WK handbalprofiel

Het hart van bondscoach Monique Tijsterman heeft de vorm van een handbal

De handbalsters verdedigen in Spanje de wereldtitel. Onder leiding van Monique Tijsterman. Ze kent de speelsters goed, want de meeste leidde ze op. Maar Tijsterman maakt haar debuut op een WK. Als bondscoach moet ze zich nu bewijzen.

Dirk Jacob Nieuwboer
Monique Tijsterman stoomt de nationale ploeg klaar voor het WK handbal in Spanje.  Beeld ANP
Monique Tijsterman stoomt de nationale ploeg klaar voor het WK handbal in Spanje.Beeld ANP

Nooit heeft Monique Tijsterman (52) een geheim gemaakt van haar ambitie. Ze wilde op het WK handbal staan als bondscoach. Dat zou niet alleen een hele eer zijn, nee, ze beschouwde het simpelweg als haar ‘droombaan’.

Het was in zekere zijn onvermijdelijk gezien haar carrière. Als speelster, coach en bestuurder speelt ze al decennia een grote rol in het Nederlandse handbal. Met haar gedrevenheid rekte ze in dertig jaar tijd de grenzen van het tophandbal op. ‘De vorm van haar hart is een handbal’, zegt oud-international Diana Mouton.

Als interim-bondscoach mag Tijsterman aan de slag met de vrouwen die ze als hoofd van de Handbal Academie en coach van Jong Oranje heeft opgeleid en van wie velen in 2019 wereldkampioen werden in Japan. Mede dankzij haar spelen alle internationals tegenwoordig in het buitenland, Champions League-ervaring is de nieuwe norm.

Toch is het lang niet zeker dat Tijsterman na het WK in Spanje, dat deze week begon, nog bondscoach is. Ze mag alleen blijven als ze het goed doet. Of dat lukt is de vraag, want het team is minder ervaren dan twee jaar geleden. En Tijsterman werkte als coach nooit in de absolute internationale top. Ze bleef altijd in Nederland.

Sport op 1, 2 en 3

De vrouwen die ze mede groot heeft gemaakt, stonden ook niet meteen te springen toen ze werd benoemd. Maar wie Tijsterman een beetje kent, weet dat ‘nee’ zeggen tegen deze baan geen optie was. ‘Ze leeft voor het handbal’, vindt oud-handballer Marco Vernooy, die door haar werd gecoacht bij de Limburg Lions. ‘Op haar prioriteitenlijstje staat de sport op 1, 2 en 3.’

Zeven jaar was ze nog maar toen Tijsterman haar eerste wedstrijdjes speelde bij S.N.A. in Amsterdam, de club waar haar ouders Sjef en Rie actief waren. Eigenlijk was ze nog te jong, maar haar moeder kon als wedstrijdsecretaris smokkelen. Fysiek was het geen probleem. In oude interviews schept ze glimlachend op dat ze ooit een keepster knock-out gooide.

Springen, schieten, scoren

Haar talent werd snel ontdekt. Ze kwam in Jong Oranje en maakte in 1987 op 18-jarige leeftijd haar debuut als international. ‘Ze had een enorme sprongkracht’, zegt Mouton, die jaren met haar speelde in nationale teams en bij Aalsmeer, de club waar Tijsterman in 1988 ging spelen. ‘Omhoog komen van 10 meter en dan de bal in de kruising leggen. Heel simpel, paf, klaar.’

Het kanon van Aalsmeer werd ze wel genoemd. Naast het veld was ze volgens Mouton rustig, erop bloedfanatiek. ‘Zo was ik zelf toen ook, als je gedisciplineerd bent dan kom je op tijd op trainingen, je wilt best wel vijf extra ballen gooien, je gaat naar andere wedstrijden kijken.’

De ouders van Mouton en Tijsterman trokken samen met een camper door Europa om de jonge talenten te volgen. ‘Met het Nederlands team wil ik graag wereldkampioenschappen en Olympische Spelen meemaken’, droomt ze eind 1989 in het AD, als 20-jarig talent.

Ernstige blessures

Maar verder dan 23 interlands zal ze niet komen. In korte tijd scheurt ze eerst de kruisbanden van haar rechterknie en snel daarna gaat ze door haar enkel, die uit de kom schiet. ‘Toen lag ze echt te gillen op de grond’, herinnert ploeggenote Sandra van der Baan-van Iersel zich. ‘Van de pijn, maar ook wel uit frustratie, zo van: nee, niet weer.’ Nog een keer komt ze terug, maar niet lang daarna scheurt ze de banden van haar linkerknie. In 1991 moet ze op 21-jarige leeftijd stoppen als speelster.

Bondscoach Monique Tijsterman. ‘Haar bravoure en bluf hadden we nodig’, aldus Marco Vernooy, die haar meemaakte als coach bij Lions.   Beeld ANP
Bondscoach Monique Tijsterman. ‘Haar bravoure en bluf hadden we nodig’, aldus Marco Vernooy, die haar meemaakte als coach bij Lions.Beeld ANP

Een paar jaar later staat ze al als coach langs de lijn. Haar oud-teamgenotes kijken met bewondering naar de weg die Tijsterman heeft afgelegd. Van der Baan-van Iersel speelde met haar in Jong Oranje, dertig jaar later maakte haar dochter Britt haar mee als coach van datzelfde team. ‘Ze had eigenlijk nog niet bereikt wat ze wilde bereiken, maar ze heeft zich enorm doorontwikkeld.’

