Nieuwsbuitenspeltechnologie

Het kan even duren, maar buitenspel (of niet) wordt in nieuwe seizoen altijd gezien

Wel of niet buitenspel? Met de invoering van de buitenspeltechnologie in de eredivisie moet vanaf komend seizoen een antwoord gegeven kunnen worden op die vraag. De KNVB heeft een foutmarge van 10 centimeter ingebouwd om eindeloze discussies over millimeterwerk te voorkomen. Daarmee volgt de bond de richtlijnen van de Fifa en Uefa.

Scheidsrechtersbaas Dick van Egmond tijdens bijeenkomst KNVB voor scheidsrechters uit het betaalde voetbal.Beeld ANP

De voetbalbond presenteerde de buitenspelsoftware donderdag tijdens de scheidsrechtersbijeenkomst op de KNVB Campus. Een digitale rode lijn (voor de aanvaller) en blauwe lijn (voor de verdediger) moeten bij scheidsrechters en de VAR de twijfel wegnemen of een speler net wel of net niet buitenspel staat.

Om de technologie te implementeren worden in alle achttien eredivisiestadions camera’s geplaatst ter hoogte van de rand van het strafschopgebied. Alleen in de stadions van Ajax, Feyenoord en PSV had FOX Sports deze cameraposities al in gebruik. De kosten van het systeem bedragen ruim anderhalve ton. Die worden gedeeld door de KNVB en de clubs.

Aan de hand van een gelikte presentatie liet Robin van ’t Hof, scheidsrechtersdocent bij de KNVB, zien hoe de technologie het voetbal eerlijker moet maken. Daarbij kan de videoscheidsrechter een beroep doen op twee methodes indien een herhaling met het blote oog geen uitkomst biedt. Afhankelijk van de complexiteit van de situatie wordt gebruikgemaakt van twee- of driedimensionale lijnen.

Bij de methode met de tweedimensionale lijnen, ook wel de gridlines-methode genoemd, wordt een lijn getrokken op de voeten van de spelers om wie het gaat. Zo is eenvoudig te zien of een speler wel of niet buitenspel staat. Het nadeel van de tweedimensionale lijn is dat deze geen lichaamsdelen kan beoordelen die zich niet op de grond begeven. Denk bijvoorbeeld aan een knie, schouder of hoofd; lichaamsdelen waarmee voetballers een doelpunt kunnen maken en dus meetellen bij de beoordeling of een speler buitenspel staat of niet.

Met de driedimensionale lijnen, de crosshair-methode genoemd, kan nauwkeurig worden nagegaan of een speler met zijn knie, schouder of hoofd buitenspel staat. Keerzijde van deze methode is dat het langer duurt voordat een beslissing kan worden genomen. ‘Het kost wat tijd, al is mijn ervaring dat het geen minuut in beslag neemt’, zei scheidsrechter Jeroen Manschot die al oefende met de nieuwe technologie.

Scheidsrechtersbaas Dick van Egmond is in zijn nopjes met de nieuwe technologie. Volgens hem kan nauwkeuriger worden bepaald of een speler buitenspel staat of niet. Iets waar afgelopen seizoen nog te vaak discussie over was. Tegenstanders vrezen juist dat de eredivisie de Engelse Premier League achterna gaat. Daar gaf het systeem afgelopen seizoen vooral veel irritatie.

Een VAR-beslissing over mogelijk buitenspel in de Champions League wedstrijd Ajax-Real Madrid.

Het kwam met enige regelmaat voor dat met microscopische precisie werd gekeken of een speler met een teennagel buitenspel stond. Soms gingen er minuten voorbij om uit vogelen of een speler een millimeter over de lijn stond of niet. Spelers en trainers spraken zich uit tegen de technologie. Om over de hartstochtelijke Engelse voetbalfan nog maar te zwijgen.

Om die oeverloze discussie te ondervangen heeft de KNVB een foutmarge van 10 centimeter ingebouwd. Het is de dikte van de rode en blauwe lijn (beide 5 centimeter) die bij de driedimensionale methode worden gebruikt. Raken de lijnen elkaar? Dan is het verschil miniem en grijpt de VAR niet in. De beslissing op het veld is leidend. Het wil zeggen dat een speler in werkelijkheid 10 centimeter buitenspel kan staan en niet wordt gecorrigeerd door de technologie.

‘Het zal nog niet perfect worden, maar wel veel beter’, zei Van Egmond. ‘We onderkennen nog steeds dat er fouten worden gemaakt met de videoscheidsrechter. Maar we gaan terug van honderd naar ongeveer 20 tot 25 fouten per seizoen. Dat is een enorme vooruitgang.’

Cruciaal hierbijis het moment waarop de situatie beoordeeld wordt. Zodra de passende speler de bal raakt of wanneer de bal van zijn voet vertrekt? Het is een fractie van een seconde, maar kan werkelijk verschil maken. ‘Het moment waarop de passende speler de bal raakt, is bepalend’, aldus Van ’t Hof. ‘We zijn de situaties met onze scheidsrechters aan het trainen, maar het blijft mensenwerk.’

De eredivisie is niet de enige competitie die vanaf komend seizoen werkt met het buitenspelsysteem en de bijbehorende foutmarge van 10 centimeter. Ook de grote competities in Spanje, Frankrijk, Duitsland en Italië volgen de richtlijnen van de Fifa en Uefa.

Meer over