Het ravijn in en het beeld uit

1996 was een rijk sportjaar met diverse bijzondere evenementen. Er werd veel geglorieerd en veel afgezien. Wat is het meest memorabele sportmoment van het afgelopen jaar?...

TONNY DE JONG schaatst de drie kilometer tegen Gunda Niemann, ligt op 2600 meter nog een stuk achter, plaatst een versnelling, slaat een gat, en wint met overmacht. Langs de baan wordt ze opgewacht door de ijsdoctorandus van Studio Sport, die stralend zegt: 'Wat een prachtig moment'

Oneigenlijk taalgebruik.

Momenten komen uit de lucht vallen, zijn niet voorspelbaar, kun je nooit zien aankomen. Maar Niemann - voor wier reusachtige dijen ik tussen twee haakjes altijd een groot zwak heb gehad - schaatste naar mijn gevoel al onder Walter Ulbricht en moet tegen de vijftig lopen. Dus al in de jaren tachtig had je er donder op kunnen zeggen dat ze rond 1996 een keer zou worden verslagen door een kind uit Heerenveen.

Of een kwartfinale op het EK-voetbal moet worden beslist door strafschoppen, de trainer van het Nederlands elftal wijst onder andere Clarence Seedorf aan, en je weet: in termen van politieke correctheid is op de beslissing niets aan te merken, maar het is een onvergeeflijke blunder. Oranje kan naar huis.

Momenten zijn niet alleen onvoorspelbaar, ze zijn ook onachterhaalbaar.

John F. Kennedy rijdt op een novemberdag door Dallas, en wordt doodgeschoten.

Hoe, wie, waarom, vanwaar?

Zapruder stond er bij, met z'n smalfilmapparaat. Maar Zapruder was voor het voorspelbare gekomen: de president komt langs, leuk voor later om dat op te nemen. Hij was niet bedacht op een scoop, anders was hij wel zo verstandig geweest om ook zijn vrouw, zijn buurman en zijn oude vader met een cameraatje uit te rusten, zodat hij de gebeurtenis van alle kanten had kunnen vastleggen.

Tot op een honderdste van een beeldje hebben ze zijn filmpje ontleed, maar de raadsels van het moment lieten zich niet oplossen.

Het sportmoment van de afgelopen twaalf maanden voltrok zich in de zevende etappe van de Tour de France (aankomst Les Arc) op de Cormet de Roselend: de Belgische coureur Johan Bruyneel, van de Rabo-ploeg, lazert over een vangmuurtje het ravijn in.

Net als zijn meer dan honderd collega's werd hij omringd door professionele Zapruders, maar je weet hoe het gaat: allemaal gespitst op de regel, niet op de uitzondering. Ik weet nog hoe ik het zag gebeuren - niet eens zozeer uit mijn eigen ooghoek, maar uit de ooghoek van een Franse camera ('Moto 2', als ik het me goed herinner; hij zat niet eens in de kopgroep), en ik riep nog 'Stop', maar zo zijn ze bij de organisatie nou eenmaal niet met mij getrouwd.

Eén been, dat een fractie van een seconde boven de berm blijft hangen alvorens neer te storten; ik was er zeker van dat hij later op de dag dood zou worden opgetakeld.

Maar hij schijnt nog geen drie minuten later, misschien enigszins geschramd, zelf weer omhoog te zijn geklauterd, en binnen twee kilometer had hij de aansluiting met het peloton hervonden.

Het was onvoorspelbaar geweest, het zou onachterhaalbaar blijven, er had zich dus eigenlijk niets voorgedaan. Zoals het een groot moment betaamt.

Jan Blokker

Meer over