De mannen van Lions

Marco Vernooy is zelfs ‘eeuwig dankbaar’ dat hij Tijsterman als coach van de Limburg Lions uit Sittard heeft meegemaakt. In 2014 krijgt ze als eerste vrouw de leiding van een mannenteam in de eredivisie. ‘Haar bravoure en bluf hadden we nodig’, blikt Vernooy terug. ‘Daarvoor grepen we steeds net naast de prijzen. Ze heeft ons echt die winnaarsmentaliteit bijgebracht. Vanaf het begin was ze heel duidelijk: zo gaan we het doen. En als je er bij wilt zijn, dan ben je er ook helemaal bij, niet half.’

Volgens zijn oud-teamgenoot Luc Steins, die nu bij de Franse topclub PSG speelt, maakte Tijsterman ‘van lieve jongetjes vervelende mannen’. ‘En dat is nodig om te winnen, zeker in het handbal.’

Vernooy maakte als speler ook een ander type coach mee. ‘Van die types als Guus Hiddink, knuffelooms. Als je bij hen een beetje chagrijnig de kleedkamer in komt, slaan ze een arm om je heen en vragen ze wat er aan de hand is. Zo is Monique niet. Als er echt iets is, heeft ze heus wel begrip. Maar als je vinger een beetje gekneusd is, dan zegt ze wel: kom op, we hebben je nodig, je kunt meer dan je denkt.’

Uitzonderingen maakte ze niet. Bij de Lions speelden zowel jongeren, studenten als vaders met een fulltime baan. ‘Maar iedereen moest tien keer trainen, ook spelers van 34. Ze had iets meer oog mogen hebben voor het individu.’

De Lions wonnen in die twee jaar twee keer de beker, twee keer het landskampioenschap, een keer de BeNE-liga en plaatsten zich als eerste Nederlandse club voor de groepsfase van de European League, het op een na belangrijkste Europese toernooi (na de Champions League). Met het gedurfde, aanvallende spel waar Tijsterman zo van houdt.

Maar bij clubhandbal in Nederland ligt geldgebrek altijd op de loer. Bij de Lions lag het contract voor een derde jaar al klaar, maar haakte ze toch af omdat er minder geld beschikbaar was. Ook bij de vrouwen van Dalfsen, waar ze in 2017 heenging, haakte ze na twee jaar af, omdat Tijsterman geen concessies wilde doen aan haar eigen ambities .

Burn-out en infarct

‘Ze kan je tot het uiterste drijven’, zegt Nikki Wilsterman, die bij Dalfsen onder Tijsterman speelde. ‘Ik dacht ook wel eens: met half werk red ik het vandaag ook. Daar kom je bij Monique niet mee weg.’ Wilstersman is gestopt en studeert rechten. ‘Het was confronterend, maar vooral voor mezelf. Ik ontdekte dat ik niet de mentaliteit had voor topsport.’

Tijsterman botst ook wel eens tegen haar eigen grenzen op. Na 2011 zat ze naar eigen zeggen tegen een burn-out aan, in 2016 kreeg ze een licht hartinfarct. Sindsdien gaat het beter, zegt ze. Mede dankzij haar man Martin Queis, die ze in 2013 ontmoette.

Daarvoor had ze nooit een relatie. ‘Als jong meisje was ik al volop bezig met handbal’, zei ze vorig jaar tegen De Limburger. ‘Achteraf denk ik wel dat ik iets gemist heb.’ Martin trekt nu soms aan de bel. ‘Hij zegt dan: ‘Nu is het genoeg geweest, doe die computer uit en kom even lekker bij me zitten’. Dat is heel belangrijk.’

Ze vindt bovendien dat ze veranderd is als coach. ‘In het begin van mijn trainerscarrière was ik veel directer. My way is the only way, dacht ik toen nog.’

Vernooy en Steins herinneren ze zich dat ze bij de Lions juist veel luisterde naar de spelers. ‘Dan kwam ze bij de warming-up’, zegt Steins. ‘Wat denken jullie? Wat voor dekking wil je spelen? Ze zorgde ervoor dat wij er samen over gingen nadenken en gaf ons veel verantwoordelijkheid.’

Morrende internationals

Die eigenschap zal ze nodig hebben nu ze haar droombaan heeft. Tijsterman leidde de speelsters op tot mondige internationale toppers. Zo mondig dat ze begonnen te morren toen ze in september benoemd werd. Hardop klaagden ze dat er niet met hen was gesproken en dat haar voorganger Manu Mayonnade van hen niet had weg gehoeven. Op iets meer fluisterende toon vroegen ze zich af of Tijsterman wel genoeg ervaring op het allerhoogste niveau heeft.

‘Natuurlijk heeft ze geen Champions Leagueniveau getraind en gecoacht’, zegt Steins. ‘Maar bij de Lions is ze met een Nederlandse ploeg ver gekomen in Europa. Dat is volgens mij toch wel een behoorlijk hoog niveau. In vergelijking met Mayonnade heeft ze misschien minder ervaring, maar dat hoeft niet per se te betekenen dat het resultaat minder zal zijn.’

En het hangt ook niet alleen van de coach af. Van het team dat twee jaar geleden in Japan wereldkampioen werd, hebben enkele ervaren spelers afscheid genomen. Van anderen is het de vraag hoe lang ze nog op topniveau mee kunnen. Blikvanger Estavana Polman is lang zwaar geblesseerd geweest en talenten zijn er wel, maar die moeten zich nog bewijzen.

‘Van het aanstormende talent weet je nog niet waar hun limiet ligt’, zegt Steins. ‘Als die lekker in een flow komen en het gevoel krijgen dat ze onoverwinnelijk zijn, dan kan er iets moois gebeuren.’

Tijsterman weet dat de lat hoog ligt, al was het alleen maar omdat ze heeft hem zelf zo hoog heeft gelegd. ‘Is het spannend? Ja, maar ik heb er vooral heel veel zin in’, zegt ze. ‘Nu ik bondscoach ben, moet ik ook laten zien dat ik het aankan.’

Meer over