Het geheim ontsluierd van een bijzondere wielerploeg

Raleigh was tien seizoenen lang een bijzondere wielerploeg. Wereldtitels, etappezeges in de Tour, triomfen in klassiekers, te veel om op te noemen....

De hoogtijdagen van het Nederlandse wielrennen zijn vrij nauwkeurig te dateren. Ze liggen tussen 8 februari 1974 en 9 oktober 1983. Op de eerste datum presenteerde Peter Post in Het Turfschip in Breda zijn eerste Raleigh-ploeg, op de laatste datum boekte Ludo Peeters, overigens een Vlaming, de laatste overwinning voor de Raleighs, in de Grote Herfstprijs. Tussen die twee data ligt het Gouden Decennium van het Nederlandse cyclisme.

Legendarische tijden hebben de neiging almaar legendarischer te worden. Verslaggevers die de Raleigh-periode hebben meegemaakt, beschouwen die steevast als het hoogtepunt van hun wielerjournalistieke loopbaan. Zo ook Joop Holthausen, voormalig sportverslaggever van Het Parool. Van hem verscheen onlangs Het geheim van Raleigh, de biografie van een bijzondere wielerploeg. Holthausen is gelukkig journalist genoeg om de waarheid achter de legende te zoeken.

Een bijzondere wielerploeg wás het. Toen na tien seizoenen de stofwolken optrokken en het bouwwerk van Peter Post in ruzie, wantrouwen en verwijten ten onder was gegaan, stonden er meer dan negenhonderd overwinningen op het palmarès, waaronder een Tourzege, twee wereldtitels op de weg, tientallen etappezeges in de Ronde van Frankrijk en talloze overwinningen in de klassiekers.

Hoe kon dat? Hoe kon in een land, dat tot dan altijd een marginale rol had gespeeld in het internationale wielrennen, zomaar de sterkste ploeg ter wereld ontstaan? Het antwoord ligt vermoedelijk dicht bij dat op een soortgelijke vraag: hoe kon in een tot dan vrij armoedig voetballand aan het begin van de jaren zeventig zomaar het sterkste clubteam ter wereld tot bloei komen?

Een sterke man die weet wat hij wil, een getalenteerde generatie sporters onder leiding van enkele krachtige persoonlijkheden en een dosis geluk: dat is het antwoord op de vraag waarom voetbalploeg Ajax de Europese velden kon beheersen en wielerploeg Raleigh de Europese wegen.

De sterke man heette in het laatste geval Peter Post. Nadat hij eerdere verzoeken had afgewezen, tekende hij eind 1973 een contract als ploegleider bij de Engelse wielerformatie Raleigh. Raleigh Industries Ltd. was op dat moment, met 6500 werknemers, ’s werelds grootste fietsfabrikant.

Het bedrijf exporteerde naar 140 landen, maar was zwak op een grote markt: de West-Europese. Met het vooruitzicht van de Engelse toetreding tot de EU (1975) besloot de directie van moederbedrijf Tube Investment (de TI voor de ploegnaam) dat met een wielerploeg op de Europese wegen een veelbelovende markt kon worden opengebroken.

Het bedrijf begon voorzichtig en zuinig. De eerste zes Nederlandse coureurs van TI Raleigh, onder wie Wim de Waal en Tino Tabak, verdienden gezamenlijk bruto 90 duizend gulden. Post beschikte over één ploegleiderswagen, en nam naar de koersen de DAF van zijn vrouw Loek als tweede volgauto mee. Maar een ding viel de volgers direct op aan de bescheiden ploeg. De renners droegen Van Gils-kostuums, de ploegleider droeg Italiaanse maatpakken, en de organisatie was van meet af aan perfect.

Dat was de hand van Peter Post. ‘Ik zal niet rusten vooraleer Raleigh net zo’n machtige ploeg is als Molteni, Bic, Gan-Mercier’, beloofde Post in 1974. En hij hield woord.

Post bouwde langzaam maar gericht aan een sterk team en had het geluk dat zich een getalenteerde generatie aandiende. In 1975 kwam Jan Raas bij de ploeg, de man die in de navolgende jaren (met uitzondering van 1977) het gezicht en vooral de tactiek van de ploeg zou bepalen.

In 1976 volgden Gerrie Knetemann en Hennie Kuiper. Het budget bedroeg dat jaar 450 duizend euro – wereldkampioen en Tour-kanshebber Kuiper verdiende bruto 36 duizend euro. Hij betaalde Post terug met de eerste ritzege in de Tour. Gerben Karstens voegde er daar nog twee aan toe.

De Raleigh-ploeg introduceerde een nieuwe manier van wielrennen. Werd bij bijna alle ploegen de tactiek afgestemd op de kopman, voor Post was het vooral van belang dat de winnaar het opvallende zwart-geel-rode Raleigh-shirt droeg. Het systeem-Post werd ook wel het totaalwielrennen genoemd, analoog aan Michels’ totaalvoetbal. In principe mocht iedere Raleigh-coureur winnen, al haalden types als Knetemann en Raas het grootste deel van de koek binnen.

De mooiste buit werd veroverd in 1980. Post moest daarvoor wel Joop Zoetemelk uit Frankrijk lokken. In de Ronde van Frankrijk van dat jaar boekten de Raleighs een record van negen etappezeges en wonnen ze het eindklassement. Die zege verhulde dat Raleigh voor zo’n sterke formatie vaak een te kleine rol speelde in het eindklassement van de grote etappekoersen. Daar was het systeem-Post kennelijk niet op gericht.

Overigens zijn verklaringen voor succes vaak constructies achteraf. ‘Het woord systeem is niet op zijn plaats’, zegt Peter Winnen er in Het geheim van Raleigh over. Winnen maakte het laatste jaar van de ploeg mee. ‘Systeem duidt op iets rationeels, maar dat was het niet. Alles wat er gebeurde, was een kwestie van intuïtie. Alle mensen van Post zaten precies op het juiste moment op de goede plek. Dat maakte deze ploeg groot.’

De beste man op de beste plek was vermoedelijk Jan Raas. Dat was de renner die, veel meer dan Post, de ploegtactiek uitstippelde. Zelfs Knetemann – bepaald geen vriend – gaf toe dat Raleigh zonder Raas ‘hooguit Ral’ zou zijn. Raas boekte niet alleen grote klassieke zeges, hij liet ook anderen winnen.

Toen de fricties tussen de totaal verschillende persoonlijkheden Raas en Post in het voorjaar van 1983 zo opliepen dat Raas zijn vertrek uit de ploeg aankondigde, wisten de volgers dat een gouden tijdperk ten einde liep. Raas vond dat Post (‘Zijn tactisch vermogen vond ik niets’, zegt hij in het boek over hem) te veel de eer van de triomfen naar zich toetrok. Maar vermoedelijk botsten vooral een Amsterdams en een Zeeuws karakter.

De Raleigh-ploeg ging bijna voorspelbaar ten onder aan de factoren waaraan vrijwel elke succesvolle sportploeg uiteindelijk ten onder gaat: botsende ego’s, de wet van de remmende voorsprong, een coach die het overwicht verliest en de vernietigende effecten van succes.

In 1984 ging Post verder met de Panasonic-ploeg en begon Raas met het Kwantum-team. Zo mooi als bij Raleigh werd het nooit meer. Overigens kon het sportieve succes de ondergang van de Raleighfabriek niet voorkomen.

Wat resteert is de legende: mooi dat Joop Holthausen die vastlegde in een prachtig boek.

Meer over