'Hier ligt mijn toekomst, hier blijf ik lopen'

Behalve een ongewoon groot aantal wereldtitels leverde het jaar 2005 een rijke oogst aan jong talent op. Sporters onder 20 jaar vertellen over hun doorbraak....

'2005 Is zo snel gegaan. Sommige mensen noemen het een sprookje en zovoelt het ook. Het is alsof ik gisteren heb geslapen en dit allemaal hebgedroomd. De ene dag stond ik in de boksschool, de volgende dag op deatletiekbaan. Iedereen is er door verrast. Mijn trainer Mohammed zegt weleens: zo snel als jij je hebt ontwikkeld, kan eigenlijk niet.

Eind 2004 deed ik mee aan mijn eerste hardloopwedstrijd. Bij deWarandeloop in Tilburg liep ik twee rondjes op kop bij de junioren. Toenmoest ik lossen en werd ik zesde. Een slechte prestatie, vond ik. Maarmensen om me heen zeiden: je moet niet zeuren, want je loopt pas een maand.

Mijn trainer heeft me geleerd dat ik niet gelijk alles moet geven. Metdat in mijn achterhoofd won ik de volgende wedstrijd in Breda makkelijk.En in februari werd ik Nederlands kampioen veldlopen bij de junioren.

Ik had zeven rondjes op kop gelopen en mocht naar het WK in Frankrijk. Dat was de mooiste dag van mijn leven. Ik kreeg een schouderklopje vanKhalid Skah, die twee keer wereldkampioen is geworden. Ik wilde bij het WKde topvijftig halen. Maar ik werd 95ste, een grote teleurstelling.

Ik heb de fout gemaakt door met de Afrikanen mee te gaan. Dat kon ik eenhalf rondje volhouden. Hun benen waren als machines. Ik wilde eerderlossen, maar ben doorgegaan. Zo is mijn karakter: nooit opgeven. Ik dacht:ik heb het NK gewonnen en dan ga ik zo snel stoppen bij het WK? Dat kanniet. Ik moet verder. Vanaf nu loop ik alleen mee bij de senioren. Van henkan ik het meeste leren.

Toen ik de Warandeloop liep, deed ik ook nog aan thai-boksen. Maar daarben ik gauw mee gestopt. De sport sprak me aan, maar de top kon ik niethalen. Mijn ouders vonden het boksen maar niks. Veel te gevaarlijk, zeidenze. Nu komt mijn vader bij zoveel mogelijk hardloopwedstrijden kijken.

Ik heb ook nog twee jaar in Rijswijk gevoetbald. Het ging wel. Ik waseen snelle linksbuiten met een goede voorzet. Maar er werd niet serieusgetraind. Jongens praatten tijdens de training, waren met andere dingenbezig. Daar hou ik niet van.

Ik was 18 toen ik begon met lopen. Het trainen was zwaar. Veel mensendenken: het is makkelijk, je bent elke dag buiten. Maar je moetdoorzettingsvermogen hebben, compleet zijn. Dat ben ik nu gelukkig. Deatleten die me zien op de baan zeggen: jij loopt zo makkelijk, je technieken adem zijn goed. Sommigen lopen geforceerd, ik niet.

Ik heb het geluk dat Mohammed me traint. Iemand als hij vind je nietelke dag. Bij Sparta in Den Haag trainde ik met een groepje, nu doe ik datalleen of met hem. Dat gaat beter. Ik heb altijd zin in trainen. Als ik eendag thuisblijf, heb ik energie over. Mohammed wilde me rust geven tijdenshet suikerfeest, maar ik heb gezegd: ik ga gewoon trainen. Toen ben ikvijftig minuten gaan inlopen. Ik moet bezig blijven.

Ik ben vijf jaar geleden vanuit Marokko hierheen verhuisd en zal blijvenuitkomen voor Nederland. Hier ligt mijn toekomst, dus blijf ik hier lopen.Ik hoef maar tien minuutjes te fietsen naar de baan. In Marokko moet jetweehonderd kilometer rijden om goed te kunnen trainen.

Als je ziet wat ik in een jaar heb bereikt, geeft dat zo veelzelfvertrouwen om de top te halen. Niet de Nederlandse of Europese top,maar de wereldtop. Ik wil een medaille halen op de Olympische Spelen. Wantlopen is mijn droom. Hier wil ik voor gaan.'

Mark Misérus

Meer over