Het turnland in wording maakt een pijnlijke smak

De medailletabel van de Europese kampioenschappen turnen in Amsterdam toonde de nieuwe Nederlandse realiteit. Op die erelijst prijkte een hatelijke nul voor de nationale vrouwenploeg....

John Volkers

In Griekenland ontstond het gevoel dat Nederland misschien wel een turnland kon zijn. Dat een Europese titelstrijd toch zeker in de lage landen thuishoorde. Dat die 300 duizend leden van de gymnastiekunie KNGU de basis vormden voor een elitegroep die de wereld aankon.

Bondscoach Frank Louter kwam de eer toe dat nieuwe Nederlandse sportmodel te bouwen. Een jaar later donderde het gebouw, onder de zware last van blessures en puberteit, echter in elkaar. Bij Louter, de meester-opleider, werden de onderscheidingen van de borst gerukt.

Alle zeven meisjes van de WK in Gent, in 2001 het toernooi van de doorbraak, bleken in Amsterdam nog slechts beschikbaar als tribuneklant, ambassadrice of tv-commentator: Renske Endel, Verona van de Leur, Gabriëlla Wammes, Monique Nuijten, Rikst Valentijn, Kimberley Viola en Fieke Willems.

In diezelfde Amsterdamse RAI - de hal waar in 1967 de Tsjecho-Slowaakse turndiva Vera Caslavska als eerste het perfecte cijfer (10.0) kreeg - bleken de oude verhoudingen in de gymnastiekwereld weer hersteld. Natuurlijk zijn er, als trendbreuk met het Oost-Europese verleden, tegenwoordig medaillekansen voor West-Europese landen als Nederland, Groot-Brittannië, Spanje en Italië.

Doch de terugkeer van de gymnastische grootmacht Roemenië aan het Europese front - in Patras ontbrak de ploeg van coach Belu - en het oprukken van Rusland 2 (ofwel Oekraïne) deden oude tijden herleven. De volksliederen waren bij de zes huldigingen in de RAI van drie cd's te plukken.

Nog even zal het turnen in Nederland de aandacht trekken, op de dagen dat Suzanne Harmes en Loes Linders de olympische turnhal zullen betreden. Daarna zal het stil worden en moet een nieuwe generatie worden klaargestoomd voor de volgende olympische cyclus: 2005-2008.

Volgend jaar al wachten twee grote toernooien, de WK in Melbourne en de EK toestellen in Denemarken, maar een sterk accent zal daarvoor niet geplaatst worden. De huidige lichting junioren die gaat doorstromen, lijkt minder talentvol dan de groep-Van de Leur die na 2000 bij de senioren aanschoof.

De KNGU zal zich, de lessen van de WK in Anaheim indachtig, nadrukkelijk concentreren op de jaargangen 1991 en 1992. Dat zijn de meisjes die bij de kwalificatie voor de Spelen (de WK in Stuttgart in 2007) en het olympische toernooi zelf (Peking 2008) superjong en superlenig zijn.

Die vijftien- en zestienjarigen beheersen, zo bewijst ook de aanloop naar de Spelen van Athene, het turnen van dit moment. Het is niet voor niets dat Frank Louter, nog altijd actief bij steunpunt Zoetermeer, alweer drie van zulke jonge junioren onder zijn hoede heeft. Hij blijft een kampioenenkweker.

Aan het eind van het jaar worden de financiële middelen van de KNGU voor de topsport herschikt. Niemand twijfelt eraan dat een stroom geld naar Zoetermeer blijft gaan. De steunpunten Heerenveen (Linders) en Harmes (ex-Zoetermeer, nu Nijmegen) hebben hun waarde ook bewezen.

Toch pleiten trainers van substeunpunten, de laag ónder de Grote Drie, voor een grotere spreiding van de topsportgelden. In Echt, Oldenzaal en Alkmaar willen ze voort. Trainer Vincent Wevers van TOS, de Oldenzaalse stichting Topturnen Oost-Nederland, zwierf anderhalf jaar rond, omdat zijn steunpunt geen clubgebouw meer bezat.

Alle trainers zien kansen. Het Verona-effect is aanwijsbaar, zeggen zij. Wevers: `Het grote voordeel van de mooie jaren met Van de Leur is dat topsport nu geaccepteerd is. Dat op scholen rekening wordt gehouden met jonge turnsters. Dat de medische begeleiding is gaan meedenken. Dat de regio naar jouw centrum toe wil.'

Hij rekent voor dat tweemaal 25 pupillen de vijver vormen, waaruit de komende jaren gevist gaat worden. Wie de topopleiding van al die meisjes gaat betalen, is onduidelijk. De KNGU moet bezuinigen, het aanblijven van hoofdsponsor Univé is onzeker en bij NOC*NSF verdwijnt pleitbezorger Joop Alberda, in zijn eigen jeugd nog Fries turnkampioen.

Het zijn enkele minpunten uit een omvangrijke lijst van voetangels. Bovenaan staan: blijven de Nederlandse trainers elkaar de tent uitvechten en wie wordt de trajectcoach, de (tijdelijke) bondscoach? Want net als in Amsterdam vijf trainers meesturen met vijf turnsters, dat zal in Melbourne niet gebeuren.

Meer over