'Het is lastig dat we altijd in de schaduw van de vrouwen staan'

Een levenlang handbal moet eindigen met een geslaagde missie: de mannen naar de Spelen. ‘Waarom moeten wij van de bond wachten tot 2016?’..

Door Robèrt Misset

Ook het Europees kampioenschap, in 2010 in Oostenrijk, bleek een brug te ver voor de Nederlandse handballers. Maar met onverminderde passie richt bondscoach Harrie Weerman zich op het volgende project: de WK-kwalificatie in een poule met Estland en België. ‘Ik ga van missie naar missie, maar wanneer die eindelijk voltooid is?’

Weerman geeft zelf het antwoord. ‘In mei 2012 word ik 65 jaar. Ik zou graag nog enkele maanden doorwerken als bondscoach. Je hoort mij niet zeggen dat de Spelen van Londen onhaalbaar zijn voor de mannenploeg.’

Je zou het in de handbalsport bijna vergeten, maar er zijn ook mannen met een missie. Toch zijn de vrouwen voor het Nederlands Handbalverbond (NHV) nog altijd het speerpunt in de campagne naar Londen 2012.

De mannen worden in de wachtkamer gezet, tot de Spelen van 2016 in Rio de Janeiro. Zolang wil Weerman niet wachten. ‘Waarom zouden wij pas in 2016 naar de Spelen mogen? Elk jaar probeer ik met de mannen die barrière te doorbreken. Eens zullen we ons voor een groot toernooi kwalificeren. En dan kan het hard gaan.

‘Het is lastig dat we altijd in de schaduw van de vrouwen staan. Bij de mannen heeft de ploeg onder 20 jaar voor het eerst meegedaan aan een WK. We hebben een trend gezet, ook in die lichtingen zijn we niet minder dan de vrouwen. Het is bij de mannen ook moeilijker om de wereldtop te bereiken. Er is meer concurrentie. Het team staat op de wereldranglijst zelfs hoger dan de vrouwen. Maar we hebben een aansprekend resultaat nodig om de verhoudingen definitief te wijzigen.’

Het voornaamste probleem voor Weerman is het gebrek aan diepte in zijn selectie. Er hoeven maar enkele sleutelspelers weg te vallen en het niveau van de nationale ploeg daalt aanzienlijk. ‘In de opbouw beschikken we met Van Olphen, Konitz en Bult over handballers die in de Bundesliga spelen, de beste competitie ter wereld. Het zijn ook de fysiek sterke jongens die we in de dekking nodig hebben.

‘We hebben die jongens door diverse oorzaken enkele keren moeten missen. Dan vallen we meteen terug. Willen we echt naar de top, dan moeten we voor elke positie drie kandidaten hebben. De onderlinge concurrentie kan nog scherper. Konitz is van wereldklasse, maar hij heeft het bij de Nederlandse ploeg de laatste twee jaar onvoldoende laten zien. En dat geldt voor meerdere spelers.

‘Van Olphen staat ook tijdens de training met de Nederlandse ploeg te bikkelen, daar hebben andere jongens wel eens moeite mee. Je leest aan hun lichaamstaal af dat het wel even minder kan, omdat ze toch wel in de basis staan. Elk uurtje training moet honderd procent zijn. We hebben immers geen tijd te verliezen.’

Tegen de toplanden komt Nederland ook fysiek te kort, aldus Weerman. Daarom experimenteert hij tijdens de oefeninterlands tegen Wit-Rusland, zaterdag en zondag in de Rotterdamse Topsporthal, voor een ander concept. Weerman, in het hotel in Rotterdam: ‘Bij Wit Rusland staan zes grote blokkendozen in het veld, twee meter in het vierkant, 100 kilo zwaar. We zullen snel en beweeglijk moeten zijn.

Woensdag verzamelde de Nederlandse selectie in Drenthe voor een trainingsstage, vrijdag reisde de ploeg naar Rotterdam. Weerman: ‘Het was een veredelde reünie, maar alle topspelers kwamen. Dat was vroeger wel anders. Toen was de club vaak belangrijker dan de nationale ploeg.’

