussen dat hem omhoog katapulteert tegen de eik. Hij is blijkbaar maar even weggeweest. Als een robot geeft hij antwoord op vragen van omstanders en hulpdiensten, het is of alles langs hem heen gaat. Ze hechten een wond aan zijn kin, verdoving, hij voelt niks door de morfine.

Eén arm

Na enkele dagen verblijf in ziekenhuizen in Doetinchem en Venlo, wordt hij opgenomen in het Leids Universitair Medisch Centrum. Daar zegt de specialist dat ze een zenuw uit zijn been gaan transplanteren die weer verbinding moet gaan leggen tussen wervel en arm. Als hij na een operatie van 14 uur weer bijkomt, ziet hij zijn ouders. Zijn vader huilt. 'Het spijt ons Joey, ze hebben niks kunnen doen.'

Hij voelt niets bijzonders aan zijn been, hij voelt alleen wat pijn aan borst en schouder. De specialist vertelt hem dat hij zich moet voorbereiden op een leven met één arm. Vergeet het racen. Vanuit zijn ribbenkast is nog wel een zenuw omgeleid naar de biceps. Dan kon hij tenminste de arm wat buigen.

Litjens voelt een woede opkomen. 'Ik zei tegen die professor: waarom heb je niet meer gedaan? Let op mijn woorden: ik kom hier terug. Dan geef ik je eerst met rechts een hand en daarna met dezelfde hand een klap tegen je kop. Jij bepaalt niet wanneer het afgelopen is. Dat bepaal ik.'

Eenmaal terug thuis is hij minder stoer. Hij staart overdag uren naar het plafond. Zijn zusje komt hem 's morgens een pleistertje brengen omdat ze hem de hele nacht heeft horen huilen. Zijn moeder verschoont hem, ze stopt hem onder de douche. Hij is haar dankbaar. Maar het klotegevoel van afhankelijkheid is er ook.

Fysiotherapie moet verkleving van de gewrichten voorkomen. Beter wordt het niet. Hij krijgt een tip over een arts in Italië, die meer wegracers helpt. Hij verblijft drie maanden in diens kliniek, vlak bij het circuit van Imola. Hij zwemt elke dag. Hij krijgt elektroden op zijn arm en rug. Medicijnen worden met injecties in zijn bil toegediend - hij heeft geen idee wat het is. 'Ik zit op een dag achter de computer en ineens, uit het niets, zie ik iets in mijn bovenarm bewegen. Een trilling. Ik riep hardop: hoe kan dat nou? Wat gebeurt hier?' Het blijkt de aankondiging van herstel.

Na drie jaar intensieve therapie en langdurig verblijf in de sportschool keert hij terug in Leiden. In zijn arm zit weer leven. Hij geeft de specialist een hand, geen oplawaai. 'Ik ben hem toch wat verschuldigd. Hij heeft wel iets geprobeerd.' Er is zelfs een knuffel. 'Hij zei dat het een medisch wonder was. In slechts 3 procent van de gevallen kan iemand de arm weer gebruiken.'

Joey Litjens tijdens de TT in Assen in 2007. Beeld anp
Joey Litjens tijdens de TT in Assen in 2007.Beeld anp

Elke dag een stukje winst

Hij is er nog niet. Zijn vingers kan hij niet strekken. De pols is instabiel en kan niet zelfstandig draaien. De triceps zijn zwak. Er zijn gedeelten zonder gevoel. Maar er valt nog winst te boeken. 'Ik heb er veel over gelezen. Ik ben gestopt met pijnstillers. Ik wil juist voelen wat er gebeurt. Pijn betekent activiteit. Ik visualiseer het proces. Het is alsof een worm steeds verder mijn arm inkruipt, elke dag een stukje verder, elke dag een stukje beter.'

Hij volgde een opleiding sportmanagement en begeleidt nu al enkele jaren jong talent. Hij vertelt de jonge coureurs wat de vering doet, hoe de banden zich gedragen, maar dat ze ook de ronden al voor zich zien als ze aan de start staan. 'Dat is het mooie van deze sport: in je hoofd moet alles kloppen, maar ook het kleinste schroefje dient optimaal te zijn.'

Het was op zijn initiatief dat in Assen de R3-race als voorprogramma voor de Moto GP is opgenomen en natuurlijk, vond hij, hoorde hij daar zelf aan de start te staan. Er was nog iets af te ronden.

37 staat straks weer op de kuip, het was altijd zijn nummer. Het is gelukt wat hij de professor na zijn operatie heeft voorgehouden: hij bepaalt. Eerst dacht hij: na Assen kap ik er echt mee. Nu aarzelt hij, al is hij met zijn 27 jaar de oudste van het deelnemersveld. 'Nee, voor het kampioenschap ga ik niet rijden. Maar een paar races? Waarom niet? Oké, ik zal niet voorin eindigen. Maar ergens rondom de 15de plek, dat zou al mooi zijn.'

Wat hem bezielt? Dit is zijn antwoord: 'Ik was 3 toen ik op een motortje stapte, ik was 4 toen ik kon fietsen. Zo ver gaat het, snap je? Het is mijn leven, mijn wereld.' Zal hij bang zijn, zaterdag? 'Nee. Het voelt goed. Het voelt als: zo was het toen ook. Het is een reïncarnatie.'

Hij heeft twee plannen ter afsluiting voor na de race van zaterdag. De specialist in Leiden gaat hij een Limburgse vlaai brengen. En hij gaat voor het eerst terug naar de Rijnweg in Hengelo. De boom staat er niet meer, dat is hem al verteld. Jammer, vindt hij. Lamme arm of niet, hij had hem met alle plezier omgehakt.

Meer over