Het is gapen en geeuwen in de Europese top

De eredivisie, met drie kanshebbers op de landstitel, is een bolwerk van spanning vergeleken bij de competities in de grote voetballanden....

De competities in de grote voetballanden zijn halverwege of iets verder gevorderd, maar Chelsea, Barcelona, Juventus, Olympique Lyon en Bayern München zijn een eind op streek bij het prolongeren van hun titel. Het voetbal in de toplanden dreigt een aspect te verliezen dat essentieel is voor de aandacht van het publiek: spanning.

Een blik op de ranglijsten wekt verbazing, omdat zich in de vijf financiële toplanden dezelfde ontwikkeling voltrekt. Daarbij werpt de vraag zich op of de gang van zaken op toeval berust, dan wel dat er sprake is van structuur.

Lijstaanvoerder Chelsea staat in de Engelse Premiership zestien punten voor op Manchester United, waarbij aangetekend dat de stand enigszins scheef is door twee achterstallige duels van Liverpool, dat elf verliespunten meer heeft dan Chelsea.

In Frankrijk heeft Lyon, kampioen van de laatste vier jaar, veertien punten voorsprong op nummer twee Bordeaux. Kampioen Juventus heeft in Italië reeds een gat van tien punten geslagen met Internazionale en twaalf met AC Milan.

Barcelona staat in Spanje alweer zeven punten voor op Osasuna, dat vermoedelijk niet de belangrijkste concurrent blijft. De rijkere rivalen Valencia en Real Madrid volgen op tien en dertien punten van het elftal van de trainers Rijkaard en Ten Cate. In Duitsland, waar de winterstop tot eind januari duurt, heeft Bayern München zes punten voorsprong op Hamburger SV. Dat valt relatief nog mee.

De topclubs scheiden zich steeds meer af van de rest, zowel binnen de landsgrenzen als in Europees verband. Gemiddeld gesproken komt slechts een drietal clubs per land in aanmerking voor de landstitel, een aantal dat vroeger in landen als Engeland en Duitsland hoger lag.

De toplaag wordt alsmaar rijker, vooral door de steeds ongelijkere verdeling van tv-gelden op nationaal vlak en in de Champions League. Op toeval berust vermoedelijk alleen het gegeven dat dit seizoen ook binnen de toplanden zelf de concurrentie voor de koploper goeddeels is weggevallen. Om verschillende redenen zijn clubs die normaliter meedoen om het kampioenschap op grote achterstand gezet, door financiële sores, interne strubbelingen of een wankele organisatie.

Zo kan Borussia Dortmund, een paar jaar geleden nog de belangrijkste concurrent van Bayern München, de financiële race in Duitsland al een paar jaar niet meer volhouden. Onder leiding van de Nederlandse coach Bert van Marwijk let de club tegenwoordig wel heel erg op de kleintjes. Het is interessant om te volgen of een club als HSV, dat tracht de glorie van 25 jaar geleden te laten herleven, erin slaagt het almachtige Bayern van de troon te stoten.

Manchester United en Arsenal steunen en kreunen onder het sportieve en financiële geweld van Chelsea, dat het voetbal sinds de komst van eigenaar Abramovitsj en trainer Mourinho een ander gezicht heeft gegeven. Real Madrid kocht de laatste jaren zoveel sterren en zo weinig dienende spelers dat het evenwicht uit de selectie verdween, maar Real zal na verloop van tijd weer meedoen om de titel. Ook het mindere seizoen van AC Milan is een gevolg van de onvermijdelijke golfbeweging.

Een gegeven is dat de verschillen alleen maar blijven groeien als de topclubs hun zin doordrijven. Deze week waren er weer berichten van gigantische tv-contracten waarvan vooral de grote clubs profiteren. Juventus kan straks rekenen op 218 miljoen euro voor twee jaar, in ruil voor het afstaan van de live-rechten van thuiswedstrijden.

Manager Hoeness benadrukt telkens dat zijn werkgever Bayern München meer geld dan andere clubs dient te ontvangen uit tv-contracten, omdat Bayern anders de internationale concurrentiestrijd niet kan volhouden.

En dan te bedenken dat thuisduels van Juventus zich afspelen in een veredeld spookhuis. Zondag won de club in Delle Alpi met 1-0 van Reggina, voor 20duizend tifosi. Ook in andere grote landen zijn signalen over dalende belangstelling duidelijk. Sunderland verloor afgelopen weekeinde thuis van Chelsea. In het stadion dat 49duizend toeschouwers kan ontvangen, waren zevenduizend plaatsen onbezet.

Het opvallende is dat juist in kleinere landen als Nederland, België en Portugal, die klagen over de verrijking van de grote buren, een zeer spannende competitie aan de gang is. In Nederland, land van volle stadions, hebben PSV, AZ en Feyenoord kampioenskansen. De topclubs in de kleinere landen profiteren relatief dan ook veel minder van tv-contracten.

Na de eerste fase van de Champions League, die op een enkele uitzondering na (de uitschakeling van Manchester United) zeer voorspelbaar verliep, dreigt dus ook de spanning uit de topcompetities van Europa te vloeien.

De vraag is hoe lang competities zonder spanning om de bovenste positie blijven bekoren. De vraag is ook hoe de machthebbers bij de grote clubs de problematiek denken op te lossen. Mogelijk zullen ze hun blik over de grens richten, waar ze contact zullen zoeken met die andere ongenaakbaren. Zo drijft de huidige ontwikkeling de topclubs vanzelf in elkaars armen. Daarmee komt een Europese topcompetitie die veelomvattender is dan de huidige Champions League dichterbij.

Meer over