Toch kan Weerman de clubbelangen onmogelijk negeren. Zo dienden Van Olphen en doelman Eijlers zich zondagavond alweer te melden bij hun Duitse club Magdeburg. Omgekeerd sluiten Leeners en Ferdinand, die zaterdagavond nog met het Duitse Nordhorn hebben meegespeeld, zondag aan bij de selectie. ‘Het blijft schipperen’, aldus Weerman. ‘Maar die jongens verdienen hun brood nu eenmaal bij de clubs.’

In Rotterdam start de voorbereiding op de WK-kwalificatie tegen België en Estland. ‘Als we die poule niet winnen, hebben we het niet goed gedaan’, zegt Weerman. ‘Daarna zijn we afhankelijk van de loting. We staan nu rond de twintigste plaats op de wereldranglijst, we hebben al een enorme stap gemaakt. Maar het vergt nog enkele reuzenstappen om rond de vijftiende plaats te komen.

‘Deze ploeg heeft het in zich om een keer door te stoten. Maar we hangen aan een draadje. De toptien halen we niet. Zo realistisch moet je zijn. Landen als Duitsland, Spanje en Kroatië kunnen voor elke positie kiezen uit vijf topspelers. In die landen heeft handbal ook veel meer aanzien dan in Nederland.’

Zo zit Weerman dus in een vicieuze cirkel. ‘Maar zo voel ik dat niet. ‘Ik zit nu alweer vijf jaar bij de bond, de jeugdopleiding zit goed in elkaar. We zijn een maand geleden gestart met landelijke selectie voor spelers van 14 en 15 jaar. In de opbouw wordt fysiek meer van je gevraagd. De spelers in de eerste lijn worden meer beschermd. Je moet schutters hebben die omhoog kunnen komen.

‘We selecteren nu opbouwers tussen de 1 meter 90 en 95 centimeter lang. Maar we moeten ze wel fatsoenlijke programma’s aanbieden. Dat botst wel eens met de clubbelangen. Ik hoop dat we ook een handbalacademie voor de jongens kunnen oprichten. Ik zie bij de meiden van de academie hoezeer ze fysiek vooruit zijn gegaan.’

Talent is er voldoende, aldus Weerman. Hij merkt het aan de positieve reacties vanuit het Europese handbalmekka Duitsland. ‘We worden geregeld uitgenodigd voor stages en oefenwedstrijden, de Duitsers houden ons in de gaten. Dat doen ze niet bij een land dat niks voorstelt.’

Weerman maakt zich wel zorgen over de uitval in de groep tussen 17 en 20 jaar. ‘Wij missen de slag in die categorie. De ploeg onder 18 werd vijfde bij de Open EK. We moeten oppassen dat die talenten over drie jaar niet zijn afgehaakt. Laat die jongens lekker in de Nederlandse competitie spelen. Remco Hagen is veel te vroeg naar Duitsland gegaan.’

Zeven jaar werkte Weerman als commercieel directeur bij voetbalclub Emmen. Ook na zijn ontslag in 2004 is de Drent een trouwe bezoeker gebleven. ‘De club is in elk geval financieel gezond’, zegt Weerman, met een ironisch glimlachje.

‘Het publiek heeft niet veel meer met de ploeg, omdat het een filiaal van Heerenveen is geworden. Ik ga er meer heen om een potje bier te drinken dan voor het voetbal, want dat stelt niet voor. Ik vrees dat Emmen degradatie niet zal overleven. Het zou ook de doodsteek zijn voor de lokale politiek, want er wordt rond het gerenoveerde stadion juist een bedrijvenpark gebouwd.’

Bij Weerman hoeft Emmen niet meer aan te kloppen. Hij wil het onmogelijke realiseren: de Nederlandse mannen op een groot handbaltoernooi krijgen. ‘Ik realiseer me dat we die ban moeten doorbreken om de sport werkelijk op de kaart te zetten.’

Meer over