Het gelijk van de eeuwige querulant Dedecker

'De gouden dictator' is de laatste siernaam. Jean-Marie Dedecker, een voormalig bankdirecteur die koos voor de onzekerheid, leidde afgelopen weekeinde negen Belgische judoka's naar een EK-medaille....

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

OOSTENDE

'Ik heb door het judo sommige jongeren weggehaald van de rand van de marginaliteit', zei hij drie jaar geleden. 'Dat vind ik twintig keer belangrijker dan medailles.' Maar als die medailles er kwamen, zoals afgelopen weekeinde in zijn eigen Oostende, zes maal goud en drie keer brons, een unicum in de Europese judogeschiedenis, dan blijft er weinig over van Dedeckers grote relativeringsvermogen.

Hij heeft België tot een vooraanstaande judo-natie gemaakt. In Atlanta kon hij vier Olympische medailles begroeten. Ulla Werbrouck en Gella Vandecaveye werden de trots van België. Maar al vóór die tijd was het ledental van de Belgische judofederatie verdubbeld. Dedecker trad aan nadat Robert Vanderwalle in 1980 Olympisch brons had gehaald en toen het talent van Ingrid Berghmans nog moest ontluiken.

Al vroeg, zo vroeg dat hij werd weggehoond, betoogde Dedecker dat België ervoor moest oppassen niet aan het eigen succes te gronde te gaan: 'Ik merk bijvoorbeeld dat Franse atleten het heel goed hebben maar dat er geen resultaten meer zijn. Wie elke dag met Claudia Schiffer in bed duikt, vindt dat na een tijdje ook gewoon.'

Zelf dook hij in bed met het judo. Om daar vervolgens ook mee op te staan. Hij introduceerde een voor België ongekend harde trainingsaanpak. Bij Dedecker moet gewerkt worden zoals bij Cor van der Geest in Haarlem: met onvoorwaardelijke overgave. Dedecker stelde vast dat België, nota bene 'een kapitalistisch land', Olympisch niets te betekenen had. Daar zou hij dus verandering in gaan brengen. Desnoods ten koste van het in zijn ogen erbarmelijk overschatte voetbal.

Het werd zo'n beetje zijn handelsmerk: flink te keer gaan tegen het voetbal. 'Dan luisteren ze tenminste. Ik ben niet tegen voetbal maar de prestaties worden overroepen. Als ik met mijn team zou verliezen van Malta, zwem ik terug. En kom ik langs achteren binnen, zodat niemand mij ziet. Bij ons wordt evenals in Nederland veel geld besteed aan de bestrijding van het voetbalhooliganisme, maar dat geld komt de sport niet ten goede.'

Dedecker ging ook in andere opzichten dwars tegen het Belgisch sportbeleid in. Op stage in Japan stelde hij vast dat schoolgaande kinderen aldaar minimaal één uur per dag sporten. In België is er nog geen uur in de week verplichte lichaamsoefening. Zo kreeg Jean-Marie Dedecker langzaam de reputatie van eeuwige querulant. Maar hij had wel succes, afgelopen weekeinde zelfs ongekend succes.

Ze kwamen al dagen voor het EK in zijn eigen Oostende van heinde en verre om hem te interviewen. Hij kon het er eigenlijk niet tussendoor hebben. Bovendien werd hij natuurlijk constant lastig gevallen over die communautaire vaudeville die al maanden in de Belgische media speelde. Dedecker passeerde bij de EK-selectie de Waalse kandidate Flagothier ten gunste van zijn plaatsgenote Clement. De Waalse liga brieste en juristen moesten uiteindelijk een oordeel vellen. Ze gaven Dedecker gelijk. Clement gaf hem afgelopen weekeinde ook gelijk: ze werd een van de zes Belgische kampioenen van Europa.

Dat hij in Wallonië nu meer krediet krijgt, lijkt echter niet waarschijnlijk. Daarvoor heeft hij zich ook in het verleden te dikwijls bezondigd aan separatisme. Als tachtig procent van de judoka's Vlaams is, dan moet je niet fifty fifty selecteren, stelde hij.

'Ook in de politiek vragen Walen altijd dubbel van waar ze recht op hebben. Ik leer ze discussiëren op gelijke basis. Ik heb geen last met de Walen, alleen zitten daar een paar machtspotentaten die het moeilijk hebben met mij, omdat ik een Vlaming ben.'

Dedecker begon met niets, het Belgisch judo was Vandewalle. De judopakken die de nationale ploeg kreeg uitgereikt, moesten na een titeltoernooi worden ingeleverd voor hergebruik.

Maar Dedecker vond wel een sponsor die in Oostende een geweldige rib uit het lijf kon worden gerukt. De betreffende bank (BACOB) had zich verplicht per Europese titel een halve ton premie uit te betalen. Dedecker strikte die bank ooit in weerwil van de officiële steun die het Belgische Olympisch Comité genoot van een concurrent, Het Gemeentekrediet. Dedecker kreeg ook nog eens vijf ton binnen van de Vlaamsche Gemeenschap.

Tot 2000 heeft hij een contract met de Belgische bond. Hij gaat, met assistent Alexander Jatskevitsj, door totdat hij 'van de troon gestoten wordt' of totdat de belangrijkste Belgische nevensport 'het voetbal voorbijsteekt'.

Maar op sommige momenten, zoals zondag toen zijn judoploeg de polonaise danste, verliest hij nog steeds zijn cynisme. 'Ik weet niet of ik droom', zei hij. Ooit had de gouden dicator het gevoel dat hij 'achter elke hoek werd opgewacht', om te worden platgeslagen. Maar nu stond achter elke hoek een bewonderaar. Het werd Dedecker te veel. Hij moest na het EK, dat hij hoogstpersoonlijk naar Oostende haalde en dat een ongekend hoogtepunt werd, even alleen zijn.

Hij hoorde vierduizend toeschouwers zingen en hij dacht al aan de Sierra Nevada, waar de Belgische ploeg over tien dagen een nieuwe hoogtestage krijgt. Dedecker, drie jaar terug, toen hij een volkomen mislukte trainingsexperiment op de Mont Blanc en een 'tantaluskwelling' in Olympisch Barcelona had meegemaakt: 'Judo is geen kijksport, het is een doe-sport. Ik kan het dus niet verkopen. Maar ik kan wel vedetten creëren. Het is nu oppassen voor metaalmoeheid.'

Meer over